De dag dat het standbeeld viel

Het grote standbeeld in Raqqa van Hafez Al-Assad wordt neergehaald op 4 maart. Reuters

Een van de eerste dingen die ik zag toen ik de straat overstak, via Garage Boulman in Raqqa naar mijn ouders huis, was een enorm standbeeld van Hafez al-Assad. Dat was eind 1996 na zestien jaar afwezigheid. Toen ik in 1980 opgesloten werd, was er nog geen standbeeld van de man die toen al tien jaar regeerde. Hij heeft in alle hoeken van het land standbeelden van zichzelf geplaatst. Nadat hij tientallen duizenden Syriërs had gedood, duizenden gevangen gezet en iedereen vernederd. De standbeelden waren een symbool van de overwinning van de machthebber over de onderdanen. En een fysieke uiting van het narcisme van de macht. De standbeelden schrikken mensen af zoals vogelverschrikkers dat bij vogels doen.

Het grote standbeeld in Raqqa werd op 4 maart neergehaald. Neergehaald door Syriërs tijdens een uitzonderlijk tafereel: ze sloegen tegen het standbeeld met hun schoenen, vertrapten het en een oude man piste erop. Ze vergeleken trots het neerhalen van hun standbeeld met dat van Saddam Hoessein dat door de Amerikanen was neergehaald en zeiden: ‘wij hebben het met eigen handen gedaan, niet met hulp van buitenaf.’ Ver van Raqqa volgde ik de laatste twee jaar alle gebeurtenissen aldaar via het internet.

Dit was de eerste gemeente die in opstand kwam; waar de burgemeester, een van de hoofden van de veiligheidsdienst en een plaatselijke leider van de Baath-tak in hechtenis werden genomen. Het regime viel in Raqqa. Het standbeeld en de leiders vielen op dezelfde dag. In het Arabisch delen de woorden standbeeld en leider dezelfde stam: het standbeeld vervangt de afkomst en de leider de authenticiteit. Ook die beide woorden delen dezelfde stam. De afkomst en de authenticiteit: onze eeuwige leider die ons heeft doorgegeven aan zijn misdadige zoon!

Dezelfde dag nog begonnen de beschietingen op de stad met gevechtsvliegtuigen en artillerie. En de volgende dag duurden die voort. De bevolking viel. Het regime antwoordde met vuur op het neerhalen van zijn iconen. Op het Arnous-plein, in het centrum van Damascus, staat een enorm standbeeld op een hoge sokkel, dat over iedereen uittorent die voorbij loopt of daar gaat zitten. De Damascenen dromen ervan die weg te halen, zowel in hun stad als in de rest van het land.
In Aleppo stond een standbeeld van de eeuwige leider tussen de moskee en de kerk in het centrum van de stad. Zo stonden de drie religies in Syrië naast elkaar: de islam, het christendom… en het Assadisme.

Toen ik in september 2001 werd uitgenodigd op het regiokantoor van de veiligheidsdienst, was een van de verbazingwekkendste dingen die ik zag dertien kapotte standbeelden. En veel foto’s van Hafez al Assad in het enorme en luxe hoofdkantoor van Hisham Ikhtiyaar, de leider van de tak in die tijd (hij is met andere veiligheidsmensen gedood tijdens een mysterieuze actie in juli vorig jaar). Waarom volstaat niet gewoon één foto of standbeeld? Misschien omdat het een religie is waarover veel wordt gepraat. De mannen van deze religie willen de geruchten overstemmen met de verbeelding van hun heiligheid: de overdaad moet de twijfel maskeren.

De veiligheidsdiensten zijn de gebedshuizen van het Assadisme. Ik werd opgeroepen omdat ik in een column iets had geschreven over de slachting van Hama in 1982. In de religie van Assad is het verboden je zaken te herinneren en de veilgheidsdiensten kijken daarop toe. Sommige Syriers halen de standbeelden van Hafez al-Assad neer, omdat ze symbool staan voor zijn tiranie. En anderen omdat het standbeelden zijn die als een god worden aanbeden, en afgoderij is strijdig met de islam. Nu moet ik zeggen dat er weinig verschil is tussen de twee: de tiranie heeft zichzelf verheven tot iets heiligs. Het Assadisme is een geloof en een land: het aanvallen van die religie staat gelijk aan het afbreken van het land.

Toen het standbeeld in Raqqa omviel, hoorde ik van een vriend dat zijn vader die arts is, blij was met het neerhalen van het standbeeld en de bevrijding van het land en dat hij een stuk van het standbeeld van de tiran voor me zou bewaren als cadeau. Ik had me geen beter cadeau kunnen wensen. Het standbeeld van Hafez al-Assad waakte over ons geheugen gedurende zijn leiderschap. Door een stuk daarvan te bezitten, komt ons geheugen terug en leren we ons lange en pijnlijke verhaal te vertellen. Wie zijn verhaal vertelt, erft het land van woorden en bezit de betekenis, zoals de grote Palestijnse dichter Mahmoud Darwish zegt.