Turks-Duitse spanningen na brand

De Duitse politie onderzoekt een brand die aan een Turkse vrouw en zeven kinderen het leven kostte. Turkije volgt het onderzoek met argwaan.

Een brand waarbij een veertigjarige moeder en zeven van haar kinderen om het leven komen, is een tragedie. Als die brand in Duitsland plaatsheeft en de slachtoffers zijn Turks, zoals afgelopen zondag in het stadje Backnang bij Stuttgart, dan is het drama al snel ook een politiek beladen onderwerp dat de diplomatieke relaties met Turkije onder grote spanning zet.

De Turkse president Abdullah Gül eiste gisteren dat er een diepgravend onderzoek komt naar de oorzaak van de brand. „Alle opties moeten worden opengehouden,” zei Gül tegen Turkse media. Ankara stuurde de Turkse ambassadeur en de Turkse consul naar de plek des onheils om duidelijk te maken dat het land het onderzoek met argusogen zal volgen. Ook de oppositionele Republikeinse Volkspartij stuurt een delegatie naar Duitsland met de opdracht het voorval te onderzoeken.

Bondskanselier Angela Merkel (CDU) zegt „ten diepste geschokt te zijn” door de brand. Maar Duitsland heeft zich de argwaan van de Turken in de afgelopen twintig jaar zelf op de hals gehaald door een reeks van racistische moordaanslagen en incidenten, waarvan de aard aanvankelijk werd ontkend.

In 1992 en 1993 vielen er in totaal zeven doden bij tegen Turken gerichte brandaanslagen door neonazi’s in Mölln en Solingen. En volgende maand staan in München leden terecht van de extreemrechtse terreurcel Nazionalsozialistische Untergrund (NSU), verdacht van negen moorden op Turkse restauranthouders tussen 2000 en 2006. Aanvankelijk betitelden de Duitse autoriteiten deze aanslagen als de ‘Dönermoorden’ omdat zij er vanuit gingen dat het ging om onderlinge afrekeningen in de Turkse onderwereld.

Zondag zei de politie dat de brand in Backnang geen racistische achtergrond had. De politie gaat er, volgens de Süddeutsche Zeitung, vanuit dat de brand veroorzaakt kan zijn door kortsluiting vanwege een defecte elektriciteitsvoorziening in het huis.

Een zoontje van elf, dat de brand overleefde omdat hij afgelopen weekeinde bij een tante logeerde, riep gisteren bij het huis dat zijn moeder keer op keer gevraagd had aan de huiseigenaar om iets te doen aan de elektriciteit. De vader overleefde de brand omdat hij sinds kort van zijn vrouw gescheiden is.

Overigens was in mei 2010 een huis in Backnang dat bewoond werd door verschillende Turkse gezinnen doelwit van een extreemrechtse brandaanslag. Op de muur van dat huis waren hakenkruisen gekalkt en de tekst (met spelfout): „Jetst alle sterben” – Nu allemaal sterven.