Geniet van alles wat je meemaakt

Patty Brard vindt zichzelf een zondagskind. Ze is deze maanden niet te missen op tv, maar „bekendheid stelt geen zak voor”. Niks zo belangrijk als relativeren. Dit is wat ze van het leven weet – tot nu toe.

Bibi en Lulu keffen opgewonden zodra de deur openzwaait. Ze kunnen hun mama ook helemaal niet missen, schatert Patty Brard als ze haar hondjes uitgebreid knuffelt. Maar ze moest echt nog even boodschappen doen. Patty kan er absoluut niet tegen als er niets in huis is, glimlacht haar partner Antoine van de Vijver, architect. „Als je hier met tien man onverwachts aankomt, kun je blijven eten”, zegt Brard. „En slapen. De bedden zijn opgemaakt. Dat is mijn Indische kant.”

Brard (57), geboren in Nieuw-Guinea, draagt sportschoenen, een legging en is onopgemaakt. Even uit de drukte. Ze is deze maanden niet te missen, op RTL5 en SBS6. Als schoonspringster in Sterren Springen, als gids in Wie Is De Reisleider?, als jurylid van schansspringende BN’ers in Vliegende Hollanders, als presentatrice van Shownieuws en de realityserie Echte Meisjes op de Prairie.

Een stoomwals, noemt ze zichzelf, vanaf haar doorbraak als tiener met meidenband Luv’. Ze komt tot rust in haar witte woning aan de Amstel. „Heerlijk: hier komt niemand.” Of het moeten de buurmeisjes zijn, voor een logeerpartijtje. Vanavond pakt ze een lesje yoga. Ze lacht weer. „Eigenlijk een heel truttig leven.” Maar ze weet dat het televisiepubliek een ander beeld van haar heeft. „Laatst sprak een vrouw me aan. Ze had zoveel respect voor me. En waarom? Omdat ik voor een miljoen kijkers een doodssmak heb gemaakt van de duikplank. Zo werkt het dus. Ik heb zoveel gedaan, maar alleen het extreme blijft hangen. Het ging de hele wereld over. Productiemaatschappijen vroegen zich af: waar vinden we in ons eigen land zo’n gek?”

■ „Ik herinner me alleen flarden van Nieuw-Guinea. We hadden een voetbalveld voor ons huis, dat was mijn arena. Als mijn ouders siësta hielden, trad ik als klein moppie op in het raamkozijn. Mijn vader werkte voor de Nederlandse regering, mijn moeder was kapster en schoonheidsspecialiste en had drie Papoea’s in dienst: lang leve het koloniale bestaan. Ik weet nog dat de vliegtuigen over kwamen, dat we met kleren onder ons kussen sliepen. We hebben het land met een rotgang verlaten toen ik elf jaar was. Nederland was een cultuurschok. Opeens zat mijn moeder met vier kinderen op een flatje in Rijswijk. Ik zie haar nog huilend voor het raam naar de regen kijken. Ze wilde een doorstart maken naar Suriname. Maar mijn vader was heel strikt: zijn kinderen moesten hier naar school.”

■ „Indische mensen zijn meer op gevoel en vaak te emotioneel. Ik reageer eerst en beredeneer daarna pas waarom. Soms weet ik niet eens waarom ik meteen fel ben. Ik probeer mezelf daarin nog steeds wat meer Hollands te krijgen. Mijn emotie heeft me vaker kwaad gedaan dan goed, maar ik wil mijn intuïtie niet kwijt. Mijn onderbuikgevoel over de aard van mensen is vaak het juiste. Ik zou alleen mijn communicatie moeten stroomlijnen, in plaats van maar te roepen waar ik zin in heb.”

■ „Het verlies van een kind is het ergste wat een mens kan overkomen. Robert was de jongste van mijn ouders, mijn lievelingsbroertje. Wij waren een koppeltje, zoals mijn oudste broer en zus dat ook zijn. Hij had suikerziekte en is acht jaar geleden op zijn 44ste overleden na een niertransplantatie. Elke dag schiet het wel een keer door mijn hoofd. Robert was een ondernemertje, een boefie, tuig van de richel. We coverden elkaar altijd. Had ik een nieuwe sportwagen, pikte hij ’m na een dag in. En ik vond het allemaal prachtig. Zijn dood heeft de balans in de familie veranderd. Mijn oudste broer probeert nu heel erg de boel bij elkaar te houden, als een echte Indische oudere. Ik ben anders, maar ik houd van het gevoel dat hij afgeeft.”

