Wanneer het vreemde opeens vertrouwd is

Een jaar geleden emigreerde Marte Kaan met man en kinderen naar India. „Los van het decor verandert er weinig aan de dagelijkse gang van zaken.”

Een jaar geleden fietste ik ’s ochtends door het Amsterdamse Oosterpark langs zwervers en leverde ik mijn twee kinderen af bij de crèche. Ik haalde koffie verkeerd en een croissant en toog aan het werk. Nu rijd ik ’s ochtends door het verkeer van New Delhi langs dakloze families om mijn dochter naar haar playschool te brengen. Ik haal croissants bij het bakkertje om de hoek en ga thuis aan de slag. In het weekend hebben we verjaardagsfeestjes en gaan we uit eten of de kroeg in. In plaats van de fiets pakken we de riksja.

Los van het decor verandert er weinig aan de dagelijkse gang van zaken: zo krachtig is de dynamiek van gezinsleven en werk. Dat geeft houvast. Maar dat is slechts de oppervlakte. Het wezenlijke verschil met een jaar terug is dat we ons fundament missen: onze ouders, broers en zussen en dierbare vrienden. Deze mensen zijn onze context omdat ze ons een plaats geven in het verhaal dat we over onszelf hebben geconstrueerd. In Nederland ben ik de oudste dochter in een gezin met naast mij alleen jongens. In de vriendengroep die ik heb opgebouwd tijdens mijn psychologiestudie ben ik degene die is gaan schrijven. Voor de vrienden die ik na mijn studie ontmoette ben ik degene die ooit als psycholoog werkte. Voor de ene vriend ben ik degene met wie je hard uit kunt gaan. Voor de ander ben ik de vriendin met wie je het over literatuur hebt, voor weer een ander degene met wie je een pulpmarathon America’s Next Top Model kunt houden. Hoe hechter de vriendschap, hoe gevarieerder het arsenaal aan activiteiten.

Wanneer je ergens opnieuw begint, leren mensen je kennen zoals je nu bent. In mijn geval: een vrouw met twee kinderen die haar brood verdient met schrijven, getrouwd met een correspondent. Ik vind zo’n summiere samenvatting prettig: het is overzichtelijk en relatief vrij van associaties en interpretaties. De mensen die me nog niet kennen, zullen me daarentegen zo snel mogelijk proberen te verbinden met iets wat ze kennen, bewust of onbewust, door er openlijk naar te vragen of door te gissen. En ook ik probeer de mensen die ik ontmoet te plaatsen.

Zo kwamen we er in het eerste gesprek met een Nederlands stel achter dat we allemaal aan dezelfde universiteit hadden gestudeerd. We bezochten dezelfde uitgaansgelegenheden en kennen een paar dezelfde mensen. Toen we die middag afscheid namen was het alsof we elkaar al kenden: in deze vreemde wereld is de behoefte aan bekendheid groot, en met deze mensen hadden we in no time een korte geschiedenis geschreven. We zouden vrienden kunnen zijn geweest.

Tegelijkertijd vind ik het een bevrijding wanneer iemand zich anders gedraagt dan ik verwacht. Het meest geniet ik wanneer ik er volledig naast blijk te zitten: de afstandelijke zakenvrouw ontpopt zich tot een moeke die op zondag muffins bakt of een in mijn ogen zachtbakken type reageert onverwacht koelbloedig wanneer een kind zijn tanden uit zijn mond valt.

Die tweestrijd tussen het verlangen naar vertrouwdheid en vreemdheid is de kern van een zwervend bestaan. Je kijkt ernaar uit om terug te gaan naar Nederland om je geliefden weer te zien. Maar toch voelt terugkeren in het verre Delhi als thuiskomen omdat het vreemde vertrouwd is geworden.

Betekent dit dat je die mensen die het fundament van je leven zijn niet mist? Ja en nee. Enerzijds is er niks fijner dan huiselijke vertrouwdheid: de borrels bij mijn ouders in de keuken, de manier waarop de kranten van de hele week op de tafel liggen opgestapeld, de grondigheid waarmee mijn vader het gootsteenputje reinigt en het rituele optuigen van de kerstboom door mijn moeder. Kleine dingen die me dierbaarder zijn dan ooit tevoren. Het is voorspelbaar en dat voelt veilig. Maar het kan ook gaan jeuken. Een collega-emigrant vertelde me eens dat ze bij thuiskomst de VPRO-gids zag liggen op de tv bij haar ouders en werd overvallen door een gevoel van beklemming. Alles was precies hetzelfde gebleven. Alleen zij was veranderd. Dacht ze.

Die vertrouwdheid kan naast beklemmend ook een belemmering zijn omdat mensen verwachten dat je je op een bepaalde manier gedraagt waardoor de kans dat je je conform die verwachting gedraagt vrij groot is. Veel mensen kennen het gevoel in regressie te schieten zodra ze een voet over de drempel van het ouderlijk huis hebben gezet. In mildere mate gebeurt dat ook wanneer je weer voet op Nederlandse bodem zet. Je dacht dat je was veranderd, dat je het leven anders bekeek, dat je wijzer was geworden. Maar thuis blijk je weer net zo menselijk als voorheen wanneer je verstrikt raakt in de oude patronen van de familie- en vriendenclan. Oude verwachtingen en oude teleurstellingen, oude frustraties en oud zeer, alle gevoelens waarvan je dacht dat ze inmiddels in hevigheid waren afgenomen laaien met teleurstellend gemak weer op.

Je moet onder ogen komen dat je misschien niet zo veel veranderd bent als je had gedacht. Bovendien zie je dat andere mensen ook grote stappen hebben gemaakt in hun leven. En dat is de tweede schok voor degene die vertrokken is. De mensen die je beschouwt als de pijlers van je bestaan hebben een eigen leven. Dit kun je op verstandelijk niveau begrijpen, maar de verbazing die je overvalt wanneer blijkt dat je geliefden gewoon met vakantie gaan zonder jou, nieuwe vrienden en kinderen hebben gemaakt en belangrijke beslissingen namen zonder je daarin te kennen, verraadt de onuitgesproken verwachting dat iedereen, behalve jij, stil is blijven staan.

Zo zorgt een emigratieavontuur voor een dubbele relativering van het egocentrische perspectief dat de mens eigen is. Niet alleen zie je duidelijker dan ooit de atoomachtige aard van je rol op deze wereld – vooral in een moloch van een land als India – ook je grootheidswaan in de persoonlijke sfeer wordt getemperd. Dit betekent niet dat je niet belangrijk bent voor de mensen om je heen, of dat ze minder van je houden dan je had gedacht. Maar je ervaart dat het leven doorgaat zonder jou. En dat besef maakt vrij: je ziet dat mensen, hoe verbonden je ook met ze bent, jou niet per se nodig hebben. En jij hen dus ook niet.

Noot van de redactie: onder haar mailtje schreef Marte Kaan: ‘groeten van een totaal doorgegaarde moeder – hele nacht op met een huilende dreumes met loeihoge koorts terwijl vaderlief in Karachi is waar net twee gigantische bommen zijn afgegaan, dan wil je wel even in de buurt van je moeder zijn.’