Wie is nu de gangmaker?

Na Chávez zoekt het trotse Latijns-Amerika een nieuwe aanvoerder van regionale samenwerking. Wordt het de rechtse Mexicaan Peña Nieto of de Argentijnse linkse populist Kirchner?

De Braziliaanse ex-president Luiz Inacio Lula Da Silva en zijn opvolger, de huidige president Dilma Rousseff. Zij worden begeleid door Rosa Virginia Chávez, dochter van Hugo Chávez. Foto AP

Ze waren er bijna allemaal: meer dan twintig presidenten uit Latijns-Amerika kwamen vrijdag naar de begrafenis van Hugo Chávez van Venezuela. Stuk voor stuk hielden ze de erewacht bij de kist. Van socialisten als de Cubaan Raúl Castro tot centrum-rechtse leiders als de Chileen Sebastián Piñera. „We hebben onze verschillen, maar in Latijns-Amerika hebben we geleerd daarmee te leven”, zei president Piñera voor de uitvaart tegen journalisten. Chávez zelf heeft daartoe bijgedragen. Hij zocht de confrontatie met de Verenigde Staten, maar was in Latijns-Amerika vooral een verenigende factor. Maar de tijd van de linkse radicaal Chávez was eigenlijk al voorbij, zeggen analisten. Een nieuwe generatie van meer gematigde, pragmatische Latijns-Amerikaanse presidenten staat klaar.

Chávez was veertien jaar geleden als eerste van een golf linkse leiders een symbool voor de regio, zegt David Smilde, onderzoeker in Caracas van het Washington Office on Latin America (WOLA). „Venezuela bewees dat landen ongestraft tegen de wil van de Verenigde Staten in konden gaan.”

Latijns-Amerika was met een gedeukt zelfvertrouwen uit de jaren tachtig en negentig gekomen. Diep in de schulden, moesten vrijwel alle landen de adviezen van Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank accepteren. Zoals Griekenland nu. Maar na de millenniumwisseling zorgde de enorme Chinese vraag naar grondstoffen voor sterke groei.

Na Chávez kwam Lula (Luiz Inácio da Silva) aan de macht in Brazilië, Evo Morales in Bolivia, Rafael Correa in Ecuador en Nestor en Cristina Kirchner in Argentinië. Smilde: „Chávez was de vonk. Hij gaf Latijns-Amerika nieuwe trots en autonomie.”

De socialist uit Venezuela werd de gangmaker voor de meest linkse landen met een nieuwe club, de Bolivariaanse Alliantie voor Amerika (ALBA). Een sterk regionaal blok is het nooit geworden. Eerder een feestje van goede vrienden, waarbij iedereen naar huis ging met goedkope vaten olie uit Venezuela. „Grote landen als Brazilië, Argentinië en Mexico willen niet meedoen met de ALBA. Ze schrokken terug van Chávez’ vlammende retoriek tegen het Westen”, zegt Smilde. Onafhankelijkheid was belangrijk, maar niet ten koste van de nog altijd cruciale banden met de Verenigde Staten en Europa.

Maar Chávez liet het er niet bij zitten. In 2008 was hij de initiator van Unasur, de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties. Alle landen ten zuiden van Panama zijn lid, afgezien van Frans-Guyana, dat onder de Europese Unie valt. In 2011 zat Chávez met de Brazilianen en de Argentijnen achter een nog grotere club: Celac, de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten. Met 33 lidstaten waren voor het eerst alle landen van de regio verenigd, minus Europese overzeese gebieden. Weer waren de VS en Canada expliciet niet uitgenodigd. De groep ondergraaft de veel oudere Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), dat reikt van Alaska tot Vuurland, zonder Cuba. Chávez vond dat de OAS werd gedirigeerd door Washington.

De Latijns-Amerikanen zoeken in de nieuwe regionale blokken een slimme machtsbalans tussen links, sociaal-democratisch en centrum-rechts. Het eerste voorzitterschap van Celac werd gedeeld door Chávez en de Chileense zakenmiljardair Piñera. Dit jaar leidt socialistisch Cuba.

Hoe het verder gaat, hangt er helemaal vanaf wie zijn erfgenaam als gangmaker van Latijns-Amerikaanse landen wordt. Zowel in het linkse, ‘anti-imperialistische’ blok als in de groep gematigde, meer op de VS gerichte economische liberalen zijn kanshebbers. Maar niet iedereen heeft brede steun of wil het zelf.

