Ssst...daar komt een agent

Vanavond praten artsen en justitie over het medisch beroepsgeheim Sinds de schietpartij in Alphen aan den Rijn staat het ter discussie Had Tristans psychiater justitie moeten waarschuwen?

Bart Bruijn is huisarts in het Zuid-Hollandse Streefkerk. Afgelopen jaar is hij twee keer door de politie benaderd met de vraag of één van zijn patiënten een wietplantage heeft thuis. Bruijn ging er niet op in. „Ik hoor toch niet bij het opsporingsapparaat?”

Sander de Hosson is longarts in Assen. Hij had eens een patiënt met een ingeklapte long door een messteek. De politie kwam naar het ziekenhuis en wilde weten wanneer zijn patiënt zou worden ontslagen. Na overleg met collega’s besloot hij de politie niet in te lichten. „Daar hebben we geen vrienden mee gemaakt. Maar de vertrouwensrelatie met de patiënt gaat boven alles.”

Komt een agent bij de dokter, heet de bijeenkomst vanavond voor dokters in Noord-Holland. Op initiatief van artsenorganisatie KNMG praten ze met elkaar en met justitie over de vraag wanneer ze het medisch beroepsgeheim zouden moeten schenden.

Tristan van der V.

De discussie begon al anderhalf jaar geleden, na de schietpartij in Alphen aan den Rijn. Tristan van der V. had wapens en een wapenvergunning van de politie; zijn ouders en hulpverlener wísten dat hij fantaseerde over schietpartijen. Op 9 april 2011 schoot hij zes mensen dood, verwondde er zeventien en pleegde zelfmoord. De psychiater had de politie moeten waarschuwen en dus zijn beroepsgeheim moeten schenden, concludeerden opiniemakers en publiek achteraf. De discussie werd verder gevoed door fraude van bemiddelingsbureaus en patiënten met persoonsgebonden budgetten die worden betaald uit de volksverzekering AWBZ. Justitie kon niet in de medische dossiers kijken om te zien of patiënten die hulp inderdaad nodig hebben.

En dan is er de arts die zelf een ernstige fout maakt, en die zich kan verschuilen achter het medisch beroepsgeheim wanneer er vragen van buiten komen. Officier van justitie Marjolein van Eykelen, die medische zaken behandelt, klaagde er recentelijk over bij een bijeenkomst over patiëntveiligheid. Dat sommige artsen in die positie het beroepsgeheim gebruiken om zichzelf en collega’s te beschermen, en níét de patiënt.

Ook politici zeggen dat artsen het beroepsgeheim te nauw interpreteren. In januari schreef minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) dat „iemand die fraudeert met voorzieningen uit algemene middelen de bescherming van het medisch beroepsgeheim niet hoort toe te komen”. Haar partijgenoten Anne Mulder en Michiel van Veen, beiden Kamerlid, bepleiten dat het beroepsgeheim wordt versoepeld voor artsen wier naaste collega een ernstige (en mogelijk strafbare) medische fout heeft gemaakt.

Onzinnig, vindt huisarts Bart Bruijn. „De conspiracy of silence die artsen zouden hebben, bestaat niet. Volgens mij verlinken we elkaar gewoon als er iets ernstigs is misgegaan. We nemen onze verantwoordelijkheid. En bovendien: de rechter is al lang bevoegd informatie van een dokter te krijgen als hij dat nodig acht.”

Het beroepsgeheim is heilig voor dokters, zeggen De Hosson en Bruijn. Het bestaat al 2.500 jaar, sinds Hippocrates de eed voor medici opstelde. Bruijn: „De patiënt moet er blind op kunnen varen dat ik niets aan anderen vertel over zijn ziekte, medicatie of gesprekken die we voeren. Het beroepsgeheim doorbreek je alleen als derden ernstig schade lijden als je het níét doet. Dat is een moeilijke afweging in een conflict van plichten. Dat doe je nooit als solist.”

Er is een ander argument om de verwarde patiënt met agressieve gedachten niet aan te geven bij de politie, zegt Bruijn: „Dan komen ze niet meer. Het ís al een wonder dat een psychiatrisch patiënt vrijwillig bij de dokter komt, want ze wantrouwen meestal iedereen.” Bruijn had zelf een patiënt die langzaam psychisch instabieler werd en van wie men in het dorp zei dat hij wapens had. „Ik heb dat nergens gemeld. Uiteindelijk heeft die man op advies van zijn moeder zijn wapenvergunning ingeleverd.”

Vermoeden van kindermishandeling

En toch. De KNMG moedigt artsen sinds een jaar aan om ouders en kinderen bij een vermoeden van kindermishandeling te melden bij het het AMK, het meldpunt van Bureau Jeugdzorg. Kinderarts Jan-Peter Rake in Groningen vindt dat terecht. „Bij mishandeling of seksueel misbruik is het geen lastige discussie, gewoon melden. Bij subtieler misbruik, bijvoorbeeld geestelijke mishandeling tijdens een vechtscheiding, is het lastiger. De afweging is dan: in hoeverre lijdt dit kind als je niks doet omdat je het beroepsgeheim respecteert?”

Huisarts Bruijn vindt óók dat hij een ernstig vermoeden van kindermishandeling moet melden bij het AMK. „Nadat ik de ouders heb ingelicht. Kindermishandeling is alleen vaak zo lastig te herkennen. Ook voor de huisarts. Als een ouder en kind heel vaak komen, dan krijg ik wel argwaan. Maar je gaat het pas melden als je het heel zeker weet.”

Er is nog een reden om het beroepsgeheim niet te schenden. De dokter kan er tuchtrechterlijk voor worden veroordeeld. Een orthopeed (bottenchirurg) vertelt dat hij weleens bij de rechter-commissaris heeft gezeten. „Een patiënt had me uitgelegd wat de toedracht van zijn ongeluk was. Dat wilde de politie weten, maar ik zei niets. Toen moest ik naar de rechter-commissaris. Ook daar zei ik niets. Ik kon niet overzien wat de gevolgen van het schenden van mijn beroepsgeheim zouden zijn.”