Japan eert pijnboom die bleef staan na de tsunami

Japanners trokken al 1,2 miljoen euro uit voor het onderhoud van de resten van een boom die na de tsunami nog stond. „Deze boom is een symbool.”

Vandaag herdenkt Japan de tsunami van twee jaar geleden. Een boom speelt een belangrijke rol in deze herdenking. Op het kaalgeslagen strand van de vrijwel volledig van de kaart geveegde plaats Rikuzentakata werd afgelopen maand een 27 meter hoge gereconstrueerde pijnboom neergezet. Hij heeft een stalen kern en van kunststof gemaakte takken en naalden.

De herbouw van de stad is nog maar nauwelijks begonnen, overal staan nog ruïnes op de lege vlakte, en er is een tragisch tekort aan fondsen. Toch werd er voor deze dode boom met kunststof takken 150 miljoen yen (1,2 miljoen euro) uitgegeven, waarvoor reeds de helft in donaties is ontvangen. Op Japanse internetsites ontketende het een heftig debat. „Ik denk niet dat we nog meer geld hoeven te doneren als het hieraan wordt besteed”, mopperde een lezer op het controversiële Japanse internetforum 2channel.

Maar dit is niet zomaar een boom. Hij heeft hoop geschonken aan honderdduizenden overlevenden van de tsunami. De boom van hoop stond oorspronkelijk tussen zo’n zeventigduizend andere pijnbomen. Het eeuwenoude bos langs het witte strand was één van de mooiste plekken van Japan. Het woeste watergeweld van twee jaar geleden vernietigde het kilometers lange bos. Slechts een paar stronken getuigen er nog van dat hier eens een groot bos stond.

Maar de tsunami, die zelfs betonnen gebouwen als speelgoed verwoestte, wist deze boom niet klein te krijgen. Toen het water weer zakte stond hij trots en koppig in de leeggeslagen woestenij.

Het weerstandsvermogen van de boom sprak tot de verbeelding. Binnen korte tijd verscheen de boom op posters, boeken en zelfs souvenirs. Honderden journalisten verslaan met regelmaat het lot van de boom van hoop. Amerikaanse media als The New York Times, Washington Post en CNN kwamen af op de boom. In een openbaar badhuis in de Japanse stad Chiba is de boom vereeuwigd in een vijf meter breed wandschilderij. „Omdat dit de enige boom was die het overleefde gaf hij hoop aan de mensen”, zegt Tomoyuki Murakami, een persvoorlichter van Rikuzentakata die zijn 6-jarige zoon Yuta verloor in de tsunami. De inwoners van zijn stad zijn aan de boom gehecht geraakt.

Burgemeester Futoshi Toba vindt de uitgaven voor de boom daarom geen verspilling. „Als je in het rampgebied zit, kun je niets zien dat je hoop geeft. Het door de tsunami verwoeste stadhuis, de sporthal en dergelijke stralen helemaal geen hoop uit.” Toba verloor zowel zijn vrouw als zijn woning in de ramp.

De boom speelt nu een belangrijke symbolische rol doordat hij bewijst dat het leven bestand is tegen een ramp, vindt hij. „Het toont dat het onmogelijke mogelijk is. Zelfs mensen in Fukushima zenden er donaties voor en bedanken ons dat we de boom gered hebben. De boom is heel belangrijk voor de overlevenden.”

Reeds binnen enkele weken na de tsunami begon een lokale groep met pogingen om de boom in leven te houden. Die mislukten. Het zoute zeewater had de wortels aangevreten. Eind vorig jaar werd de boom voorzichtig verwijderd. Inwoners stonden er bedroefd bij te bidden.

Maar dat was niet het einde. Hij werd zorgvuldig geconserveerd. De stam kreeg een beschermende laag en een metalen kern. De takken en naalden werden nauwkeurig nagemaakt in kunststof. Er worden wegen, paden en een plein gelegd zodat mensen dicht bij de boom kunnen komen.

De boom geeft niet enkel hoop, maar nu de buitenwereld de tsunami begint te vergeten helpt hij ook de aandacht vast te houden. „Dankzij de boom is Rikuzentakata over de gehele wereld bekend geworden”, legt burgemeester Toba uit. „Dat is belangrijk voor de herbouw.”

De boom leeft weliswaar niet meer, maar hij heeft wel leven nagelaten. In het laboratorium van Sumitomo Tsukuba Research Institute zijn er stekjes gemaakt van de boom die zorgvuldig geteeld worden. Hoofdonderzoeker Kentaro Nakamura lukte het zelfs om nieuwe boompjes te kweken uit zaadjes. „Ik zag dat er nog kegels aan de boom hingen en nam die mee als souvenirs”, vertelt hij. „Pas later kreeg ik het idee om te kijken of er nog zaadjes in zaten.” Tot zijn verrassing was dat het geval en het lukte hem zelfs een deel daarvan te laten ontkiemen.

De door Nakamura gekweekte bomen gaan omstreeks 2020 naar Rikuzentakata als begin voor een nieuw groots bos. De inwoners van Rikuzentakata verlangen er vurig naar. „Maar dat duurt nog wel tenminste honderd jaar”, zegt Nakamura. Tot dan moeten ze het doen met de gereconstrueerde boom.

Maar hoop is er weer.