De universiteit hoort juist geen praktijkschool te zijn

De geur van boeken, van intellectuele debat – dat zou toch de universiteit moeten zijn? Maar de verschoolsing slaat toe, vreest Michiel Hennink.

Het traditionele academische klimaat dreigt te verdwijnen. Vroeger studeerde slechts één procent van de Nederlandse bevolking. Dat kwam onder andere doordat lang niet iedereen zich een universitaire opleiding kon veroorloven.

Maar er speelde meer. De universiteit was een plek voor theoretici; de traditionele student was een intellectueel in spe. Met de praktijk hield ‘de rest’ zich maar bezig.

Wie niet van denken, lezen en schrijven hield, ging niet studeren.

Nu is dat anders. Op vrijwel elke universiteit staat de arbeidsmarkt centraal. Een snelle doorstroming van studenten is topprioriteit. De universiteit is nog slechts een tussenstop. Wie er snel weer weg is, heet een goede student te zijn.

Origineel denken en creativiteit wordt bij veel studies nauwelijks meer beloond, omdat de aandacht verschuift naar direct toepasbare kennis en praktische vaardigheden.

De kern van het moderne studieaanbod wordt gevormd door praktijkgerichte studierichtingen, zoals bedrijfskunde, psychologie en communicatiewetenschappen.

Welk onderscheid bestaat er nu nog tussen beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderricht?

Op universiteiten maakt het theoretische ‘waarom’ plaats voor het praktische ‘hoe’.

De ijverige oefenaar en kennisstamper floreert, terwijl het potentiële genie niet aan zijn trekken komt. Intellectuele oppervlakkigheid wordt de regel, en daarmee diepgang de uitzondering.

Zo bijt de moderne student nog maar zelden zelfstandig zijn tanden stuk op een complex en veelzijdig vraagstuk. Laat staan dat hij zijn mening moet kunnen geven in een prikkelend essay.

Bij taaltoetsen op mijn universiteit blijkt een meerderheid niet in staat om fatsoenlijk te spellen en werkwoorden te vervoegen. Op tentamens wordt parate kennis in plaats van oorspronkelijk denken getoetst.

Tegelijkertijd worden universiteiten schrikbarend snel schoolser.

Vanaf dit jaar behandelen Rotterdamse rechtenstudenten alle lesstof klassikaal.

Hierna maken zij samen computeropdrachten, gevolgd door een nabespreking met de docent. Verplichte werkgroepen, verplichte zelfevaluaties, verplichte mentorgesprekken – voeg een uurtje gym toe, en je waant je op een middelbare school.

De Rotterdammers kunnen zich troosten met een blik op de Universiteit Leiden, waar de verschoolsing zo mogelijk nog erger heeft toegeslagen.

De nieuwe rector magnificus van de universiteit ziet, naar eigen zeggen, de propedeuse als een soort ‘vwo 7’. Daar horen bijvoorbeeld huiswerkcontroles bij.

De universitair docent als schoolmeester en de student als scholier: voor velen een schrikbeeld, in Leiden het doel.

De eigen verantwoordelijkheid van studenten wordt op deze manier ingeruild voor ‘bemoedering’.

Ooit stond een academische bul voor meer dan alleen bekwaamheid in een van de wetenschappen. Met een bul bewees een student ook dat hij beschikte over zelfdiscipline, intrinsieke motivatie en planningsvermogen.

Die eigenschappen zijn nu steeds minder nodig voor studiesucces.

De grote drijfveer achter deze veranderingen is de drang naar een hoger studierendement.

Maar hoe erg is het eigenlijk als studenten zonder talent, ijver of discipline afvallen? In de rest van Europa kom je zonder die eigenschappen al nooit op de universiteit terecht. Niet het aantal afstudeerders, maar hun kwaliteit zou voorop moeten staan. Anders ligt een inflatie van titels op de loer.

Zou het karakter van het academisch onderwijs zijn veranderd doordat inmiddels teveel mensen studeren?

Het vwo is in twintig jaar met 40 procent gegroeid. Het aantal academici is in drie decennia zelfs verdrievoudigd. In het huidige hoger onderwijs worden denkers en doeners ten onrechte op een hoop gegooid. Met het gelijktrekken van de hbo- en wo-titels zou dit proces worden voltooid.

Nederlandse universiteiten zouden hun academische wortels niet moeten verloochenen.

De geur van boeken, verhitte intellectuele discussies en scherpe teksten – dát is toch wat een universiteit hoort te kenschetsen?

Een student hoort geen veredelde scholier te zijn. Sleep studenten niet door een fabriek voor practici, maar scherp hun geest.

Die uitdaging moet een student zelf aangaan, zonder betuttelende begeleiding. Waar staat de universiteit anders nog voor?

Michiel Hennink is student economie en rechten aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.