Rode schoenen in alle maten voor de paus

Het conclaaf begint vanmiddag op het oog zoals acht jaar geleden: een lange stoet kardinalen, herkenbaar aan de rode bonnet op hun hoofd, gaat zingend op weg naar de Sixtijnse Kapel om een paus te kiezen. Maar er zijn enkele frappante verschillen.

De oude paus zit maar op een uurtje rijden

De laatste zes eeuwen is het niet voorgekomen dat een paus werd gekozen terwijl zijn voorganger nog niet dood is. Emeritus-paus Benedictus XVI zit maar op een uur rijden buiten het Vaticaan op het pauselijke buitenverblijf. Wat betekent dat voor het conclaaf? In elk geval was er in de aanloop meer tijd voor debat: uitgebreide rouw was niet nodig. Bovendien kon de discussie opener zijn, zonder de last van het motto ‘over de doden niets dan goeds’. Er zijn geen aanwijzingen dat de afgetreden paus zich heeft bemoeid met de beraadslagingen over zijn opvolger. Maar zijn revolutionaire besluit af te treden kan kardinalen wel aanzetten tot andere besluiten zonder precedent.

De favoriet onder de

papabili loopt niet ver voor

Een oude Romeinse wijsheid zegt dat wie als paus het conclaaf ingaat, er als kardinaal uitkomt. Met andere woorden: favorieten leggen het af. Dat moet gebaseerd zijn op de ervaringen van eeuwen geleden, want bij recentere pausverkiezingen was er wel een favoriet die ook paus werd. Om te beginnen met Joseph Ratzinger zelf: die begon in 2005 als deken van het College van Kardinalen al aan het conclaaf met een voorsprong. Uiteindelijk werd Ratzinger na vier stemmingen paus Benedictus XVI. Maar ook Pius XII (in 1939), Paulus VI (in 1965) en Johannes Paulus I (in 1978) waren als favoriet aan het conclaaf begonnen. Johannes XXIII (1958) en Johannes Paulus II (1978) stonden in de top vijf aan het begin van het conclaaf. Ook nu zijn er favorieten, aartsbisschop Scola van Milaan voorop. Maar zijn positie aan het begin van het conclaaf lijkt minder sterk dan die van zijn voorgangers. „De openingsrondes in 2005 werden een ja of nee tegen Ratzinger”, schreef vaticanist John Allen van de National Catholic Reporter. „Nu lijkt er niet één zo’n ijkpunt te zijn.”

Simpele meerderheid van stemmen is niet genoeg

Bij eerdere conclaven werd een impasse doorbroken doordat na 34 stemrondes een simpele meerderheid van stemmen voldoende was. Benedictus XVI heeft dat teruggedraaid. In alle stemrondes is nu een tweederde meerderheid nodig, wat met 115 kiesgerechtigde kardinalen neerkomt op 77 stemmen. Mocht het zover komen (wat lang niet meer gebeurd is), dan gaat het na de 34ste stemronde tussen de twee koplopers.

Kardinalen hebben nu smartphones

Acht jaar geleden gebruikten kardinalen al mobieltjes. Een Duitse kardinaal wist nog voordat Joseph Ratzinger op het balkon verscheen als paus, dit nieuws al naar buiten te sms’en. Maar het draadloze internetverkeer heeft nu zo’n vlucht genomen dat extra maatregelen nodig zijn. Kardinalen mogen niet twitteren of anderszins hun smartphone gebruiken. Rondom de Sixtijnse Kapel en het Huis van de Heilige Martha wordt draadloos internet actief gestoord. En de kardinalen zitten op een speciaal ingebouwde telecombestendige vloer.

Na een dunne paus wil men nu weer een dikke

Anders dan in 2005 lijkt dit keer een oude wijsheid van kracht: na een dikke paus komt een dunne paus. Met andere woorden: de nieuwe man wil het anders doen. Benedictus was jarenlang de rechterhand van Johannes Paulus II. Paulus VI werd gekozen om door te gaan op de koers die Johannes XXIII met het Tweede Vaticaanse Concilie had uitgezet. Nu klinkt de roep om een sterkere bestuurder dan Johannes Paulus en Benedictus, en een meer bezielende paus dan Benedictus. Ook eerder was er behoefte aan een breuk. Karol Wojtyla was ‘nog maar’ 58 toen hij in 1978 paus werd. Dat hij skiede en zwom was een gewaardeerd selling point na de zwakke gezondheid van zijn voorganger. Maar sommige kardinalen vinden het niet goed voor de kerk als een paus het meer dan een kwart eeuw kan volhouden, zoals Johannes Paulus II. Een te jonge paus, waarschuwen zij, wordt van Zijne Heiligheid Zijne Eeuwigheid. Benedictus XVI heeft dan wel laten zien dat een paus kán aftreden als hij zijn werk niet meer goed kan doen, maar niet dat hij móet aftreden.