Op de linkerflank staat een mini-Chávez klaar: Nicolás Maduro, zijn vicepresident en waarschijnlijke opvolger in Venezuela. Hij was lange tijd minister van Buitenlandse Zaken en minstens zo links en anti-Amerikaans. Maduro geldt als diplomatieker dan Chávez. Maar hij „zal de internationale agenda op het tweede plan moeten zetten”, zegt politicoloog María Teresa Romero, van de Universidad Central de Venezuela. Binnenlandse problemen vergen aandacht. De staatsschuld is opgelopen, ondanks de enorme olie-inkomsten. Door het groeiende geweld is Venezuela nu een van de gevaarlijkste landen van Latijns-Amerika. „Hij heeft niet het charisma van Chávez en het geld om invloed te kopen raakt op”, zegt Romero.

Ook de rest van links Latijns-Amerika heeft het druk. President Correa van Ecuador is een jongere en vriendelijkere versie van Chávez, maar hij geeft zijn aandacht liever aan eigen land. Romero: „Ecuador heeft niet genoeg olie om de suikeroom van Latijns-Amerika te worden.” Evo Morales van Bolivia heeft zijn hoofd bij de presidentsverkiezingen van 2014. Andere linkse gezichten, zoals José Mujica van Uruguay en Daniel Ortega van Nicaragua, komen uit landen die te onbeduidend zijn.

Dat geldt niet voor de president van Argentinië, Cristina Fernández de Kirchner. Ze is een ideologische volgeling en goede vriendin van Chávez en heeft internationale ambities. Ze kreeg eerder al eens steun van de buurlanden bij haar ruzie met de Britten over de Falklandeilanden. Maar ze heeft niet voldoende steun van de Argentijnen, zegt Romero: „De mensen protesteren vanwege de economisch problemen die haar populisme heeft ontketend.” Want ook in die zin is er een gelijkenis met Venezuela: na jarenlange hoge overheidsuitgaven zit Argentinië diep in de schulden en is de economie ontwricht geraakt.

Het pragmatische, sociaal-democratische blok lijkt aan zet. Dilma Rousseff van Brazilië? Het respect voor haar land is groot. „Tijdens de twee termijnen van Lula (2002-2010) is Brazilië een wereldmacht geworden”, schreef directeur Michael Shifter van de denktank Inter-American Dialogue in Washington laatst in een analyse. „Het is er in geslaagd om economische groei te combineren met sociale gelijkheid, inclusief een spectaculaire daling van de armoede.” Toch heeft Rousseff tot nu toe niet Lula’s internationale rol overgenomen. Ze richt zich meer op het binnenland, zeker nu de groei is vertraagd. Veelzeggend: presidenten in Latijns-Amerika noemen nog altijd Lula als voorbeeld, en niet Rousseff.

De nieuwe Mexicaanse president Enrique Peña Nieto kan in het gat springen. Net drie maanden aan de macht, heeft hij al herhaaldelijk gezegd dat hij de internationale statuur van Mexico wil herstellen en Brazilië wil inhalen als grootste economie van Latijns-Amerika.

Peña Nieto heeft het geluk dat Mexico al veel internationale connecties heeft. Er zijn tientallen vrijhandelsverdragen, met Noord-Amerika, Europa, Azië en landen op het eigen continent. Vorig jaar was Mexico voorzitter van de G20, de club van de twintig belangrijkste landen ter wereld. Nog meer dan Rousseff zou hij een andere richting geven aan Latijns-Amerikaanse integratie. Voor Peña Nieto telt economie, niet ideologie. Hij vormt een brug met de VS, Mexico’s grootste handelspartner.

Mexico timmert al aan de weg. Een voorbeeld is de Pacifische Alliantie, een vorig jaar ondertekend handelsblok met Colombia, Peru en Chili. Op de wachtlijst staan onder andere Panama en Canada. Peña Nieto wil zoveel mogelijk landen bij de groep, ongeacht hun politieke kleur. De Pacifische Alliantie kan een magneet worden voor de rest van de regio. De leden zijn de sterkste economische groeiers, met de vroegere bedelaar Peru aan kop. Inkomsten uit grondstoffen vullen ze aan met de winsten van multilatinas: Latijns-Amerikaanse multinationals die profiteren van de open grenzen.

Zelfs Venezuela kan een toekomstig lid zijn, zegt Simón Alberto Consalvi, oud-minster van Buitenlandse Zaken. Maar dan moet oppositiekandidaat Henrique Capriles in april de verkiezingen winnen. „Ik geef hem weinig kans”, zegt Consalvi. „Maar hij zou stoppen met de internationale geldverkwisting van Chávez en Maduro en weer voorrang geven aan onze economische belangen.”