Mummies hebben vaak slechte vaten

Aderverkalking was heel gewoon in de afgelopen 4.000 jaar. Dat blijkt uit ‘bevolkingsonderzoek’ aan mummies van over de hele wereld.

Mensen van over de hele wereld lijden al zeker 4.000 jaar aan aderverkalking. Die vervetting en verstijving van de slagaderen is dus niet de welvaartsziekte waar hij altijd voor gehouden is. Dat concludeert een groep Amerikaanse, Egyptische, Peruaanse en Britse onderzoekers uit beelden van CT-scans van 137 mummies. Zij schrijven over hun ‘bevolkingsonderzoek’ in een artikel dat het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet gisteren online heeft gepubliceerd.

Het waren niet alleen 76 Egyptische mummies die de CT-scanner ingingen (4.000 tot 2.000 jaar oud), maar ook 51 mummies van Peruanen die leefden tussen 200 en 1534 na Christus. Verder vijf mummies van Pueblo-indianen en hun voorouders die in het zuid-westen van de Verenigde Staten leefden, tussen 1500 voor tot 1500 na Christus. En vijf mummies van de nog als jagers-verzamelaars levende Unangan-eskimo’s die ruim 100 jaar geleden stierven op een van de Aleutische eilanden in de Beringstraat.

Zekere of waarschijnlijke sporen van aderverkalking waren te zien in een derde van de mummies. Van de vijf Unangan-mensen hadden er zelfs drie zichtbare aderverkalking.

Aderverkalking ontstaat als er veel vet in het bloed zit dat niet wordt opgebruikt voor de energievoorziening. Aan de binnenkant van de slagaderen slaat dan vetachtige stof neer (fatty streaks). Daarin ontstaat een ontstekingsproces, waarna er langzaam een harde, kalkrijke korst ontstaat. De vaatwanden raken dan beschadigd en verliezen hun elastische structuur. Uiteindelijk kunnen de bloedvaten dichtslibben.

Al meer dan een eeuw geleden toonden onderzoekers aan dat in veel Egyptische mummies sporen van aderverkalking is te vinden. In die tijd verrichtten artsen nog autopsie op de mummies. Ze sneden ze open. Het moderne onderzoek gebeurt door de mummies in een gewone medische CT-scanner te leggen en het 3D-beeld van hun inwendige dat zo ontstaat te bestuderen. De museummummies gaan tegenwoordig onbeschadigd terug naar zaal of depot.

Over de aderverkalking bij gemummificeerde Egyptenaren was veel discussie. Het was de vraag of dat betekende dat dichtslibbende bloedvaten omstreeks 3.000 jaar geleden ook al veel voorkwamen. Dat is strijdig met het idee van aderverkalking als moderne welvaartsziekte.

Die gemummificieerde Egyptenaren, was de tegenwerping, hoorden tot de hoge sociaal-economische klasse. Die deden geen zware lichamelijke arbeid meer en liepen daardoor juist, ook door ruime beschikbaarheid van luxe voedsel, een grote kans op vaatdichtslibbing.

Daarom hebben dezelfde onderzoekers die in 2009 en 2011 over vaatschade in een serie Egyptische mummies berichtten hun onderzoek nu uitgebreid naar andere werelddelen en andere tijden. En naar wat waarschijnlijk gewone, hardwerkende mensen zijn geweest. De Peruanen, Pueblo-indianen en Unangan-eskimo’s zijn niet geprepareerd en gebalsemd, maar werden na hun dood door toevallige kou en droogte gemummificeerd.

De onderzoekers concluderen dat aderverkalking normaal was bij volwassenen in pre-industriële samenlevingen. Dat de ziekte een „vaste component van de menselijke veroudering” is, „niet samenhangend met een speciale eet- of leefwijze”.

Aderverkalking komt tegenwoordig trouwens wel ruim twee keer zo veel voor als in de afgelopen 4.000 jaar. Bij CT-scan-onderzoek in 2004 onder 650 Westerse mensen zonder hartklachten, hadden bij de 50-plussers ruim 80 procent van de mannen en krap 70 procent van de vrouwen duidelijk zichtbare aderverkalking.