‘Gelouterd uit de crisis van Strauss’

Dirigent Marc Albrecht (1964) speelde dit weekeind in het Concertgebouw Eine Alpensinfonie van Richard Strauss.

Marc Albrecht. Foto Simone van Es

„De muziek van Richard Strauss ligt mij na het hart. Zij vormt bovendien de sleutel tot mijn liefdesgeschiedenis met dit orkest: wij hebben elkaar via Strauss ontmoet, toen we in 2008 bij DNO Die Frau ohne Schatten uitvoerden. Telkens als wij Strauss spelen, voelt dat heel bijzonder.

„De atmosfeer op het podium was heel vrij – fantastisch als dat al bij het eerste concert gebeurt. Eine Alpensinfonie is dan ook echt muzikantenvoer, een van Strauss' allerbeste instrumentaties. Het werk beschrijft een avontuurlijke bergbeklimming, maar het is vooral een avontuur in klanken. Uitgerekend met dit werk maken wij onze eerste gezamenlijke tournee: vanaf dinsdag spelen we nog zes keer in Duitsland, en dat zullen zes unieke beklimmingen worden.

Eine Alpensinfonie (1915) is een laatste relict uit een tijd van gigantomanie, waarin men probeerde alle krachten tot het uiterste op te voeren. In die mateloosheid ligt echter een ongelooflijke rijkdom aan kleuren en mogelijkheden besloten.

„Het werk is niet alleen maar luid, zoals je op basis van de forse bezetting zou denken, maar vooral gelaagd, gedifferentieerd en vaak zeer subtiel. Strauss heeft al die middelen nodig op zijn klankreis. Terugkijkend op die periode voor de Eerste Wereldoorlog denken wij: ja, toen was de wereld nog in orde. Vervolgens kwam de grote breuk en moest men zich volledig heroriënteren, ook artistiek.

„Ik deel Strauss' fascinatie voor de bergen, al kom ik net als mijn orkest uit het flachland. Maar behalve een bergtafereel verbeeldt Eine Alpensinfonie ook een levenscyclus, een crisiservaring. Donder en bliksem in de bergen zijn heel iets anders dan onweer op het Damrak. Uiteindelijk komen we gesterkt en gelouterd uit die crisis tevoorschijn. Zo is het werk een metafoor voor de manier waarop wij ons leven vormgeven.”