De laatste blondine van Alfred Hitchcock

Twee nieuwe films over Alfred Hitchcock gaan over zijn troebele relatie met vrouwen. Heeft ‘The Girl’ gelijk?

Anthony Hopkins als Hitchcock

Onlangs dook een nieuwe website op: savehitchcock.com. Red Hitchcock? Van wie of wat dan wel? Niet van de vergetelheid, zoveel is zeker. Deze week gaat de speelfilm Hitchcock in roulatie, waarin de ‘Master of Suspense’ anno 1960 Psycho draait en tegelijk zijn innerlijke demonen en echtgenote Alma confronteert. Vorig jaar was er de tv-film The Girl, waarin hij in de clinch ligt met de laatste echte Hitchcock-blondine, Tippi Hedren, tijdens de opname van The Birds en Marnie (1963 en 1964).

Het is weinig dode regisseurs gegeven: onderwerp zijn van twee ‘biopics’ in zo’n kort tijdbestek. Maar terwijl niemand zich een buil viel aan de tandeloze Hitchcock, wekte The Girl grote woede bij Hitchcockfans. Karaktermoord, zo heet het.

The Girl werd gemaakt met de zegen van actrice Tippi Hedren en biograaf Donald Spoto, zwart schaap sinds The Dark Side of Genius: The Life of Alfred Hitchcock uit 1983. Dat boek werd ervaren als dolkstoot – Hitchcock had Spoto vaak in vertrouwen genomen – en als de zoveelste ontluisterbiografie in een tijd dat het mode was om iconen als Elvis of Marilyn Monroe te besmeuren.

Maar wie de kritieken van toen terugleest, merkt dat die Spoto’s expertise, research of zelfs interpretatie nauwelijks in twijfel trekken. Eerder struikelde men over Spoto’s vragen, toon en scherpe oordeel. Zo onderschreef The Times indertijd dat Hitchcock zijn ‘ontdekking’ Tippi Hedren had vernederd, of zelfs seksueel geïntimideerd. Maar dat liederlijke gedrag van de meester in zijn herfstdagen moest eerder een „droeve aanleiding voor meegevoel” zijn dan voor „puriteinse horreur”.

Tenzij je Tippi Hedren heet natuurlijk.

Auteur en poseur

Donald Spoto vindt tegenspraak bij biograaf Tony Lee Moral, die op de website savehitchcock.com getuigenissen van medewerkers en Hitchcock-blondines optekent, zoals Kim Novak (Vertigo) die „Hitch nooit bizar zag doen”, of Eva Marie Saint (North by Northwest) die slechts „ultiem respect, vriendelijkheid en humor” ervoer.

Waarover is men het oneens? Niet over Hitchcocks genie als filmmaker. Sinds de jonge honden van de Franse nouvelle vague hem eind jaren vijftig al op het schild hesen als ‘filmauteur’, en zeker nadat academici in de jaren zeventig van Hitchcockologie welhaast een tak van wetenschap hadden gemaakt, is over geen filmmaker méér geschreven. Vorig jaar kozen ’s werelds filmcritici Vertigo (1958) nog tot beste film aller tijden.

Ook is het niet de kwestie of Hitchcock een aardig mens was. Op zijn best is hij een victoriaans gentleman, op zijn slechtst een gereserveerde, vrekkige snob met sadistische neigingen. Niet voor niets wordt hij in de nieuwe films vertolkt door Anthony Hopkins en Toby Jones, specialisten in verknipte personages. Alfred Hitchcock was een eenzame, angstige man die ooit zei „niet bang te zijn voor dit of dat, maar voor alles en iedereen”. De kalme boeddha die op lijzige toon macabere of schuine anekdotes debiteert, was een façade.

Hitchcock bouwde zichzelf op tot merk en logo: een silhouet van een sneeuwpop, zwart-wit tenue, de broek tot het borstbeen opgetrokken. Zijn mythe groeide uit talloze cameo’s, inleidingen of interviews waarin hij journalisten aforismen en brokjes zelfanalyse toewierp. De eeuwige schooljongen die zijn angsten wegvrat, zijn sensualiteit verstopte in een harnas van vet, zijn seksuele frustratie sublimeerde in voyeurisme, fetisjisme en sadistische fantasieën over koele, onbereikbare blondines: het beeld is grotendeels door hemzelf opgebouwd. Zijn werk is ‘zelfonthullend’, zeker met alter ego James Stewart in de hoofdrol: moordexpert in Rope, manipulerend vader in The Man Who Knew too Much, voyeur in Rear Window, minnaar geobsedeerd door een fantasievrouw in Vertigo.

