Aflossing banken valt tegen

Tegen de verwachting in waren de bedragen die banken afgelopen maand aflosten aan de ECB lager. Ook sloten zij onderling minder leningen af.

Het leek zo veelbelovend, de onverwacht grote som die banken eind januari terugbetaalden aan de Europese Centrale Bank. Bij de eerste gelegenheid die ze hadden losten ze ruim een kwart van de 489 miljard euro af die ze eind 2011 hadden geleend. Een teken dat banken het weer aandurfden om geld aan elkaar te lenen, en het infuus van de ECB dicht te draaien.

Deze week bleek echter dat banken in Europa niet meer, maar minder leningen hebben afgesloten op de geldmarkt. Het deel van de markt waar banken kortlopende leningen afsluiten kromp in de tweede helft van vorig jaar met 6,6 procent. Volgens de uitvoerder van het onderzoek, de Internationale Kapitaalmarktvereniging (ICMA) komt dit waarschijnlijk door het goedkope geld van de ECB.

In december 2011, toen de eurocrisis nog acuut was, besloot de ECB om onbeperkt geld uit te lenen aan Europese banken, tegen 1 procent rente. Drie maanden later volgde nog een ronde van deze LTRO-leningen, tegen 0,75 procent. Banken maakten er gretig gebruik van: in totaal leenden 800 banken 1.019 miljard euro.

Hoewel ze het geld drie jaar mochten houden, besloten 278 banken al na een jaar een deel of alles terug te betalen. Maar na die eerste aankondiging eind januari kwam de klad erin. De aflossingen werden steeds lager en de eerste aflossing van de tweede ronde was voor veel analisten ronduit teleurstellend. Volgens de laatste melding van de ECB zal er morgen 229 miljard afgelost zijn, nog geen kwart van het totaal.

De ICMA had verwacht dat het sentiment in de markt juist verbeterd zou zijn na de aankondiging van ECB-president Mario Draghi in september dat de ECB indien nodig onbeperkt staatsobligaties zou opkopen van probleemlanden.

Waarom blijven banken dan toch vasthouden aan de steun van de ECB? Het is moeilijk om dat in detail te onderzoeken, omdat de ECB de namen van de aflossende banken niet bekendmaakt. Een paar banken hebben zelf naar buiten gebracht dat zij niet meer afhankelijk zijn van de lening, die door velen als subsidie wordt gezien: de Duitse Commerzbank, Deutsche Bank, het Belgische KBC, Société Générale, de Oostenrijkse Raiffeisenbank.

Uit deze spaarzame gegevens leiden bankanalisten af dat het vooral de sterke banken uit de noordelijke landen zijn die aflossen. Zij maken een ruw onderscheid tussen noordelijke banken die de lening vooral waren aangegaan als een soort verzekering voor nog zwaardere tijden, en zuidelijke banken die het geld echt nodig hadden omdat zij niet op de geldmarkt terecht konden.

Banken die het geld niet direct nodig hadden stalden het vaak weer op een depositorekening bij de ECB. Zij kozen voor veiligheid in plaats van het uit te lenen aan andere banken, bedrijven of consumenten. Nadeel voor hen was dat de ECB de rente op deze deposito’s op 0 procent had gezet, juist om banken te stimuleren het geld wel in de economie te stoppen. Voor deze banken is het gunstig om het terug te betalen, omdat zij er anders verlies op maken.

Vermoedelijk zijn het vooral Spaanse en Italiaanse banken die het geld aanhouden. In Italië is de onzekerheid enorm door de politieke impasse en het Spaanse Bankia rapporteerde vorige maand het grootste verlies uit de historie van het Spaanse bedrijfsleven. Zij hebben alle reden om voorlopig niet af te lossen.