Kans op een fatale misrekening groeit

De Noord-Koreaanse oorlogstaal zorgt voor een wapenwedloop met Zuid-Korea. Krabbelt Kim Jong-un op tijd terug om een ramp te voorkomen?

De dreigementen vanuit Noord-Korea liegen er de laatste dagen niet om: „Onze intercontinentale ballistische raketten en andere raketten staan klaar, geladen met lichtere, kleinere en diverse kernkoppen”, pochte eind vorige week generaal Kang Pyo-yong, onderminister van Defensie. Eén druk op de knop, zei hij, „en ze zullen Washington, het bolwerk van de Amerikaanse imperialisten en het nest van het kwaad, en zijn bondgenoten herscheppen in een vuurzee.”

In de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang zelf leek men ook op het ergste voorbereid: bussen en treinen werden er uit voorzorg met camouflagenetten bedekt.

De Amerikaanse regering en deskundigen halen hun schouders op over zulke apocalyptische taal. Volgens hen beschikken de Noord-Koreanen nog bij lange na niet over het vermogen om kernkoppen op intercontinentale raketten te bevestigen, al hebben ze sinds vorige maand een derde kernproef op hun naam staan en vuurden ze in december met succes een intercontinentale raket af. Het is echter niet eenvoudig om beide wapens te combineren.

Intussen hebben de Noord-Koreanen de wapenstilstand met Zuid-Korea en de Verenigde Staten volgens de staatsmedia opgezegd. Technisch gesproken zijn beide kanten dus weer met elkaar in oorlog. Een vredesverdrag is na de Koreaanse oorlog (1950-1953) nooit gesloten. Ook sloot Noord-Korea gisteren een ‘hotline’ met Zuid-Korea af, die wordt beheerd door het Rode Kruis. Dit uit woede over grote militaire oefeningen die Zuid-Korea en de VS dezer dagen houden en over de nieuwe sancties waarover de VN-Veiligheidsraad het vrijdag eens werd.

Wat bezielt de Noord-Koreaanse leider, die niets liever lijkt te doen dan soldaten te knuffelen tijdens zijn frequente troepeninspecties? Waarom drijft hij zijn land, dat zijn eigen bevolking al nauwelijks kan voeden maar miljarden spendeert aan defensie, in een almaar groter isolement en tart hij zelfs het geduld van zijn laatste overgebleven bondgenoot, China?

Nieuw is het niet dat Noord-Korea zijn buurlanden tot het uiterste tart. Ook zijn vader Kim Jong-il en zijn grootvader Kim Il-sung deden dit dikwijls, om een sterke indruk te maken en zo concessies van de internationale gemeenschap af te dwingen. Dit beleid is ook handig om het thuisfront, dat de toestand in eigen land economisch gezien gestadig achteruit ziet gaan, ervan te doordringen dat het zaak is de gelederen te sluiten tegen de boze buitenwereld.

Niemand weet op dit moment met zekerheid hoe sterk of zwak Kim Jong-un is, omdat de elite in Pyongyang zo gesloten is. Volgens sommige analisten dient Kim slechts als uithangbord voor het regime, maar deelt achter de schermen vooral zijn oom Jang Song-thaek de lakens uit. Anderen menen echter dat Kim wel degelijk zelf de macht in handen heeft.

De buitenwereld kan alleen maar hopen dat Kim het strategische spel net zo goed beheerst als zijn vader en opa en op tijd terugkrabbelt. Feit is dat de wapenstilstand met Zuid-Korea en de VS al eerder is opgezegd, voor het laatst in 2009. Feit is ook dat de ‘hotline’ met Zuid-Korea sinds 1971 al vijf keer is afgesloten. En dreigementen aan het adres van Zuid-Korea en de VS zijn dagelijkse kost in Noord-Korea. Ook is waar dat er nog meer ‘hotlines’ met Zuid-Korea bestaan, juist omdat beide landen geen diplomatieke contacten met elkaar onderhouden.

Toch kunnen Zuid-Korea, noch de VS, noch China de krijgszuchtige taal van het regime in Pyongyang negeren. Vooral de nieuwe Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye niet. Zij wordt na de nieuwe Noord-Koreaanse kernproef geconfronteerd met een snel aanzwellende roep om een eigen Zuid-Koreaans kernwapen. Kunnen we ons nog wel op de Amerikaanse garanties van steun verlaten, als de toestand ooit uit de hand loopt, vragen steeds meer Zuid-Koreanen zich af. Dat het aantal Amerikaanse militairen in Zuid-Korea allengs is gedaald tot 28.500, speelt mee. In 2006 waren dat er nog 38.000.

Twee op de drie Zuid-Koreanen voelen wel voor eigen kernwapens, blijkt uit opiniepeilingen. Pikant is dat Parks vader, de militaire heerser Park Chung-hee, begin jaren ’70 ook al eens pogingen in die richting ondernam. De Amerikanen dwongen hem echter daarmee te stoppen in ruil voor een veilig plaatsje onder de ‘nucleaire paraplu’ van de VS.

De vorige regering was al begonnen zich met betere raketten te wapenen. De Zuid-Koreaanse strijdkrachten lieten onlangs nieuwe kruisraketten zien die volgens hen met chirurgische precisie de commandocentra van de Noord-Koreanen kunnen raken. Als de Noord-Koreanen een kernaanval uitvoeren, dreigde Zuid-Korea vorige week, zou het bewind in Pyongyang „van de aardbodem worden geveegd”. Ook kregen de Zuid-Koreanen geavanceerde drones van Washington om de ontwikkelingen in Noord-Korea te kunnen volgen.

De wapenwedloop die zich ontspint tussen Noord- en Zuid-Korea verontrust ook China. Zij willen met hun bewapening in de regio de Zuid-Koreanen en Amerikanen bijhouden, die overschakelen op meer geavanceerd oorlogstuig. Zo ontstaat een gevaarlijke dynamiek rond het Koreaanse schiereiland. Er hoeft maar één partij een verkeerde zet te doen, en de gevolgen kunnen rampzalig zijn.

Grote vraag is hoe de toenemende oorlogsretoriek kan worden gestuit en beide kanten zonder gezichtsverlies voor het thuisfront met elkaar kunnen praten. De Amerikaanse Korea-specialist Scott Snyder wees er in de online publicatie The Diplomat op dat de VN, ondanks de sancties, bewust de mogelijkheid hadden opengelaten onderhandelingen te heropenen met Noord-Korea over nucleaire ontwapening. Het grote probleem is dat de geest vermoedelijk niet meer in de fles valt terug te duwen. Noord-Korea is volgens de meeste analisten niet langer bereid zijn kernwapens op te geven. Het regime beschouwt ze niet alleen als ideaal wapen om zich te beschermen, maar ook als een heel nuttig chantagemiddel om zijn eigen bestaan te rekken.