Kiezen voor ongeluk en schone schijn

De BBC-serie Parade’s End draait om het huwelijk tussen een ouderwetse edelman en een verveelde vrouw. Samen houden ze hun ongeluk in stand.

Wat is erger: de ellende van een loopgravenoorlog of ongeluk in de liefde? In de televisieserie Parade’s End, die vanavond op België Eén begint, is dat om het even.

De serie is gebaseerd op de tussen 1924 en 1928 verschenen romans van Ford Madox Ford. Verwacht geen vertederende nostalgie bij de schildering van de wereld rond 1900, die in de Eerste Wereldoorlog ten onder gaat. Parade’s End heeft niets gemeen met Downton Abbey, behalve dan de tijd waarin de serie speelt. Verwacht evenmin innemende hoofdpersonen, waarmee je je als kijker kunt identificeren. Parade’s End gaat over misverstand, frustratie, wanhoop – alles onder hoogspanning en zonder uitweg.

Christopher Tietjens – briljant gespeeld door Benedict Cumberbatch (Sherlock Holmes) – is een telg van oude Engelse adel, met opvattingen over decorum (‘parade’) die uit de 18de eeuw stammen en weinig geschikt zijn om te overleven in het door geld, opportunisme, en toenemende sociale mobiliteit bepaalde Groot-Brittannië rond 1900.

Christopher wordt verleid door de aantrekkelijke Sylvia Satterthwaite – ook al zo’n mooie rol, van Rebecca Hall. Hij trouwt omdat hij denkt dat ze van hem zwanger is, maar het kind is vermoedelijk van een andere man. Sylvia verveelt zich stierlijk naast de vormelijke Christopher en neemt de benen met een minnaar. Na een paar maanden is ze op de minnaar uitgekeken en vraagt aan Christopher te mogen terugkeren. Deze stemt toe, op voorwaarde dat voortaan de goede vormen in acht worden genomen – schone schijn zonder seks.

Sylvia stelt zich voortaan ten doel om Christophers leven, in haar eigen woorden, „tot een hel te maken”. Zij slaagt daar volkomen in. De scènes waarin Sylvia Christopher achterna reist als deze in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog ontsnapping aan zijn leven zoekt, alleen maar om haar man in verwarring te brengen en hem bij zijn militaire meerderen belachelijk te maken, behoren tot de wreedste uit de filmgeschiedenis.

Tot overmaat van ramp wordt Christopher smoorverliefd op een jonge suffragette, Valentine (Adelaide Clemens), die niets liever wil dan op hem wachten. Dat is geen lichtpuntje maar een bijkomende bezoeking, want in Christophers denkwereld is een scheiding van Sylvia geen optie.

Parade’s End vergt het een en ander van de toeschouwer. Niet voor niets daalden de kijkcijfers met elke aflevering toen de serie eerder dit jaar bij de BBC in première ging. Het scenario is van Tom Stoppard, Groot-Brittannië’s grootste levende toneel- en scenarioschrijver, van wie in de bioscoop nog de bewerking van Tolstojs Anna Karenina is te zien. Het verhaal springt woest heen en weer in flashbacks en flash forwards. Voortdurend duiken personen, bijverhalen en omstandigheden op die door Stoppard trefzeker worden neergezet maar je als kijker in verwarring brengen: kon ik dit al weten?

Stoppards overdonderende scenario is geheel conform de zogeheten modernistische stijl waarin Ford Madox Ford (1873-1909) veel van zijn boeken schreef: verhalen worden niet lineair verteld en monologue intérieur speelt een belangrijke rol. Ford is weliswaar auteur van meer dan zeventig romans, maar eigenlijk bekender om zijn contacten met schrijvers die beroemder zijn geworden dan hij: Ezra Pound, D.H. Lawrence, James Joyce, Henry James, Jean Rhys en Ernest Hemingway.

Fords positie buiten de canon van grote Engelse schrijvers maakt dat hij regelmatig wordt herontdekt – ook de tv-serie Parade’s End leidt tot een opleving van de belangstelling. Zijn bekendste roman is The good soldier, uit 1915. In dat boek vertelt de ik-figuur hoe hij jarenlang niet heeft geweten dat zijn vrouw een seksuele verhouding had met zijn beste vriend. Het overspel wordt de lezer pas aan het eind terloops meegedeeld.

In Parade’s End wordt alles vanaf het begin pijnlijk duidelijk: hoe langdurig, fel beleefd ongeluk een leven lang kan duren. Toch laat ook hier de ontknoping heel lang op zich wachten, en is eigenlijk een beetje flets – alsof Ford en in zijn voetspoor Stoppard die eigenlijk niet zo interessant vonden.

Hoe ongeluk gekozen, gewild en lange tijd in stand kan worden gehouden, is het eigenlijke thema van Parade’s End. Zulk gekozen ongeluk strookte niet met de normen in de vooruitstrevende, dynamische cultuur van vóór 1914, en evenmin met de luchthartigheid van de jaren twintig waarin de romans verschenen. En het is even taboe in onze tijd, waarin iedereen om het hardst wil laten zien dat hij flexibel is in zijn overtuigingen, en geen slachtoffer van waarden van gisteren. Parade’s End heeft weliswaar de vorm van een kostuumdrama, maar toont hedendaagse tanden.

Parade’s End (5 afleveringen)België Eén, 20.35 - 21.35 uur