Klappen, kogels en veel testosteron

Voor wie de Britse politieserie uit de jaren zeventig nie direct paraat heeft waarop The Sweeney is gebaseerd, is het best een leuke film geworden. Keihard natuurlijk, alsof de vliegende brigade van de Londense politie uit hooligangsters bestaat die toevallig aan de goede kant van de wet staan. Bikkels met het gebruikelijke gevoel voor geweld, seksisme, drank en oneliners. Op hun manier ook helden. Zeker als ze aangevoerd worden door Ray Winstone als Jack Regan, een diender die liever met een honkbalknuppel gespuis neermept in West End dan met twee woorden spreekt in het hightech hoofdbureau te Canary Wharf.

Zoals te verwachten in het genre, moet er niet alleen een reeks overvallen worden opgelost, maar komt Regan ook een oude bekende tegen, is hij zelf niet helemaal zuiver op de graat en gaapt er een generatiekloof van jewelste tussen zijn onwettige maar effectieve methoden, en die van zijn superieuren. Het is bijna sociologie.

Niet dat regisseur Nick Love daarin geïnteresseerd lijkt, in ieder geval minder dan in zijn The Football Factory, die behalve over Engelse voetbalsupporters stiekem ook over het klassensysteem en de obsessie voor geweld en broederschap ging. De beste troef van The Sweeney is een schietpartij op Trafalgar Square tussen de leeuwen van admiraal Nelson. Terug naar de basis van de testosteronfilm. Klappen en kogels.