Sportbonden pleiten voor harde lijn bij dopinggebruik

Het gebruik van doping moet veel harder worden aangepakt. En door sporters een mogelijkheid te bieden hun dopinggebruik op te biechten wordt de sport schoner. Dat vinden de Nederlandse sportbonden, meldt de NOS op basis van een enquête onder 29 nationale sportfederaties.

De NOS maakte de rondgang langs de bonden naar aanleiding van de dopingbekentenissen van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong en een aantal voormalige renners van de Raboploeg.

Dertien van de ondervraagde bonden, waaronder opvallend genoeg niet de voetbalbond, vermoeden of erkennen dat er in hun sport doping wordt gebruikt. Dan gaat het onder meer om wielrennen, roeien, honkbal, basketbal en golf.

Negen sportorganisaties – waaronder die van de korfballers, tafeltennissers, schakers en klimmers – denken dat hun sport clean is. De federaties voor de zwemmers, triatleten en schermers denken dat doping in hun sport voorkomt, maar niet in Nederland.

De stelling dat doping veel harder moet worden aangepakt, kreeg de steun van zestien bonden. Vijf waren het daar apert mee oneens. Twintig bonden zeggen het een goed idee te vinden om sporters hun daden te laten opbiechten.

Over de vervolgstappen voor sporters die hun daden opbiechten, lopen de meningen uiteen. Negen bonden willen alsnog straf voor de overtreders, vier niet. De rest is neutraal. Een speciale dopingwet, die strafrechtelijke vervolging voor dopinggebruik mogelijk moet maken, krijgt niet veel steun van de bonden. Een waarheidscommissie zien de meeste bonden evenmin zitten. Zestien van de 29 bonden zijn tevreden over het beleid van de Nederlandse Dopingautoriteit en sportkoepel NOC*NSF.

Achttien van de bonden denken dat doping nooit helemaal kan worden uitgeroeid. Het vrijgeven van doping als oplossing voor het probleem kan niet op instemming van de bonden rekenen.

Alleen de thaiboksers zijn daar voor. (Novum)