Schijt

Als Arnhemmer van geboorte volg ik het nieuws uit de Gelderse hoofdstad met meer dan gemiddelde interesse. Zaterdagnacht mocht een camerateam van Nieuwsuur op pad met het Openbare Orde Team (OBT) van plaatselijke politie, een Arnhemse uitvinding waar veel interesse voor bestond uit de rest van het land. Sinds het OBT bestond was er eigenlijk geen uitgaansgeweld meer in Arnhem. Het geheim: overal camera’s en vooral Henk Heil, negentig kilo zero tolerance met een sik en een snor.
Henk sprak ‘Ernums’, een prachtig dialect waarin de ‘a’ verandert in een ‘e’, de ‘t’ wordt ingeslikt en het woord ‘schijt’ veelvuldig voorkomt. Voor Nieuwsuur reden om de reportage te ondertitelen.

Ik weet niet of het door de aanwezigheid van de camera’s van Nieuwsuur kwam – ik vrees van niet – maar voor Henk en zijn collega’s was iedere passant een potentiële verdachte.

We zagen Henk en collega Fabian een eerste ronde door het uitgaansgebied maken. Henk, breeduit lopend, voorop. Ze spraken een Marokkaan uit Ede aan, Henk had ’m al vaker ‘in de smiezen’ gehad.

De Marokkaan: “Rustig, we doen niets. We gaan zo terug naar Ede.”

Henk: “Wat zeg je nou? He-je schijt aan ons?”

De Marokkaan: “Nee, ik heb schijt aan iedereen hier.”

Henk: “Je moet gewoon je gemak houden, joh. Met je grote bek.”

De Marokkaan uit Ede: “Is goed.”

Henk duwde de jongen tegen de borst.

“Je bent niet in Ede. Hee, je bent niet in Ede. Koekenbakker!”

De Marokkaan uit Ede: “Je hoeft me niet aan te raken, hoor.”

Henk: “Als ik dat wil, doe ik dat jongen. Je moet niet zeggen: ik heb schijt aan iedereen hier. Dan heb je ook schijt aan mij. En dat pik ik niet.”
Even later werd een wildplasser bekeurd. “Broek effe dichtmaken, eens even kijken… Hoeveel was het ook alweer…. 130 plus zeuven euro administratie…”
De wildplasser: “Dat hebben jullie weer goed verdiend.”

Het hoogtepunt kwam toen Henk een melding kreeg van onrust bij discotheek Club 8.

Henk tegen een collega: “We gaan het effe serieus aanpakken daar…” We wisten inmiddels wat dat betekende.

Ze gingen er met een man of tien op af, waarvan er een zich galopperend op een paard een weg baande door het uitgaanspubliek. “Ga aan de kant! Weg! Aan de kant, zeg ik.”

Een meisje van een jaar of zestien – wat ze had gedaan bleef onduidelijk – werd door vier agenten weggevoerd. “Ik doe niks, meneer. Alsjeblieft.”

Daar had Henk schijt aan.

Een collega van Henk schopte een iets te enthousiaste omstander.

“Doorlopen en wegwezen…”

De jongen: „Waarom schop je mij?”

De schoppende agent: “Die kant op, laatste kans.”

Arnhem is weer veilig, we weten nog niet hoe blij we moeten zijn.