Ben je humorloos, maak dan geen grapjes

Elke dag worden in vergaderkamertjes en conferentiezalen presentaties gehouden. Door een ‘teamleider’ of een ‘deskundige’, soms als key note speaker die, met behulp van lichtbeelden, een verhaal vertelt. Nu ben jij door je baas of door een organisatie gevraagd een presentatie te houden. Wat nu? Niet stressen, het komt goed en het is best leuk.

1Vertel je verhaal. Lees niet gewoon iets voor van papier, je geeft geen toespraak. Een presentatie van papier voorlezen is niet alleen saai (al hoeft dat niet per se slecht te zijn), het brengt ook de informatie nauwelijks over. Dan kun je net zo goed de tekst uittypen, kopiëren en uitdelen. Of nee, beter: mailen. Dan kan iedereen in dat uur van de presentatie gewoon iets voor zichzelf gaan doen. Een presentatie is meer. Je bent gevraagd om iets te vertellen over iets waar je veel vanaf weet. Doe dat dan ook op een levendige manier. Begin met een mooi detail, of een anekdote (en zo’n anekdote kun je niet voorlezen, want dan gaat het anekdotische effect verloren). Heb je gevoel voor humor: stop er dan ergens een grapje in. Heb je géén gevoel voor humor: probeer er dan geen grapje in te stoppen. Gewoon niet doen.

2Kijk je publiek aan. Er is niets engs aan en het ziet er leuker uit dan de neuzen van je schoenen. Toekijken bij een presentatie waarbij de presentator (of hoe heet iemand die een presentatie houdt eigenlijk?) niet naar de zaal kijkt is vervelend. Het heeft iets doods. HALLO! WE ZITTEN HIER! Je moet contact maken met je publiek. Je moet ook de reactie merken, als je iets verrassends, iets geks of iets nieuws laat zien. Van die reactie leer je zelf ook weer. Het beste is natuurlijk om de mensen aan te kijken, ja, in de ogen. Laat merken dat je tegen hen praat. Het is ook een trucje om de toehoorders bij de les te houden. Oh, hij praat tegen mij, ik moet even opletten. Wil je echt geen oogcontact maken? Kijk dan over de hoofden heen, naar een punt ergens op een muur achterin de zaal.

3Ga niet achter een katheder staan. Dat is net zoiets als van papier voorlezen: dodelijk saai. Je mag een beetje bewegen. Loop een keer naar de andere kant van het podium. Doe eens een stapje richting je publiek. Dit is wel erg lastig als er een microfoonstandaard bij de katheder staat, en als de microfoon een snoer heeft. Makkelijker wordt het als je een loopmicrofoon hebt, dan kun je daarmee bewegen. Helemaal geweldig is natuurlijk een opgespeld microfoontje. Dan heb je ook nog je handen vrij. Daarin kun je kleine kaartjes houden waarop je steekwoorden hebt geschreven: de onderwerpen die je wilt behandelen tijdens je presentatie (dus geen vellen A4!).

4Gebruik powerpoint als ondersteuning van je verhaal; het is niet het verhaal zelf. Dus niet: oeverloos veel dia’s met dito teksten. Hoe meer tekst op het beeldscherm, hoe minder mensen naar je luisteren (want ze gaan lezen) en hoe minder ze onthouden (want terwijl ze de tekst lezen, praat iemand er doorheen, waardoor ze zich niet op de tekst kunnen concentreren). Maak de dia’s onderdeel van je verhaal. Niet zomaar wat informatie op het scherm kwakken, nee, zeg som: ‘Zoals u op deze foto kunt zien...’ Het is heel fijn als je de beschikking hebt over een afstandsbediening, zodat je niet telkens op de spatiebalk hoeft te drukken om een nieuwe dia tevoorschijn te krijgen. Zo’n afstandsbediening met usb-aansluiting kun je ook zelf kopen voor een paar tientjes.

5Maak geen powerpointpresentatie als je dat niet kunt. Vraag liever een aardige collega om je te helpen.

6Wees op tijd in de zaal. Controleer of de powerpointpresentatie het doet (als je niet je eigen computer gebruikt kan de presentatie nog wel eens haperen). Doe dit als er nog geen mensen in de zaal zitten. En vergeet niet om een glas (of beter: twee glazen) water te vragen. Als je zo lang aan het woord bent is het fijn om wat te drinken tussendoor.