Hoge Raad: gedwongen tongzoen niet langer verkrachting

Een gedwongen tongzoen geldt niet langer als verkrachting. Dat heeft de Hoge Raad bepaald. Met de uitspraak komt de Hoge Raad terug op zijn eerdere oordeel dat ieder seksueel binnendringen van het lichaam, dus ook een tongzoen, moet worden gezien als verkrachting. Op dat oordeel was kritiek.

Volgens de raad zou het bestempelen van een tongzoen als verkrachting strijdig zijn met het algemene taalgebruik. Bovendien werd een veroordeling voor verkrachting vanwege een tongzoen vaak als onrechtvaardig ervaren en heeft de vermelding van een verkrachting op een strafblad grotere maatschappelijke gevolgen dan de vermelding van een minder zwaar beladen benaming.

Iemand dwingen tot een tongzoen blijft strafbaar, maar zou vanaf nu onder een lichter wetsartikel moeten vallen. Zo is de maximale celstraf voor aanranding acht jaar tegenover twaalf jaar voor verkrachting.

Zaak uit 2011 moet nu worden heropend

Het hoogste rechtsorgaan kwam tot het oordeel in de zaak van een man uit Harlingen die in cassatie was gegaan tegen een uitspraak van het gerechtshof in Leeuwarden. Het hof voordeelde hem in 2011 voor het ongewenst tongzoenen van een vrouw op het toilet van het Medisch Centrum Leeuwarden.

Het hof ging uit van verkrachting en legde de man een voorwaardelijk celstraf van vier maanden op en een werkstraf van 240 uur. Het hof moet zich nu opnieuw over de zaak buigen.

Advocatenkantoor Anker & Anker dat de 36-jarige Harlinger bijstond spreekt van een “baanbrekend arrest”. Volgens het Leeuwardense advocatenkantoor is de uitspraak van de Hoge Raad voor de praktijk “uiterst belangwekkend”. “Ons kantoor maakt zich al jaren sterk voor verandering van de wetgeving op dit gebied”, aldus de advocaten in een reactie op hun website.

De advocaten stellen als verdedigers in de praktijk steeds aan te lopen tegen de gevolgen die de kwalificatie voor een tongzoen heeft:

Onder meer het verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag is uiterst lastig na een veroordeling wegens ‘verkrachting’. De uitspraak in de zaak van onze cliënt komt in grote mate aan deze nadelige effecten van een veroordeling wegens ‘verkrachting’ tegemoet.