Zaken die privé zijn

Advocaat >

Het zwijggeld is betaald na pure afpersing en hoort aftrekbaar te zijn voor de belastingen

< Rechtbank Breda

Het zwijggeld is niet aftrekbaar omdat de seksuele relatie werd aangegaan in de privésfeer

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: bedrijfskosten.

Hoe geef je een positieve draai aan afpersing? Een Limburgse advocaat doet een poging. Hij heeft een seksuele relatie met een cliënt, maar als de relatie na een tijdje bekoelt, dreigt de vrouw de verhouding bekend te maken. De advocaat vreest voor zijn reputatie en betaalt de vrouw zwijggeld. Het gaat om forse bedragen: het ene jaar 112.500 euro en twee jaar later nog eens 53.280 euro.

De man bedenkt een creatieve oplossing om de schade te beperken. Hij voert de betalingen op als ondernemingskosten, die hij aftrekt van zijn inkomen uit werk en woning. Hij heeft tenslotte het zwijggeld betaald om de reputatie van zijn kantoor te redden.

De belastinginspecteur accepteert de aftrek niet. Volgens hem ligt de betaling in de privésfeer en heeft deze niets te maken met de normale bedrijfsvoering van een advocatenkantoor.

De advocaat procedeert in 2011 tot aan de Hoge Raad over de vraag of hij het bedrag van 112.500 euro mag aftrekken als ondernemingskosten. Hij stelt dat hij het geld onder dwang heeft betaald, als afkoopsom om alle banden met de vrouw te verbreken.

Hij wordt door de rechtbank Breda, het hof Den Bosch én de Hoge Raad in het ongelijk gesteld, maar dat weerhoudt hem niet van een nieuwe procedure voor de Bredase rechtbank over het bedrag van 53.280 euro. Deze keer is het anders, vindt de advocaat. Het gaat nu namelijk niet om een afkoopsom, maar om pure afpersing, waarbij de reputatie van zijn kantoor op het spel staat.

De rechtbank laat zich niet overtuigen. In de recent gepubliceerde uitspraak (LJN: BZ2780) herhaalt zij haar eerdere woorden, die voor een rechterlijke overweging verrassend direct zijn: „Indien een advocaat een seksuele relatie aangaat met een van zijn cliënten, vindt dit niet plaats binnen de kaders van de zakelijke verhouding die een advocaat met zijn cliënt(e) onderhoudt. Het aangaan van een dergelijke relatie is het toegeven aan of streven naar persoonlijke behoeftebevrediging, hetgeen uitsluitend plaatsvindt in de privésfeer […].”

De advocaat heeft op alle fronten verloren: hij loopt een grote aftrekpost mis en hij heeft astronomische bedragen betaald om de affaire geheim te houden, waarna hij alsnog openlijk over de zaak is gaan procederen.

In bepaalde gevallen kunnen kosten voor rechtsbijstand overigens wél worden opgevoerd als aftrekbare ondernemingskosten, zelfs als de ondernemer de rechtszaak aan zichzelf heeft te wijten. In een uitspraak van 21 februari 2003 (LJN: AF7076) stelde het hof Leeuwarden een internist in het gelijk, die een relatie had met een van zijn patiënten. Hij werd door haar beschuldigd van seksueel misbruik en was daarvoor in een civiele procedure ook veroordeeld. Het hof vond dat de juridische kosten die de arts had moeten maken niet los konden worden gezien van de arts-patiëntrelatie die daarvoor had bestaan. Omdat er duidelijk een causaal verband was met zijn internistenpraktijk, mocht hij de kosten voor rechtsbijstand aftrekken als ondernemingskosten.

Een jaar later scherpt hetzelfde hof de regel wel weer aan. De hoofdregel is dat een arts, die bij de uitoefening van zijn beroep schade toebrengt aan een patiënt, deze schadeplichtigheid mag opvoeren als ondernemingskosten. Maar als de schade in de privésfeer ligt, zoals bij een seksuele relatie, kan volgens het hof „bezwaarlijk worden volgehouden dat dit plaatsvindt binnen de kaders van de tussen arts en patiënt bestaande geneeskundige behandelingsovereenkomst”. Van aftrekbare kosten is dan dus geen sprake meer.

Tips? Mail naar ecorecht@nrc.nl