De solidariteit in de zorg is niet grenzeloos

Gezondheid in Nederland //

Wie aantoonbaar gezond leeft, zou hiervoor moeten worden beloond, staat in een gisteren gepubliceerd advies Te veel eten, te weinig bewegen, roken – je moet het ook financieel voelen

Remgeld, heet het in België, en het zal er ook hier van komen: de patiënt zal in de toekomst extra moeten betalen voor ‘onnodige’ zorg die hij gebruikt. Beter nog: die financiële bijdrage weerhoudt hem er helemaal van om gebruik te maken van onnodige zorg. En ook als zijn levensstijl medeoorzaak is van zijn ziekte, zal hij extra aan de zorgkosten moeten bijdragen. Te veel eten, te weinig bewegen, onveilig vrijen, roken – ook in financieel opzicht zal men de consequenties dan voelen.

‘Het belang van wederkerigheid’, heet het advies dat de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RvZ) gistermiddag presenteerde aan het kabinet. Ze doet een ‘appèl’ op iedereen – patiënten, verplegers, dokters, bestuurders en verzekeraars – om zuiniger om te gaan met de gezondheidszorg. Om kostenbewust te worden.

Want, zoals RvZ-beleidsadviseur Flip van Sloten het zegt: de solidariteit waar het zorgstelsel op is gebaseerd, is niet grenzeloos. „De Nederlandse curatieve zorg rijdt in een Rolls Royce. Dat blijkt uit elk internationaal onderzoek. Dat komt doordat we niemand iets weigeren of eisen stellen aan het gebruik. Andere landen doen dat wel.”

In 1950 ging 1 procent van het bruto binnenlands product naar de gezondheidszorg, in 2012 13 procent. De ‘nettobetalers’ (gezonde hogeropgeleiden) betalen relatief veel en gebruiken relatief weinig zorg. Zij zullen op termijn niet willen betalen voor de netto-ontvangers (ongezonde laagopgeleiden) waarschuwde het Centraal Planbureau onlangs.

Iedereen betaalt verplicht een maandelijkse premie: deels aan een zorgverzekeraar naar keuze, deels via het loonstrookje. Wat dat laatste betreft: hoe meer je verdient, hoe meer je betaalt. Tot een bepaald plafond. Ga je wekelijks naar de huisarts of juist nooit, krijg je zes hartoperaties of maar één – de behandeling wordt vergoed. Of je gezond leeft of niet, maakt geen verschil.

Maar er moet ‘wederkerigheid’ in het systeem komen, zegt de RvZ nu. Van Sloten: „Als de netto-betalers zien dat het geld effectief wordt besteed, wil men best solidair blijven.” De raad doet concrete voorstellen. Gezond gedrag moet beloond worden, vindt ze. De korting bij collectieve zorgverzekeringen, die worden gesloten door werkgevers en bijvoorbeeld gemeentes (voor mensen in de bijstand), moet worden gekoppeld aan gezond gedrag. Ofwel: u krijgt de korting op uw premie alleen als u aantoonbaar gezonder leeft.

Dokter moet kostenbewuster worden

De patiënt moet ook, net als vroeger, de doktersrekening te zien krijgen. Vooraf, zodat hij weet wat hij zelf moet betalen, en achteraf zodat hij ziet wat de verzekeraar voor hem heeft betaald. Ook de dokter moet kostenbewuster worden: hij moet verschillende behandelingen en de prijs ervan paraat hebben. U heeft een hartprobleem? Dan kunt u vaker wandelen en traplopen. Of u kunt pillen slikken, wat meer kost, óf we kunnen u dotteren wat veel meer kost.

Daarnaast moet de dokter, wat de RvZ betreft, expliciet tegen de patiënt zeggen wat hij van hem verwacht: u stopt met roken, anders krijgt u geen nieuwe long. Het gesprek over de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt voor zijn gezondheid moet worden vastgelegd in de richtlijnen die al bestaan voor elke behandeling.

Bestuurders moeten van de RvZ hun salaris en dat van de dokters in het jaarverslag publiceren. Onlangs bleek uit de lijst grootverdieners bij de semi-overheid dat in de zorg (ziekenhuizen, verzekeraars en de thuiszorgtop) het grootste aantal mensen werkt dat meer verdient dan de premier. „Transparantie zal ongepaste levering van zorg verminderen, de beloning van medisch specialisten en bestuurders matigen en daarmee de bereidheid tot solidariteit versterken”, schrijft de Raad.

Verder moet de overheid elk jaar expliciet aan de bevolking uitleggen waarom een bepaald percentage van het loonstrookje (inkomensafhankelijke premie) naar de zorg gaat. Nu is de verdeling een hamerstuk: het CPB berekent wat er macro aan zorg uitgegeven zal worden het volgende jaar (miljarden). De helft van dat bedrag moet van de wet via de nominale premie (vast bedrag voor iedereen) worden geïnd. De andere helft is inkomensafhankelijk en gaat via het loonstrookje. „Dat zou een politiek besluit moeten worden waarin de weging (welk deel is inkomensafhankelijk) wordt uitgelegd. Dat hoeft niet altijd 50-50 te zijn.”