Nu nog even de laatste sprong naar wereldtop

Met vier medailles reden de Nederlandse shorttrackers de beste WK in 23 jaar Het gat met de wereldtop wordt kleiner Er is nog ruimte voor verbetering en dat biedt hoop voor de Winterspelen

Redacteur Schaatsen

Niels Kerstholt vloekte hartgrondig, Freek van der Wart kookte van woede en bondscoach Jeroen Otter wilde niet worden gefeliciteerd met de bronzen medaille die zijn aflossingsploeg had behaald.

De nieuwe, internationale norm die de Nederlandse shorttrackploeg hanteert, werd gisteren in al zijn extreemheid zichtbaar in de catacomben van de Fönix Arena van Debrecen. Alsof de Nederlanders niet hun beste WK sinds 23 jaar hadden gereden: met vier medailles op olympische nummers, elf maanden voor de Winterspelen van Sotsji.

Nooit eerder had een Nederlandse shorttracker een individuele WK-medaille behaald – in de stad aan de Hongaarse oostgrens waren het er drie. „Natuurlijk, volgend jaar teken ik daarvoor”, gaf Otter toe nadat de emoties wat waren gezakt.

Eén moment illustreerde de vooruitgang die de Nederlandse schaatsers de laatste jaren hebben gemaakt het best. Het Koreaanse fenomeen Noh Jin-Kyu, oud-wereldkampioen en waarschijnlijk de snelste shorttracker ter wereld, stak gisteren in de halve finale van de 1.000 meter wanhopig zijn arm uit om een voorbij stormende Sjinkie Knegt tegen te houden. Maar de Koreaan werd gediskwalificeerd en de behendige Fries, bij momenten zelfs voor de Aziaten onnavolgbaar, greep in zijn eerste WK-finale direct een medaille.

Maar de imponerende individuele successen van Van der Wart (brons op de 1.500 meter), Knegt en Jorien ter Mors (beiden zilver op de 1.000 meter) waren even vergeten toen de aflossingsploeg van de mannen in de finale door een mislukte wissel tussen Knegt en Daan Breeuwsma van de eerste plaats terugviel naar de vierde.

„Het laatste gevoel blijft altijd hangen”, zei Otter, die had gehoopt dat zijn viertal het zilver van de WK van vorig jaar zou verbeteren. „We wilden als wereldkampioen naar de Spelen”, zei Van der Wart. „We konden het afmaken, we zijn er sterk genoeg voor. Die fouten moeten eruit. Wij hebben het geloof dat we goud kunnen behalen. Daarom balen we hier zo van.”

Als de WK in Debrecen iets aantoonden was het wel dat het gat met de wereldtop kleiner wordt. In 2006 besloot de schaatsbond (KNSB) tot een serieuze aanpak van het shorttrack, in navolging van het langebaanschaatsen. Die aanpak werpt zijn vruchten af: in Europa is Nederland al uitgegroeid tot een grootmacht, getuige de serie Europese titels van de laatste jaren.

Inmiddels richt Otter zich op de laatste sprong naar de wereldtop. „Fysiek kunnen we ons meten met de top. Maar tactisch en technisch moet het nog beter. Je ziet nu wel dat we van het rijden van individuele finales op het hoogste niveau completere schaatsers worden. De Koreanen gebruiken handen en voeten om ons tegen te houden. Dat is alleen maar een compliment.”

Dat gold zeker voor Jorien ter Mors, die op de laatste dag van een indrukwekkend seizoen haar eerste WK-finale bekroonde met zilver, kort achter de bijna onverslaanbare Chinese wereldkampioen Wang Meng. „Ik ben heel blij dat ik eindelijk heb kunnen laten zien wat ik waard ben”, zei Ter Mors na afloop opgelucht.

Debrecen was voor haar het slotstuk van een seizoen dat uitliep op een maanden durende emotionele achtbaan. Ze kwam in het middelpunt van de belangstelling te staan toen bleek hoe goed ze uit de voeten kon op de langebaan. Na een eerste speldenprik in het voorseizoen griste ze tot ieders verbazing vlak na Kerstmis de nationale allroundtitel weg voor de neus van Ireen Wüst.

Die titel droeg Ter Mors op aan haar ongeneeslijk zieke vader, haar „grootste fan”. Toen werd pas ten volle duidelijk met welke mentale worsteling ze in haar sportleven te maken had; Ter Mors wisselde schitterende races op de langebaan af met volkomen onnodige valpartijen in het shorttrack, zoals afgelopen zaterdag.

„Mentaal is het nu heel erg moeilijk”, erkende Ter Mors in Debrecen. „Het is moeilijk de thuissituatie los te laten. Ik probeer zoveel mogelijk contact met mijn vader te hebben. Maar de ene dag kan ik het beter wegzetten dan de andere. Sommige dagen wil ik liever daar zijn dan hier. Dan is het moeilijk de knop om te zetten.”

Bondscoach Otter zag de afgelopen weken de druk oplopen bij Ter Mors. „Haar stemming wisselt soms per uur. Het is op dit moment te zwaar voor haar. Maar het is bewonderenswaardig wat ze doet. Iedereen verwacht van haar dat ze zich er wel doorheen sleept. Ze is nuchter, maar ondertussen krijgt ze steeds meer ballast op haar schouders. Sport is heel belangrijk, maar uiteindelijk is het privéleven belangrijker.”

En toch sloot Ter Mors het seizoen af met haar beste shorttrackprestatie ooit. „Het is natuurlijk wel fijn dat ik na alle frustratie van dit seizoen op de allerlaatste dag nog even kan laten zien dat ik het wel kan.” En Otter had nog meer gezien in die bewuste finale: „Ze kon Wang Meng heel goed volgen. Dan vraag je je af waar dat volgend jaar naartoe kan gaan, als ze zich mentaal weer wat beter voelt.”