■ „Ik ben een zondagskind. Op de havo zette ik voor een proefwerk mijn wekker om 5 uur ’s ochtends. Dan leerde ik tot 10 uur, haalde ik een hoog cijfer en kon ik om 11 uur alles deleten. Schoevers’ opleiding tot directiesecretaresse heb ik later net zo gehaald. Ik was zó dun en werd jong gevraagd als model. Dat ging al snel fout. Stond ik als vijftienjarige in mijn ondergoed en met make-up in de Muziek Expres, mijn moeder kreeg bijna een hartverzakking en ik lag in de kreukels van het lachen. Honderd gulden voor een fotoshoot, terwijl de rest stond te ploeteren. Ik was me niet bewust van schoonheid, zag het ook niet echt als aandacht. Het was meer: hé, wat leuk dat dit kan.”

■ „Geniet van alles wat je meemaakt. Voor mij is alles in mijn jeugd te snel gegaan. Als je overal voor wordt gevraagd, vraag je je niet af hoe dat komt. The sky is the limit. De auditie voor Luv’ voelde helemaal niet als een wedstrijd. Ik kwam binnen en dacht al dat ik erbij zat. Ik betwijfel nog steeds of ik op mijn stem ben uitgekozen. Nu zie ik pas in dat popster zijn een meisjesdroom was. We zaten in limousines en privévliegtuigen en lachten erom. Heel erg, ja. Maar iedereen om ons heen deed zo stom. Een luxe suite als hotelkamer? Wij zeiden: we willen op een stretcher en dat geld moet in de promotie van onze single. We deden alles wat God verboden heeft, maar zijn nooit hautain geraakt. Ik slaap net zo lief in een tent als in een vijfsterrenhotel.”

■ „Iedereen moet af en toe op scherp worden gezet. Het dieptepunt in mijn carrière was mijn faillissement in de jaren 90. Mijn toenmalige vriend [Eric Peute] zette een magazine op rond mij. Hij had alles op mijn naam gezet, maar ik ben absoluut niet zakelijk. Toen ik doorhad dat het fout zat wegens mismanagement en zwendel, stond de teller al op 2,7 miljoen schuld en hijgden de curatoren in mijn nek. Ik had niks meer, woonde op een geleende flat in Amstelveen, zonder gordijnen en met geleende spulletjes.

„Met tv maken ben ik er langzaam weer uitgekropen. Het zegt óók wat over mij dat het zo kon misgaan. Ik had sinds mijn jeugd altijd een manager gehad. Nu doe ik alles zelf.”

■ „Bekendheid stelt geen zak voor. Ik wilde helemaal niet meedoen aan Sterren Springen. Maar ik heb gegild van het lachen toen ik het probeerde. Ik dacht: hoe leuk zou het zijn als dit lukt. Want het zag er niet uit natuurlijk, in badpak met een hormonaal dik-word-probleem en een glitterbadmuts. Eerlijk gezegd kon ik wel een hit gebruiken. De duikplank heeft de schijnwerpers er weer op gezet. Maar dat kan zo weer over zijn. Niks is zo belangrijk als relativeren. De eenvoud van het leven is heerlijk.

„Over een paar jaar wil ik lekker anoniem met mijn voetjes in het zand zitten. Ja, ik ben uitbundig en aanwezig, maar ik vind het fijner als je niet dan wel naar me kijkt.”

■ „Neem jezelf niet serieus, maar weet wel wat je kunt. Ik zie wanneer iets hitpotentie heeft, weet hoe een goed programma in elkaar zit en kan dingen goed verwoorden.

„Als ik ergens binnenkom, verandert de sfeer. Omdat ik het maximale uit elke dag wil halen. Wáárom moet je thuis zitten en correct zijn? Wát is er nu mis met lol in je leven? Ik spring van een duikplank, gewoon omdat het kán. Laat me met rust, want ik vind het énig. Vind het leuk, stoor je er niet aan, of zet het af.”