Grote woorden over ‘Israëlisch etiket’

Het kabinet „verraadt Israël”. Een „dolkstoot in de rug”. Een „klap in het gezicht van vriend Israël”.

Het ging gisteren tijdens het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer over Israël en dus vielen er grote woorden. „Veel theater”, aldus minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA). Hij was naar de Kamer geroepen door de SGP. Fractieleider Kees van der Staaij wilde weten waarom de minister had besloten de etiketten van Israëlische producten uit de omstreden nederzettingen in Palestijns gebied te veranderen. Op parfum uit Oost-Jeruzalem en vlees van de Golanhoogte mag straks niet meer Made in Israël staan. „Waar is deze minister mee bezig? Dit helpt de vrede toch geen stap dichterbij”, zei de SGP-voorman.

Volgens de minister was het allemaal „doodsimpel”: de nederzettingen liggen niet in Israël, dus mag op hun producten niet staan dat ze uit Israël komen. Het valt allemaal terug te voeren op een Europese richtlijn uit 2000 die bepaalt dat de consument niet valselijk mag worden voorgelicht.

‘Brussel’ bepaalde vorig jaar dat de regels strenger moeten worden gehandhaafd, en daar is de Nederlandse regering nu mee bezig. Groot-Brittannië en Denemarken hebben Made in Israël voor producten uit de bezette gebieden al verboden.

Die afspraken zijn vorig jaar mei al gemaakt, zei Timmermans. En eerstverantwoordelijken daarvoor waren zijn voorganger Rosenthal (VVD) en minister Verhagen (Economische Zaken, CDA). Wat Timmermans niet zei, maar waar hij wél op doelde: beiden stonden niet bepaald bekend om hun anti-Israëlhouding.