Turkije durft weer optimistisch te zijn

De tijd is rijp voor vrede tussen Turkije en de PKK De ambities van premier Erdogan zijn een drijvende kracht, de PKK legt de wapens neer Maar de Koerden weten niet of Erdogan oprecht is

Correspondent Turkije

In 29 jaar werd de lente in Turkije nooit zo optimistisch tegemoetgezien. De Turkse pers, politici en opiniemakers spreken hoopvol over een einde aan de lange oorlog die het land sinds 1984 meer dan 40.000 doden kostte. Nog voor het Koerdische lentefeest Nevroz zal de verboden Koerdische afscheidingsbeweging de PKK zijn wapens neerleggen. In augustus zullen de strijders zich terugtrekken in de bergen van Noord-Irak.

Die belofte komt van de man die de strijd in 1984 eigenhandig begon: Abdullah Öcalan, de oprichter van de PKK die sinds 1999 een levenslange gevangenisstraf uitzit. In de afgelopen weken was er druk verkeer naar de plek waar hij wordt vastgehouden, het gevangeniseiland Imrali voor de kust van Istanbul, Turkijes eigen Robbeneiland. Zijn opsluiting werd in de afgelopen maanden plots minder eenzaam. Niet alleen kreeg hij gezelschap van vijf andere gevangenen en werd de radio in zijn cel ingewisseld voor een televisie, zijn deur werd opengezet voor contact met de buitenwereld. Hij ontving zijn broer Mehmet en Koerdische politici voor historische pendeldiplomatie. Voor het eerst geeft de Turkse regering toe dat er directe besprekingen zijn met het hoofd van de Turkse geheime dienst, Hakan Fidan.

Daarmee is nog geen sprake van „een doorbraak”, zegt hoogleraar Internationale Betrekkingen Ilter Turan van de Bilgi Universiteit in Istanbul. „De enige doorbaak is dat de regering die altijd beweerde niet rechtstreeks met terroristen te onderhandelen, toegeeft met Öcalan te praten.”

Öcalan beloofde al eerder sinds zijn gevangenneming wapenstilstanden en hield zich er soms jaren aan. Het optimisme in Turkije over een definitief einde wordt gevoed door nieuwe omstandigheden. Nu het Midden-Oosten zo onrustig is, wil Turkije snel handelen. Het land heeft zo veel problemen met de buurlanden, dat ze hun interne problemen snel willen oplossen.

In Syrië kregen de Koerden zelfbestuur. En de snel groeiende Turkse economie heeft behoefte aan goede banden met de Koerden in Irak, die in het noorden van het land niet alleen zelfbestuur hebben, maar ook op grote olie- en gasvelden zitten.

Zonder militaire middelen

„Door de economische groei kreeg Turkije meer zelfvertrouwen zijn conflicten zonder militaire middelen op te lossen”, onderstreept hoogleraar Turan de nieuwe sfeer van hoop. In dat optimisme worden feiten die een andere werkelijkheid laten zien gretig over het hoofd gezien. De strijd is niet gestaakt. Dinsdag raakten vier Turkse soldaten gewond nadat hun pantservoertuig over een zelfgemaakte bom reed op een weg in het zuidoosten van het land. Koerdische strijders brachten de bom op afstand tot ontploffing. De bombardementen van Turkse vliegtuigen in de bergen van Noord-Irak, waar de PKK zijn kampen heeft, gaan ook door.

De arrestaties van activisten die verdacht worden van sympathie voor de PKK zijn niet gestopt. De retoriek van premier Tayyip Erdogan blijft even ongepolijst. Afgelopen weekend ontstak hij in woede nadat de krant Milliyet een transcript publiceerde over de ontmoeting tussen Öcalan en Koerdische politici. Uit de gelekte notulen bleek dat Öcalan gefrustreerd was over de onderhandelingen en waarschuwde voor „chaos en oorlog” als de regering niet naar zijn wensen luistert. „Als je ook maar een jota om je land geeft, dan schrijf je zo’n artikel niet”, snauwde Erdogan in zijn toespraak.

De woede-uitbarsting onderstreepte niet alleen de ongelijkwaardige positie van de onderhandelaars, maar ook de onveranderde eis van de premier aan de pers om de Koerdische kwestie slechts vanuit één perspectief te belichten. Anderhalf jaar geleden droeg hij alle hoofdredacteuren op de PKK zo veel mogelijk te negeren in hun berichtgeving.

„Er zijn heel veel signalen dat het voor Turkije business as usual is tegenover de Koerden en dat maakt het heel moeilijk om te geloven dat Erdogan echt serieus is over een deal”, zegt Aliza Marcus, schrijfster van Blood and Belief, een boek over de PKK. „Natuurlijk zou hij het fantastisch vinden om de PKK te ontwapenen in ruil voor huisarrest voor Öcalan. Maar dat zal niet gebeuren. Het is niet acceptabel voor de PKK en voor de gemiddelde Koerd evenmin.”

Zelfvertrouwen en vrede

De ambities van premier Erdogan zijn een drijvende kracht achter de onderhandelingen. Hij wil volgend jaar president worden, met net zo veel bevoegdheden als zijn Russische collega Poetin. Hij heeft de steun van Koerdische politici nodig om de grondwet naar zijn zin te kunnen aanpassen. Oplossing van het Koerdische conflict zou hem een onsterfelijke status bezorgen: als de premier die Turkije niet alleen weer zelfvertrouwen gaf, maar ook vrede.

Onder zijn premierschap rehabiliteerde hij de lang verboden Koerdische taal, nu gesproken op de staatstelevisie, in de rechtszaal en gedoceerd op universiteiten en scholen. Maar volgens de Koerdische schrijfster Bejan Matur is dat niet genoeg om de Koerden te overtuigen, niet zolang duizenden activisten, journalisten, kamerleden en burgemeesters als „terroristen” worden opgesloten.

„De regering moet zijn oprechtheid bewijzen met een nieuwe aanpak en stijl. Als je vasthoudt aan dezelfde taal waarmee je de andere kant vroeger bejegende, ben je niet dichtbij een oplossing.” Op de Koerdische website Rudaw citeert de schrijfster Muzaffer Ayata, een PKK-leider in Europa: „Elke keer als de Koerden de staat vertrouwden, werden ze verraden. Van Sheikh Saeed tot Seyid Riza, ze hebben hun handen naar de staat gereikt voor vrede, maar het resultaat was altijd de galg.”