Oude bekende, nieuwe impulsen

Oranje Zwart is na een zege op Bloemendaal de nieuwe koploper in de hoofdklasse hockey, mede dankzij aanvoerder Robert van der Horst.

Robert van der Horst moest Oranje Zwart de afgelopen maanden opnieuw leren kennen. Dat klinkt gek uit de mond van de 27-jarige, in Eindhoven geboren en getogen hockeyer, die van jongs af aan speelt voor Oranje Zwart, de club die aan zijn hand in 2005 de enige landstitel uit de clubhistorie behaalde. De club ook waar hij fietsend naar toe kan.

De reden voor de hernieuwde kennismaking is de transfer die Van der Horst in 2009 maakte. Hij koos niet voor zijn hart, maar voor zijn carrière en vertrok naar Rotterdam, toen nog topclub in opkomst, nu gevestigde waarde in de top van de hoofdklasse. Maar drie jaar filerijden naar Rotterdam was genoeg voor Van der Horst. Toen zijn oude liefde vorig jaar bij hem aanklopte, was de beslissing snel genomen. Gisteren won Oranje Zwart, met aanvoerder Van der Horst, de topper van Bloemendaal met 2-1 en is daardoor de nieuwe koploper in de hoofdklasse.

Van der Horst is de onbetwiste leider van het nieuwe Oranje Zwart. Kijk hem de lijnen uitzetten in het veld en zijn jonge medespelers wegsturen als zij een vrije slag willen nemen. Van der Horst neemt de vrije slagen. Hij bepaalt wanneer de spelers druk zetten naar voren en wanneer er ingezakt moet worden. Soms is hij zelfs zo druk bezig met de coaching van de ploeg dat hij zijn eigen taken lijkt te vergeten. De strafcorner waar Bloemendaal de gelijkmaker uit weet te scoren, komt voort uit een fout van Van der Horst.

Van der Horst zelf erkent dat het beter kan en beter moet. Het heeft wat tijd gekost om de club en het team echt te leren kennen, vertelt hij na de wedstrijd tegen Bloemendaal. „De club is veranderd sinds mijn vertrek en ik ben ook een andere, oudere speler geworden, dus dan moet je de eerste maanden even aftasten en echt in het team investeren. Niet alleen binnen de lijnen, maar ook buiten het veld met die jongens omgaan en zorgen dat er een hechte groep ontstaat. Dat is mijn rol als aanvoerder. Dat gaat nu heel goed en ik heb nu meer tijd me op mijn eigen spel te richten.”

Zo mooi als 2012 lijkt dit jaar bijna niet te kunnen worden voor Robert van der Horst. Hij speelde misschien wel het beste seizoen uit zijn loopbaan, was wekelijks uitblinker bij Rotterdam en bereikte met het Nederlands elftal de olympische finale, die verloren ging tegen Duitsland. De persoonlijke bekroning voor een uitstekend jaar kwam in december, met zijn nominatie voor beste hockeyer ter wereld. In dezelfde week werd hij ook nog eens voor de tweede keer vader.

Het is terechte lof voor de stijlvolle verdediger, vindt bondscoach Paul van Ass van het Nederlands team. „Robert is een ongelofelijk gedreven, balvaste speler die het spel goed kan lezen”, zegt hij over de telefoon. „Hij is veel aan de bal, is de verbindingsman tussen verdediging en middenveld, maar heeft ook een geweldige eigen actie. Zijn kracht is dat hij het elftal weet te sturen. Hij zet het allemaal goed neer in het veld. En met de status die hij nu heeft, wordt dat ook van hem geaccepteerd.”

In de hiërarchie van het Nederlands elftal staat Van der Horst intussen bovenaan, erkent Van Ass. „Tijdens de Spelen was hij al belangrijk, maar nu een aantal ervaren spelers is gestopt, is hij doorgeschoven. Hij moet alleen nog wat meer prijzen gaan winnen. Als wij met Nederland een keer een groot toernooi winnen en hij is daarbij belangrijk, weet ik zeker dat hij die nominatie van beste hockeyer ter wereld een keer gaat verzilveren.”

Oranje Zwart is dolbij met de terugkeer van Van der Horst. Na een moeizaam seizoen, waarin de club teleurstellend als zesde eindige, gaat het nu weer goed met de Eindhovenaren. Coach Michel van den Heuvel, net als Van der Horst na een periode van afwezigheid terug bij Oranje Zwart, roemt de rol van zijn aanvoerder, maar is ook kritisch. „Zijn spel aan de bal moet nog verbeteren. Hij kan nog zo veel beter, maar voor het team en het proces waar we hier mee bezig zijn, is hij nu al ontzettend belangrijk. Het was logisch hem begin dit seizoen de nieuwe aanvoerder te maken.”

Van der Horst zelf kijkt vooral naar de toekomst. Naar het WK in eigen land in 2014 bijvoorbeeld, waar hij zich met de rest van het Nederlands team op verheugt. En, op kortere termijn, naar de play-offs met Oranje Zwart. „We spelen nu al beter dan voor de winterstop”, concludeert Van der Horst. „We zijn op weg naar een piek en hopelijk gaan we die in mei bereiken.”