Strikt pardon voor asielkind doet ook pijn

Kinderpardon

Asielkinderen die vijf jaar in Nederland wonen, krijgen een verblijfs-vergunning Maar ook met deze nieuwe regels vallen er kinderen buiten de boot Vandaag debatteert de Kamer over het kinderpardon

Joël Voordewind wil niet ál te negatief doen. Allereerst is het Tweede Kamerlid van de ChristenUnie „ontzettend blij” dát er nu een regeling is voor gewortelde asielkinderen, benadrukt hij. „Een hele opluchting dat er voor die ongeveer achthonderd kinderen nu een oplossing is.”

VVD en PvdA spraken in hun regeerakkoord af dat er een overgangsregeling zou komen voor asielkinderen die ten minste vijf jaar in Nederland hebben gewoond. Zij komen, onder strikte voorwaarden, in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Ook komt er een definitieve regeling voor nieuwe gevallen.

Alleen: waar politici grenzen trekken, ontstaan vanzelf grensgevallen. Ook met deze nieuwe afspraken blijven er jongeren over die wel al jaren in Nederland wonen, hier naar school gaan, hier hun leven hebben, maar desondanks niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking komen. En dus zegt Voordewind: „Ik hoop dat de staatssecretaris daar serieus naar wil kijken.” De Tweede Kamer spreekt vanavond over dit onderwerp met staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD).

Voordewind is van begin af aan betrokken bij de gewortelde asielkinderen. Samen met de PvdA kwam hij in de zomer van 2011 met een voorstel om hun een verblijfsvergunning te geven. Doel was onder andere om een einde te maken aan willekeur in beleid. Want waar media-aandacht voor bijvoorbeeld het Afghaanse meisje Sahar en de Angolese jongen Mauro doorslaggevend bleek voor de politiek om hen te laten blijven, was een verblijfsvergunning voor anderen die de media niet wisten te halen, niet weggelegd.

De criteria zoals die nu op papier staan, helpen de willekeur niet helemaal uit de wereld, vinden de meeste oppositiepartijen en organisaties die voor asielzoekers opkomen. Zij vinden het onterecht dat sommige categorieën jongeren buiten de regeling vallen. Zo is de leeftijdsgrens voor de overgangsregeling op 21 jaar gezet. Voordewind: „Terwijl iemand van 22 of 23 jaar hier net zo goed thuishoort. Zij zijn nu de dupe van het feit dat de politiek hier zo lang over gepraat heeft – als het in Den Haag eerder was geregeld, waren zij óók onder de regeling gevallen.”

Ook GroenLinks wil graag dat Teeven nog eens naar de leeftijdsgrens kijkt. Als die omhoog zou gaan naar 25 jaar, zou de groep jongeren waarover discussie zou kunnen ontstaan, echt tot bijna nul teruggebracht zijn. Want iedereen die ouder is dan 25 jaar én hier al vijf jaar woonde voor zijn achttiende, zou al onder het generaal pardon zijn gevallen dat in 2007 werd afgekondigd.

Wat de oppositie vindt, doet ertoe, weet Linda Voortman van GroenLinks: minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem moet nog op zoek naar steun voor zijn begroting van volgend jaar. VVD en PvdA hebben in de senaat geen meerderheid, en dus kan het van pas komen om goodwill te kweken op immateriële terreinen. Voortman: „Als Teeven hier soepel mee om zou gaan, zou dat nou eens echt een gebaar zijn.”

Carla van Os van kinderrechtenorganisatie Defence for Children noemt nog twee categorieën kinderen die volgens haar binnen de criteria zouden moeten vallen. Ten eerste de kinderen van ouders die worden verdacht van oorlogsmisdaden. Dat is maar een kleine groep, schat Van Os, maar zij vindt dat kinderen niet moeten boeten voor de fouten van hun ouders. „Foute kinderen bestaan niet.” Plus de gewortelde kinderen van ouders die geen asiel hebben aangevraagd, maar een ander soort vergunning. Dat is de keuze van de ouders geweest, niet van de kinderen, zegt ze. „Het gaat in tegen het kinderrechtenverdrag om kinderen vanwege gedrag van hun ouders te discrimineren.”

Het kinderpardon blijft ook bínnen de coalitie een gevoelig onderwerp, en staat steeds op de onderhandelingsagenda. De PvdA probeert die criteria steeds verder op te rekken.

Eind januari versoepelde Teeven op verzoek van PvdA-woordvoerder Khadija Arib de voorwaarden al. De coalitie mikte erop dat ongeveer achthonderd kinderen plus hun gezinnen zo’n vergunning krijgen. Maar onder de afspraken zoals Teeven die in de ministerraad had gemaakt, zou dat aantal niet haalbaar zijn. Daarom liet Teeven kinderen die werden geboren terwijl de ouders al waren uitgeprocedeerd, nu toch ook onder de regeling vallen. En ouders en kinderen mogen vasthouden aan hun identiteit, ook als ze die niet kunnen bewijzen. Zo zou de achthonderd wel gehaald worden.

Vandaag wil de PvdA opnieuw dat Teeven zich milder opstelt. In de huidige voorwaarden staat dat alleen jongeren die steeds onder toezicht van het Rijk zijn gebleven, in aanmerking komen. In de praktijk zijn het vaak gemeenten die uitgeprocedeerde jongeren na hun achttiende onder hun hoede nemen, en niet de rijksinstanties. Daarom wil Khadija Arib dat Teeven de gemeenten ook als ‘toezichthouder’ erkent. „En ik ga ervan uit dat Teeven naar een meerderheid van de Tweede Kamer luistert.” SP, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie steunen haar; meer dan genoeg voor een meerderheid.

Formeel hoeft Teeven helemaal geen meerderheid in Tweede en Eerste Kamer te regelen voor dit plan. Deze pardonregeling is geen wetsvoorstel, maar een aanpassing van de zogeheten Vreemdelingencirculaire. Maar als de staatssecretaris strikt blijft, zullen de individuen van de willekeur vanzelf weer de media halen, en zal Teeven net als zijn voorgangers onder druk komen te staan. Want, zegt Carla van Os, zij heeft met advocaten en wetenschappers om de tafel gezeten om rechtszaken voor te bereiden. „We laten alle kinderen die in aanmerking zouden moeten komen voor het pardon, maar er dus toch buitenvallen, een aanvraag doen. Als ze worden afgewezen dan gaan we voor hen naar de rechter. Voor hen allemaal. Stuk voor stuk. Tot er eentje wordt toegelaten. Dan vormt die de basis voor de rest.”