'Labelen' van producten is pure symboolpolitiek

Minister Timmermans wil producten uit de Israëlische nederzettingen ‘labelen’. Maar dat werkt niet, meent Ronny Naftaniel.

Het voorstel van minister Timmermans om producten uit de Israëlische nederzettingen van een betere herkomstaanduiding te voorzien, heeft in Israël tot heftige reacties geleid. Vice-premier Yishai noemde het „vreemd dat Nederland geen stappen onderneemt om Joden, die tijdens de Tweede Wereldoorlog alles verloren hebben volledig te compenseren, maar het wel nodig vindt Joodse producten van een stempel te voorzien”.

Yishai gaat met die uitspraak alle perken te buiten. Niet alleen heeft Nederland wel degelijk het nodige gedaan om berooide Joden te helpen, hij miskent ook dat het hier om een legitieme poging gaat het nederzettingenbeleid aan te pakken. Met anti-Joodse maatregelen heeft Timmermans’ voorstel niets te maken. Het is symboolpolitiek, die weinig bijdraagt aan nieuw vredesoverleg tussen Israël en de Palestijnen.

Timmermans’ maatregelen behelzen geen boycot van de producten uit de nederzettingen. Dat kan ook niet, want sinds 2004 hebben Israël en de EU een associatieovereenkomst die stelt dat goederen uit de nederzettingen gewoon de EU binnen kunnen komen, maar dat daar wel hogere invoerrechten over geheven worden. Het nu, zonder een daartoe strekkende Veiligheidsraadresolutie, illegaal verklaren van die goederen zou Europa feitelijk in de rol van jarenlange heler hebben geplaatst.

Timmermans beoogt een betere consumentenvoorlichting. Goed labelen geeft kopers in de supermarkt de mogelijkheid om, als ze dat willen, producten uit de nederzettingen te weren. De vraag is echter wat Israël daarvan merkt. Het overgrote deel van de producten uit de Westbank en de Golanhoogte komt op de Israëlische markt zelf terecht.

Het aandeel uit de nederzettingen van Israëls totale export is slechts 1 procent, dus de kans dat je in de schappen van Albert Heijn zo’n artikel tegenkomt is zeer gering. Bovendien mag je niet uitsluiten dat bij een betere herkomstaanduiding sommige kopers juist op deze producten afkomen. Niet iedere Nederlander is immers tegen de Israëlische nederzettingen. Het gevaar bestaat zelfs dat het toch al heftige Midden-Oostendebat door dit soort symbolische maatregelen verlegd wordt naar de winkelvloer van de supermarkt. Dat is onwenselijk.

Van belang is hierbij dat de verordeningsartikelen van de Europese Raad, die de herkomstaanduiding regelen, vragen om misverstanden. Zij staan toe dat bij de oorsprong van producten als wijn en olijfolie niet het land staat vermeld waar de druiven of olijven vandaan komen, maar het land waar ze in de fles zijn gestopt. Zo wordt wijn die Marokkaanse druiven bevat, maar in Frankrijk is gebotteld meestal verkocht als Franse wijn. Hetzelfde dient dan te gelden voor Golanwijn. De druiven komen van de bezette Golanhoogte. Als die gebotteld worden op de Golan, dan moet er straks op het etiket staan ‘produce from a Golan settlement’.

Maar als die wijn in Israël wordt gebotteld, dan dient die wijn volgens de bestaande EU-regels, waaraan Israël en de EU zich middels het Associatieverdrag hebben gebonden, als ‘produce from Israel’ te worden gelabeld. Als Nederland en andere EU- landen anders zouden handelen, maken zij zich schuldig aan economische discriminatie van Israël en ligt de weg naar het Europese Hof open.

Een betere herkomstaanduiding is juridisch een te stroperig middel om het Israëlische nederzettingenbeleid daadwerkelijk aan te tasten. Effectiever zijn nieuwe pogingen van de EU en de VS om Israëli’s en Palestijnen hoe dan ook aan de onderhandelingstafel te krijgen.

De komst van president Obama naar Israël en de Westelijke Jordaanoever op 20 maart biedt in dit opzicht meer kans dan de goedbedoelde, maar louter symbolische maatregelen van minister Timmermans en zijn Europese collega’s.

Ronny Naftaniel is directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI).