Het debacle van Haren

Het rapport van de commissie-Cohen over de Facebookrellen is onthullend, onthutsend en fascinerend tegelijk. Er is binnen vier maanden een grondige systeemanalyse van politie en bestuurlijk optreden geschreven, van de invloed van massamedia en de de stand van de jeugdcultuur.

De zogeheten Facebookrellen in september vorig jaar waren een ‘systeemtest’ voor de lokale overheden en tevens proefrit voor de nationale politie. En iedereen krijgt een onvoldoende. De burgers die een dag later verbluft de scherven opveegden, zijn de facto in de steek gelaten. Alle autoriteiten die na de rellen verklaarden dat alles was voorzien, in scenario’s beschreven of anderszins onder controle, staan in hun hemd. Er klopte verontrustend weinig. Dat kan politiek niet zonder gevolgen blijven.

De overheid was niet voorbereid. Zij had geen overzicht, geen greep op de gebeurtenissen en ook geen helder idee over wat te doen of te laten. De politie was ter plaatse niet goed georganiseerd, de communicatie deugde niet. De burgemeester wist niet wat hem te doen stond. In de nacht van Haren is niets gedaan om het op hol slaan van een menigte dronken jongeren te verhinderen. Goed, een kleine gemeente met weinig ervaring, zeker. Maar eenheden van alle drie de noordelijke politiekorpsen waren in Haren ingezet – en faalden dus opzichtig. Het is maar de vraag of die korpsen het beter doen na de fusie in het kader van de nieuwe nationale politie.

De les is dat heel Nederland dankzij internet, goede verbindingen en voldoende zakgeld voor de jeugd één dorp is geworden – uitgelaten jongeren kunnen op ieder kruispunt in ieder dorp dit soort flashrellen ontketenen. In Haren net zo goed als in Laag-Keppel, om een willekeurig dorp te noemen. Alle politiekorpsen en burgemeesters moeten dus voorbereid, alert en geïnformeerd zijn.

Ook de journalistiek mag zich achteraf bezinnen op het effect van haar massale aanwezigheid op de groepsdynamiek. Behalve ‘Facebookrellen’ waren het namelijk ook tv-rellen. Het rapport concludeert dat het geweld niet was georganiseerd. Voetbalhooligans speelden geen rol. Dit was ‘normale’ jeugd die ontspoorde. Maar hoe?

Het rapport toont aan dat er sprake was van een geleidelijke opbouw, van hossen, zingen en vernielen, waarbij live-tv een rol speelde. Het oplichten van tv-lampen bracht de jeugd tot „synchroon op en neer springen”, gevolgd door vernielen. Na een poosje ook los van de aanwezigheid van camera’s. Het verschijnen van de ME was de trigger die tot geweld leidde. Live-tv heeft het niet gedaan, maar was zuurstof bij een smeulend vuur. Achteraf, bij de rokende puinhoop, mag dat gezegd worden.