Nederland op handelsmissie naar ‘blinde vlek’ Wallonië

Een Nederlandse delegatie ging maandag op handelsmissie naar Wallonië. Waarom deze ‘exotische’ bestemming? De industrie is daar toch allang dood?

Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans bracht afgelopen dagen een bezoek aan Wallonië voor een korte handelsmissie. In zijn kielzog een delegatie van veertig bedrijven met als doel de economische positie van Nederland in het Franstalige deel van België te versterken.

Met Wallonië heeft het ministerie niet meteen de meest exotische bestemming gekozen. Wallonië roept bij de gemiddelde Nederlander vooral het beeld van een grauw, armoedig landschap op, waar de ene na de andere staalmagnaat over de kop gaat.

Niet waar, volgens Timmermans. In een interview op de Belgische radio zei hij dat „in Nederland nog steeds antieke beelden van Wallonië leven als dood industriegebied”. Jammer, want „dat is allang niet meer zo, Wallonië is te lang een blinde vlek geweest en veel bedrijven onderschatten de Waalse dynamiek.”

Nederland ondertekende alvast een intentieverklaring met Wallonië. Dat moet een intensievere samenwerking opleveren op het vlak van logistiek, technologie en innovatie.

België blijft voor Nederland de op één na belangrijkste handelspartner. In 2011 exporteerden we nog voor 48 miljard euro naar onze zuiderburen; de totale import vanuit België bedroeg 36 miljard. Nog geen 8 procent van de Waalse export ging naar Nederland – er is dus nog voldoende groeimarge.

De missie focuste zich vooral op transport, argofood en hightech.Er was een uitgebreid bezoek aan het Aeropole Science Park en het Biopark langs het vliegveld van Charleroi; vooral op het gebied van vliegtuig- en ruimtevaarttechnologie is Charleroi sterk aan het opkomen. Ook onderwijs zag de delegatie niet over het hoofd. Er was een ontmoeting met de Universiteit van Luik om de samenwerking met de universiteit van Maastricht te versterken.

De deelnemende bedrijven zijn alvast enthousiast over de Walen. „Ik ben buitengewoon tevreden over deze missie”, vertelt directeur publieke betrekkingen Jaap Jelle Feenstra van Haven Bedrijf Rotterdam. „De binnenhaven van Luik is de derde grootste van Europa en wij hopen ons daar stevig mee te verbinden”, zegt hij. „Het politieke en diplomatieke pad is geëffend. Het is nu aan de Rotterdamse bedrijven om te volgen.”

De haven van Rotterdam tekende in 2009 al een samenwerkingsakkoord met Luik. „Wij hebben toen onze expertise aangeboden om zo de haven mee te ontwikkelen.”

Feenstra vindt het jammer dat er zo’n vertekend beeld van Wallonië bestaat. „Je merkt dat er hier heel wat kleine spelers zijn die profiteren van het economische klimaat dat hier begint te leven. Kleine bedrijven en initiatieven die het heel goed doen.”

Volgens Feenstra zouden we vaker de grens moeten oversteken. „Het is interessant dat we niet telkens naar verafgelegen landen moeten. We hebben er ook baat bij over de grens te kijken en die contacten te intensiveren.” De taalbarrière, die in België wel eens voor de nodige strubbelingen zorgt, is geen excuus meer om de Walen links te laten liggen. „Hun Nederlands is goed genoeg om zaken te doen. En als het al wat moeilijk werd schakelden we gewoon over op Engels”, aldus Feenstra.