De patrijs houdt zich wel héél stil

Vogelbeschermers hebben 2013 uitgeroepen tot jaar van de patrijs. Deze vogel, ooit zo karakteristiek voor het Nederlandse landschap, verdwijnt.

Het piept en gilt, het ratelt en knarst. In het Brabantse Land van Heusden en Altena zitten nog patrijzen. Hier, op de onooglijke grens van een stukje weiland en een akker, hollen drie lichtbruine vlekken elkaar achterna. „Ze zijn aan het baltsen”, zegt beheerder Bart Pörtzgen van Brabants Landschap. „Dit is de periode waarin een paartje wordt gevormd, voor heel lang, want patrijzen zijn monogame vogels.”

Het tafereeltje oogt vredig, bijna geruststellend normaal, met op de achtergrond het kerkhof van het hervormde kerkje van Giessen, dat vanochtend onophoudelijk kleppert en beiert. Toch is het zien van baltsende patrijzen langzamerhand erg zeldzaam aan het worden. Het gaat slecht met deze ooit zo typisch Nederlandse plattelandsvogel. Sinds de jaren zeventig zijn de aantallen met liefst 95 procent afgenomen, zeggen Sovon Vogelonderzoek en Vogelbescherming Nederland. Dat is in de rest van Europa ook het geval.

Ooit werd de patrijs op schilderijen vaak afgebeeld als een geliefde jachtbuit, maar vooral door de intensivering van de landbouw verdwijnt de vogel langzaam maar zeker van het platteland. Er zaten ooit honderd- tot honderdvijftigduizend paartjes in Nederland. Dat zijn er naar schatting nu nog tienduizend. „Elk jaar zijn er weer wat minder. Het gaat sluipenderwijs. Je hebt het vaak niet eens in de gaten. Tot het moment dat je moet zeggen: waar zijn ze gebleven?”, zegt beleidsmedewerker Cees Witkamp van Vogelbescherming Nederland.

Patrijzen zaten ooit over heel Nederland, maar de laatste exemplaren hebben zich inmiddels teruggetrokken in de „optimale gebieden” waar ze nog het meeste kans maken om te overleven, de zandgronden in Brabant en Limburg, stelt patrijzenexpert Maja Roodbergen van Sovon. Zoals hier, in het Land van Heusden en Altena, waar je ze vanaf de provinciale weg gemakkelijk kunt spotten.

De oorzaken van de afname liggen voor de hand: door het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw is er onvoldoende voedsel voor de patrijzen, in de vorm van insecten en kruiden. En door de toenemende schaalvergroting in de landbouw zijn er steeds minder heggen en perceelranden, precies de gebiedjes waar patrijzen graag op de grond nestelen en zich doorgaans héél stil schuil houden. Er is minder variatie in gewassen. En er worden veel nesten, met de vijftien eieren die een patrijs gewend is te leggen, opgegeten door andere dieren, zoals vossen.

Vogelbescherming en Sovon hebben dit jaar uitgeroepen tot jaar van de patrijs. Ze willen dat meer boeren rekening houden met de patrijs, onder meer door randen van graanvelden van minimaal zes meter breed ongemoeid te laten door de maaimachine, grasstroken aan te leggen en stoppelvelden intact te laten. Ook hopen de deskundigen op steun uit Europa, via het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Bovendien krijgen vrijwilligers dit jaar opdracht om met hernieuwde energie patrijzen te tellen, en hun gedrag te noteren. Met als uitdrukkelijke instructie de vogel niet te verwarren met de fazant of de kwartel. Belangrijkste tip: let op de donkere vlek op de buik en op de roestbruine kop.