De doping van Boogerd een week later: onthulling of hype?

Doping is opium voor de media.

En daarom pakten de media zo uit met de bekentenis van wielrenner Michael Boogerd, inmiddels een week geleden, en met al dat andere nieuws over doping.

Dat schrijft ‘performance consultant’ Henk Kraaijenhof in dit stuk op Sportknowhow XL.

Kraaijenhof neemt het daarin op voor Boogerd, die vorige week in NRC Handelsblad, De Telegraaf en Studio Sport bekende tien jaar lang doping te hebben gebruikt.

Dat was (héél) groot nieuws.

Geestig dan natuurlijk, zo’n parafrase van Karl Marx over opium. Hij noemde religie ooit “opium van het volk” (en niet vóór het volk, al zullen de interpretaties wel verschillen). Marx schreef dat in de inleiding van een boek dat nooit verscheen.

De vermeende parallel met Marx is dan: zo heeft het proletariaat iets om zich lekker mee bezig te houden, en om opgewonden over te raken, iets dat tegelijkertijd de aandacht afleidt van de échte problemen: vervreemding en onderdrukking.

Zo schrijft Kraaijenhof:

Het leidt de aandacht af van andere en wellicht veel grotere problemen die de sport kent. Ik noem er slechts enkele zoals belangenverstrengeling en fraude, matchfixing (over bedrog gesproken), de status van de sporter, de gezondheid van de sporter, geweld op en rond de sportvelden, enz. Problemen die continu naar de achtergrond verschuiven vanwege de hysterische aandacht voor doping.

Nu kun je daar over twisten.

Want aandacht afleiden? Juist de onderwerpen die hij noemt, zijn de laatste tijd óók onderwerp van veel media-aandacht, zoals de berichtgeving over matchfixing op deze site.

Om nog maar te zwijgen van de massale berichtgeving over het geweld dat de grensrechter van Buitenboys Almere het leven kostte.

Die vlieger lijkt dus niet op te gaan. Het is niet óf-óf, in de moderne media, maar én-én.

Een ander argument: wat is eigenlijk doping? Ook een goeie vraag, maar dan moet je toch eerst weten wat er allemaal uit de tas van de dokter komt, in die kleed- en hotelkamers. En er is nu eenmaal een lijst verboden middelen.

Goed, dan blijft de vraag: is Michael Boogerd niet te zwaar aangepakt? Werd hij slachtoffer van hijgerige media in een heksenjacht op foute sporters, terwijl het in werkelijkheid gaat om een veel groter probleem, om processen in de sportwereld?

De reacties zijn verdeeld. GeenStijl noemde Boogerd meteen maar een ,,lul”. Maar veel anderen namen het voor hem op. Uit sympathie met Boogerd zelf, die ten slotte alleen maar een beetje harder wilde fietsen. Of uit onvrede met de berichtgeving, die het karakter zou hebben gekregen van een openbare lynchpartij.

Dat laatste vindt bijvoorbeeeld NRC-sportredacteur Thijs Zonneveld in een column in Nusport:

We willen meer, meer en nog meer. En we willen het nu. Onze wereld draait om resultaat; integriteit is secundair. Doping zit niet in Michael B. of in een peloton wielrenners, doping zit in ons allemaal. De bekentenis van Michael B. was een spiegel.

Michael Boogerd, dat zijn wij.

Overigens schreef Zonneveld, zelf oud-wielrenner, in een eerdere column, toen Lance Armstrong was betrapt, nog dit:

Jij bent er mede voor verantwoordelijk dat ik nog steeds elke week de vraag krijg of ik ook wel eens een spuit epo heb gezet - en dat niemand me gelooft als ik ontken. Jij bent er mede voor verantwoordelijk dat wielrenners nog jááááááren worden aangezien voor junkies.

Titel van die column: Fuck you too, Lance.

Nu lijkt Boogerd ook mij een stuk sympathieker dan ‘Lance’. Maar ze deden beiden hetzelfde. De ambivalentie zit dus iets dieper dan je misschien zou denken.

Ik plaatste zelf in deze rubriek vooral kritische kanttekeningen bij de manier waarop NRC de biecht van Boogerd op de voorpagina had gebracht. Ik vond het een variant op het “we got him” enthousiasme van de Amerikanen toen Saddam Hussein, verwilderd en met baard, uit zijn schuilplaats werd getrokken.

Tikje minder had ook wel gemogen.

Aan de andere kant, schreef ik, de krant had reden genoeg om dit nieuws groot te brengen, gezien het hele verhaal rond doping en de wielersport.

Rode draad in de kritiek is nu, dat de media te veel inzoomen op het individu, en niet op ‘de processen’ die achter dopinggebruik schuilgaan.

De verleiding om morele of maatschappelijke problemen te versmallen tot het foute handelen van een individu is inderdaad groot. Zie ook de woede over voormalige topman Sjoerd van Keulen bij SNS Bank, en de oproep van Jelle Brandt Corstius om hem ‘lastig te vallen’ tot hij zijn bonus ‘terug geeft’.

Aan de andere kant, zonder de journalistieke onthullingen over Boogerd en andere gebruikers hadden we helemaal geen inzicht gehad in de werkelijkheid van de wielersport. Zonder Watergate geen inzicht in de corrumpering van het presidentschap. De onthullingen liegen er ook niet om, zoals het interview van Boogerd bij de NOS laat zien. Toch nog weer erger, en prozaïscher, dan je had verwacht.

Bovendien, zo werkt journalistiek nu eenmaal. Het vak is geen wetenschap, maar een ambacht dat elke dag de waarheid dichterbij probeert te brengen. Zicht op ‘processen’ krijg je dan meestal door de, vaak pijnlijke, verhalen van (en over) individuen.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat maat houden, en oog voor verhoudingen, óók journalistieke deugden zijn – niet elk schandaal is meteeen ook een Watergate.

Dus wat vindt u, een week later?

Was dit allemaal overdreven, een hype, of bent u toch blij dat u nu meer weet dan vóór de biecht van Boogerd en anderen?

Of iets er tussenin?