Acteurs lieten hem onverschillig, actrices obsedeerden hem. Als zij dat toelieten, behandelde Hitchcock ze als paspoppen, onderwees ze, schokte ze met schuine moppen, controleerde hun privéleven. Kleden, kappen, opmaken en kneden totdat ze zijn ideaal van de blonde, rijzige, ongenaakbare ijsprinses benaderden. Die hij dan in zijn films onder het devies ‘torture the women’ belaagde, vernederde of drogeerde tot ze hulpeloos waren.

The Girl

Hitchcocks hang naar controle stuitte eind jaren vijftig al op verzet van actrice Vera Miles, die uit de gratie raakte nadat ze zonder zijn toestemming zwanger was geworden. Maar met zijn laatste obsessie, Tippi Hedren, liep het echt fout. Om haar draait de controverse, The Girl is haar relaas. Hitchcock, barstend van zelfvertrouwen na Psycho, ontdekte het 31-jarige Zweedse model in reclamefilmpjes. Gebrek aan acteerervaring zag hij als pré: „Ze hoeft niets meer af te leren.” Hedren was van haar kant als alleenstaande moeder verguld met een zevenjarig contract voor 500 dollar per week. Hitchcock schonk haar in februari 1961 in Chasen’s Restaurant een broche van een vogel: de hoofdrol in The Birds.

Daarna liep het mis. Hitchcocks lessen, champagne drinken, smoezelen, dineren en isoleren: het ging Hedren benauwen, ze probeerde hem te ontwijken. Waarna hij zijn wil oplegde: hij liet Hedren volgen en haar handschrift analyseren, fluisterde vieze limericks in haar oor, probeerde een tongzoen op de achterbank van een auto, niet uit lust, maar om roddels de wereld in te helpen, denkt Hedren. Tijdens The Birds folterde hij haar met een dagenlange, slopende scène met fladderende vogels die haar bijna een oog kostte.

Dat lijkt sterk: een regisseur van een miljoenenfilm die een hoofdrolspeler in gevaar brengt. Hitchcock vroeg Hedren opnieuw in Marnie: over miljonair Mark Rutland (Sean Connery) die de frigide kleptomaan Marnie trouwt, hoewel zij hem afwijst. „Je houdt niet van mij. Ik ben alleen maar iets wat je gevangen hebt”, klaagt Marnie. Hitchcock ontsloeg scenarist Evan Hunter toen die weigerde een scène te schrijven waarin Rutland Marnie via een verkrachting onderwerpt. „Als hij hem in haar steekt, wil ik de camera recht op haar gezicht”, citeert Hunter hem.

De laatste druppel was een treiterig bevel om voortaan seksueel beschikbaar te zijn. Hedren vertrok met slaande deuren, waarna Hitchcock haar aan haar contract hield en ze jarenlang niet aan de bak kwam.

Laatste obsessie

Tot zover Tippi Hedren. Actrice Veronica Cartwright (The Birds) denkt nu dat ze de zaak uit proporties blies: haar loopbaan strandde niet door sabotage, maar door gebrek aan talent. Hedrens kapster stelt dat ze met Hitchcock had moeten spelen zoals Ingrid Bergman, die hem om haar vinger wond met roddels over haar liefdesleven. Actrice Louise Latham (Marnie): „Maakt een kerel avances, dan weet een slimme vrouw daar raad mee.” Hedren was te onschuldig, maar ook te ambitieus om echt een streep te trekken.

Het is geen verdediging waarmee je anno 2013 wegkomt bij een rechtszaak wegens ongewenste intimiteiten. En als Hitchocks werk zelfonthullend is, dan pleit Marnie voor Hedrens relaas. Hoe dan ook: na Hedren brak iets in Hitchcock. Zijn latere werk is futloos en oubollig – Torn Curtain, Topaz, Family Plot – of naargeestig misogyn: Frenzy.

Wie is Alfred Hitchcock? Kwestie van camerastandpunt wellicht. De kil manipulerende creep van The Girl sluit de smachtende lobbes van Hitchcock niet uit. Volgens Eva Marie Saint was elke Hitchcock-blondine „tijdelijk met hem getrouwd”. En is elk huwelijk anders.