Het Chinese verlangen naar westerse ogen

Mary Wang was twaalf toen haar Chinese ouders haar een ooglidcorrectie aanboden. Ze was al zo Nederlands, dat ze twijfelde. Een persoonlijk verhaal over schoonheidsidealen.

Ik was twaalf toen mijn ouders me aanboden mijn oogleden te laten opensnijden. We waren in Shanghai die zomer en toevallig was een van mijn vaders vrienden er ook, een eersteklas plastisch chirurg die befaamd was om zijn ooglidcorrecties.

Voor mijn ouders was dit geen vreemde vraag – de praktische overwegingen waren belangrijker dan welk bezwaar ook. Een jonge huid heelt immers makkelijker, waardoor het eindresultaat er natuurlijker uit zou zien. Bovendien was het de zomervakantie tussen de basisschool en de brugklas, dus na deze vakantie zou ik te maken krijgen met nieuwe mensen die geen verschil zouden zien.

In mijn moeders tijd, het China van de jaren 80, waren ooglidcorrecties nog niet zo gebruikelijk, maar dat betekende niet dat het geen populaire wens was. De grootste zorg waren niet de morele dilemma’s of de gezondheidsrisico’s van zo’n ingreep, maar het geld. Mijn moeder was niet rijk, maar had als geneeskundestudent wel een bevoorrechte positie. Toen ze de kliniek naast het ziekenhuis bezocht waar ze die zomer stage liep, bood de chirurg haar een gratis behandeling aan, op voorwaarde dat zij, als toekomstig arts, zou toetreden tot zijn sociale kring. Connecties in het ziekenhuis waren, en zijn, meer waard dan de prijs van een operatie.

Mijn moeder twijfelde niet, ook al wist ze dat de hete en stoffige zomerdagen niet ideaal waren voor de helende wond. Maar het moest in die zomer gebeuren, want haar studententijd was net afgelopen en ze zou pas in de herfst beginnen met haar nieuwe baan. Hierdoor zou zij van dezelfde anonimiteit genieten die mijn ouders jaren later voor mij hadden gepland. Ik vroeg haar waarom ze het had gedaan. Het antwoord was simpel: „Omdat ik het belangrijk vond.”

Ze was niet ontevreden over haar uiterlijk en als geneeskundestudent had ze het ook niet nodig voor haar toekomst. Maar ze wilde het beste voor zichzelf en oogleden met een plooi – ‘dubbele oogleden’ – waren een upgrade.

Het verlangen naar westerse ogen, en daarmee het najagen van een westers schoonheidsideaal, zit ingebakken in de Chinese cultuur. Het dateert waarschijnlijk uit de tijd waarin westerse invloeden, en de rijkdom die daarmee werd geassocieerd, schaars waren – en schaarste creëert vraag. Aan een Chinese vragen waarom zij dubbele oogleden wil, is als aan een westerse vrouw vragen waarom ze wil afvallen: dat spreekt voor zich.

Mijn moeder maakt ook deel uit van een cultuur die de nadruk legt op dingen die zichtbaar zijn. De status van een individu wordt bepaald door hoe anderen je zien, waaronder letterlijk je gezicht dus. Het gezicht geldt als een economisch goed: iets van waarde dat je door werken kunt verkrijgen. Gezicht is iets wat je kunt hebben, geven, verliezen of verkrijgen. En dat bereikt kan worden door grote diners te organiseren, in een dure auto te rijden of er zo goed mogelijk uit te zien.

Mijn moeders academische prestaties waren dus net zo belangrijk als de punten die ze scoorde met haar schoonheid. Ze wist dat haar sociale status door beide factoren zou worden bepaald, en daarom zorgde ze ervoor dat ze alle hokjes had afgevinkt die zomer. De Chinese arbeidsmarkt is sindsdien alleen maar competitiever geworden. Het is dan ook niet verrassend dat steeds meer afgestudeerden dezelfde zomerplannen maken.

Het gevolg hier van is dat het lichaam wordt gezien als een economisch goed. In tegenstelling tot de westerse opvatting van het lichaam als een integraal, door God geschonken geheel, is het Chinese lichaam een attribuut dat kan worden gebruikt en aangepast. Deze overtuiging brengt een verantwoordelijkheid met zich mee – men hoort zo goed mogelijk voor het lichaam te zorgen en er het beste van te maken. Dit idee vind je terug in de Chinese geneeskunde, waarbij de nadruk ligt op het behoud van fitheid in plaats van het genezen van ziektes.

