Groenland wil zijn schatten sparen

Groenland wil niet te snel veranderen. De premier die van het eiland een wereldspeler wilde maken, heeft gisteren de verkiezingen verloren.

Groenland smelt, al gaat het langzaam. Het was indirect het thema van de parlementsverkiezingen van gisteren, die zijn gewonnen door de sociaal-democratische oppositiepartij Siumut (van 9 naar 14 in het 31 leden tellende parlement).

Niet dat de Groenlandse politici zich in hun verkiezingscampagne erg druk hebben gemaakt over klimaatverandering of over de ecologische gevolgen van het verdwijnende ijs. Nee, voor Groenland is de opwarming in de eerste plaats een kans. Onder de dikke ijslaag die het eiland bedekt, ligt een schat aan grondstoffen te wachten op exploratie.

China, de EU en de VS kijken gretig naar het ijzererts, mogelijk ook goud en zink, uranium en zeldzame aardmetalen die cruciaal zijn voor moderne mobiele telefoons, hybride auto’s en hoogtechnologisch militair materieel. Ook hebben ze belangstelling voor de grote hoeveelheden gas en olie in de Groenlandse bodem, zowel onder het ijs, als voor de kust. En ze weten dat door de opwarming van de aarde het Noordpoolijs in hoog tempo smelt en de noordelijke zeeroutes open komen te liggen.

Uit de verkiezingsuitslag blijkt dat veel Groenlanders zich afvragen of zij in de toekomst wel genoeg profiteren van de nog verborgen rijkdom. De voortvarendheid waarmee premier Kuupik Kleist, leider van de linkse partij Ataqatigiit (14 naar 12 zetels), zijn land wilde moderniseren, gaat ze te snel. „In Groenland bestaat een tendens om zich af te sluiten van de rest van de wereld”, zei Kleist vorige week nog op een persconferentie. „Het is mijn persoonlijke ambitie om het land verder te openen. Er is geen alternatief.”

Maar lang niet alle Groenlanders bleken die opvatting te delen. Ze beseffen dat hun land nog grotendeels financieel afhankelijk is van Denemarken, dat ieder jaar een kleine 460 miljoen euro bijdraagt aan de Groenlandse begroting, bijna de helft van het totaal. Verder leveren Denen justitiële bijstand, bieden ze jonge Groenlanders de kans om (gratis) te studeren op het Deense vasteland, leveren ze gezondheidszorg, inclusief gratis ziekenhuisopname in Denemarken, en zorgen ze met hun marine voor militaire beveiliging.

In Groenland bestond grote aarzeling over een prestigeproject van het Britse bedrijf London Mining. Dat is bereid om 2,3 miljard dollar (1,7 miljard euro) te investeren in een ijzerertsmijn op 175 kilometer ten noorden van de hoofdstad Nuuk, compleet met havens, wegen en verdere infrastructuur. Het ijzererts is voor de Chinese markt en in de mijn zouden ongeveer 3.000 Chinezen komen werken – een fors aantal op een totale bevolking van slechts iets meer dan 57.000 inwoners.

Kleist had weinig begrip voor de twijfels van de Groenlandse bevolking. In een gesprek met persbureau Reuters ergerde hij zich vorige week over het „nationalistische verzet”. Hij noemde „de angst om overspoeld te worden door buitenlanders [...] schromelijk overdreven. We zijn bezig een wereldspeler te worden”, zei Kleist, die streeft naar volledige onafhankelijkheid voor Groenland.

Aleqa Hammond, de leider van Siumut en vrijwel zeker de nieuwe premier van Groenland, denkt daar heel anders over. Ze wil de band met Denemarken behouden, en vroeg zich de afgelopen weken openlijk af of Groenland wel voldoende profiteert van de komst van grote buitenlandse bedrijven. Zouden investeerders niet meer belasting moeten betalen? „Het belangrijkste probleem is dat mensen het gevoel hebben dat ze onvoldoende bij de besluitvorming worden betrokken. Waar is de stem van het volk?”, zei Hammond in een gesprek met buitenlandse journalisten. „Mensen vragen hoe het kan dat zij werkloos zijn, terwijl er massa’s Chinezen het land binnenkomen.”

Er zijn al zo’n 150 licenties uitgedeeld voor de ontginning van grondstoffen, maar tot nu toe is er maar één mijn in bedrijf genomen. Het Schotse bedrijf Cairn Energy deed tussen 2009 en 2011 acht proefboringen, maar wist geen enkele oliebron succesvol aan te boren. De Amerikaanse Geological Survey schat weliswaar dat er ongeveer 50 miljard vaten olie in de Groenlandse bodem zitten, maar erkent ook dat het gaat om „de regio met wereldwijd het hoogste risico bij de ontginning”.

Als het een keer misgaat, raken de Groenlandse vissers hun bestaansmiddelen kwijtraken – en voorlopig zijn zij nog steeds verantwoordelijk is voor 90 procent van de export.