Dus: betaal die dokter zelf maar

Gezondheid in Europa //

Nederlanders betalen nog geen 5 procent van de zorgkosten uit eigen zak Nergens anders in Europa is dat percentage zo laag Dat kan best anders, zegt de Wereldgezondheidsorganisatie vandaag

Nederlanders kunnen best meer dokterskosten zelf betalen, zonder iets terug te krijgen van hun ziektekostenverzekering. Net 5 procent van de zorgkosten betalen Nederlanders nu zelf. Nergens in Europa is dat percentage zo laag.

Mensen kunnen 15 tot 20 procent van de zorgkosten ‘uit eigen zak’ betalen, vindt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), zonder dat dat tot enorme rampen voor huishoudens leidt. Dat advies aan de regering-Rutte staat in een vandaag uitgekomen rapport over gezondheid in Europa. Het gaat over de gezondheid in de 53 landen die onder de Europese WHO-regio vallen. Behalve EU-landen horen daar ook de Russische Federatie bij en een reeks landen die vroeger bij de Sovjet-Unie hoorden en Turkije en Israël.

Het onverhulde advies om mensen meer zelf te laten betalen en dus het verzekerde pakket verder te verkleinen, valt op, want zo’n WHO-rapport is vooral een ordening van cijfers. De WHO vindt dat landen hun mensen meer zorgkosten zelf kunnen laten betalen als het land meer dan 6 procent van het bruto binnenlands product aan gezondheidszorg besteedt. Nederland haalt dat met 11,9 procent ruimschoots. Meer directe betalingen – tot een zekere grens – zijn volgens de WHO een manier om een duurzame en rechtvaardige financiering van de gezondheidszorg te bereiken.

Die out of the pocket-betalingen voor de zorg variëren nu nog enorm. In landen van de oude Sovjet-Unie moeten de inwoners al snel de helft van alle dokters-, medicijn- en ziekenhuiskosten zelf betalen. En dat zijn de landen, constateert de WHO, waar het economisch niet goed gaat en waar de staat zelf weinig bijdraagt aan de gezondheidskosten.

Nederland is toppositie kwijt

De hardste, want best meetbare toetsstenen voor de gezondheidstoestand in een land zijn nog altijd de gemiddelde levensduur en het aantal mensen per 100.000 dat jaarlijks overlijdt. Het Europese WHO-bureau geeft er eens in de drie jaar een overzicht van.

Nederlandse vrouwen worden mediaan 83,1 jaar oud. Het betekent dat de helft van de vrouwen die leeftijd haalt. De andere helft overlijdt eerder. Wat lang leven betreft is Nederland de toppositie al jaren kwijt. Vrouwen in Spanje, Frankrijk en Italië staan nu bovenaan. Hun levensverwachting nam in ruim tien jaar tijd met drie jaar toe.

Onderzoek laat zien dat vrouwen in zuidelijke landen later zijn gaan roken dan in noordelijke landen en daar nog voordeel van hebben. En dat de sociaal-economische gezondheidsverschillen er kleiner zijn. In Nederland leven de 30 procent mensen met de laagste opleiding gemiddeld zeven jaar korter dan de 30 procent hoogst-opgeleiden, schreef het SCP een jaar geleden. Dat is een fors verschil dat het gemiddelde naar beneden haalt.

De Nederlandse man staat hoger in de ranglijst. Hij mag op 79,1 jaar rekenen. Hij komt vlak na de 79,9 jaar van de IJslandse mannen die de ranglijst aanvoeren. Ook Zwitserse en Zweedse mannen leven gemiddeld een paar maanden langer.

Nederland is een van de weinige landen ter wereld waar het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen minder dan vier jaar is. Het komt doordat mannen een sprong vooruit in levensverwachting maakten. Door betere hartzorg en minder roken. Bij de vrouwen nam de levensverwachting weinig toe. In Oost-Europa is het verschil tussen de gemiddelde leeftijd die mannen en vrouwen bereiken nog vaak meer dan tien jaar.

Gezondheid is volgens een decennia-oude WHO-definitie niet alleen de afwezigheid van ziekte en gebrek, maar „een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welzijn”. Welzijn zou de WHO graag willen meten, maar verder dan het voornemen om er ‘indicatoren’ voor te gaan zoeken, komt het nieuwe rapport niet.

De Europese WHO-tak heeft concrete gezondheidsdoelen voor 2020 afgesproken. Het zijn er zes. Daar staat ‘toename van de levensverwachting’ prominent bij. Levensverlenging was een tijdje ‘uit’, omdat er meer aandacht moest zijn voor gezond oud worden en het verkleinen van de gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleid. Maar de wetenschap belooft tegenwoordig zoveel dat ouder worden niet te negeren is. De praktijk van de afgelopen jaren laat zien dat de gemiddelde leeftijd nog heel goed omhoog kan.

Gezondheid in Europa is goed

Het gaat eigenlijk heel goed met de gezondheid van mensen in Europa. De sterfte aan kanker nam bijvoorbeeld met 10 procent af, sinds de jaren tachtig, hoewel het aantal mensen met kanker met meer dan 30 procent toenam. De gezondheidszorg in Oost-Europa, die na het verdwijnen van het communisme instortte, herstelt zich. Het percentage 65-plussers in Europa gaat dan ook flink stijgen naar meer dan 25 procent in 2050.

Nog steeds gaat eenderde van de WHO-Europeanen echter voor hun 65ste dood. Dat heet voortijdige sterfte. Een van de zes doelen is om die voortijdige sterfte aan bijvoorbeeld verkeersongelukken en longkanker terug te dringen. Roken is nog steeds de belangrijkste bedreiging van de gezondheid in Europa. Duurder maken van sigaretten is „erg effectief”, schrijft de WHO, om mensen te laten stoppen met roken of er niet aan te laten beginnen. De prijs van een pakje sigaretten varieert binnen die 53 landen nog steeds van 1 tot 10 dollar.

Of dat gelijk wordt getrokken, is een kwestie van lobby en politiek beleid. Dat geldt ook voor andere gezondheidsdoelen: het terugdringen van sociaal-economische gezondheidsverschillen en de invoering van een algemene ziektekostenverzekering.