Maar de kneedbaarheid van het lichaam brengt ook complicaties met zich mee, die je bijvoorbeeld ziet in de houding ten aanzien van kinderen krijgen. Anticonceptie en abortus zijn niet alleen legaal en sociaal geaccepteerd, maar worden ook gepropageerd en zelfs afgedwongen door de eenkindpolitiek.

Een recente rechtszaak maakt deze opvatting nog eens pijnlijk duidelijk: toen een lelijke baby ter wereld was gekomen uit een goed uitziend stel, plaatste de man vraagtekens bij de herkomst van het kind. Hij kwam erachter dat zijn vrouw er heel anders uitzag voor hun huwelijk en dat haar schoonheid het resultaat was van 75.000 euro aan plastische chirurgie. Hij klaagde haar vervolgens aan voor bedrog. En won ruim 90.000 euro aan schadevergoeding.

De discrepantie tussen de Chinese en de westerse houding tegenover ‘lichaamsverandering’ zie je ook terug in films. In het Westen wordt het onderwerp grotendeels toegewezen aan het horrorgenre. In Georges Franju’s Eyes Without A Face (1960) zien we een patiënt die haar gezicht is kwijtgeraakt in een auto-ongeluk. Hoewel zij bereid is haar noodlot te accepteren, probeert haar vader, die chirurg is, haar gezicht te herstellen door de gezichten te stelen van andere jonge vrouwen. De moraal van het verhaal wordt duidelijk als zij haar vader, de schurk, aan het einde van de film doodt voor de gruwelijke daden die hij heeft begaan.

Ook in een meer recente film, The Skin I Live In van Pedro Almodóvar uit 2011, zie je dit terug. Na het overlijden van zowel zijn vrouw als zijn dochter neemt een dokter de jongen gevangen die zijn dochter tot zelfmoord heeft gebracht en bouwt hem om tot een replica van zijn vrouw. Chirurgie functioneert hier als een sanctie: de jongen wordt bestraft voor zijn wandaden met een geheel ander uiterlijk en de dokter zelf wordt uiteindelijk bestraft met de dood.

In tegenstelling tot deze voorbeelden kiezen hoofdpersonen in Aziatische films bewust voor chirurgie. Veel van deze films komen uit Zuid-Korea, ook een land met een hoog percentage cosmetische ingrepen. In de commercieel succesvolle film 200 Pounds Beauty (2006) zien we een optimistische opvatting, waarbij de ingrepen niet alleen de hoofdpersoon behoeden voor zelfmoord, maar haar ook een carrière als popster opleveren. De film loopt goed af, als de protagonist uiteindelijk de cosmetische ingrepen publiekelijk toegeeft en door haar fans wordt toegejuicht om haar eerlijkheid.

De Koreaanse filmmaker Kim Ki-duk schetst een minder rooskleurig beeld in zijn film Shi gan (2006). De vrouw in kwestie ondergaat chirurgie uit angst dat haar partner uitgekeken raakt op haar gezicht. Maar de relatie verslechtert juist door deze zet en resulteert uiteindelijk in de dood van haar geliefde. De eerste Chinese film over dit onderwerp verschijnt later dit jaar en ook daarin ondergaat een vrouw cosmetische chirurgie uit teleurstellingen in de liefde. Opmerkelijk is dat in alle bovenstaande gevallen de ingreep niet gedwongen of vereist is, maar dat de hoofdfiguren zelf deze beslissing nemen uit een bewuste, persoonlijke overtuiging.

Ik heb mijn ouders’ aanbod afgeslagen. Westerse ideeën over het lichaam waren al diep in mijn bewustzijn geplant, ook al woonde ik toen nog maar vier jaar in Nederland. Ik bezat al een zekere schaamte, die niet per se mijn lichaam betrof, maar wel de wens om het te verbeteren.

Als ik nu terugdenk, sta ik nog steeds versteld van de absurditeit van de situatie waarin ik, als twaalfjarige, werd geplaatst. Maar als ik bedenk dat dit voorstel kwam van een vrouw die één ooglidcorrectie en drie abortussen onderging voordat ze mij kreeg en was gelimiteerd door de eenkindpolitiek na mijn geboorte, besef ik dat haar vraag helemaal niet zo gek was.