Bestuurlijke loopgraven

Wordt Assen, 67.000 inwoners, slechter bestuurd dan Amsterdam, met een bevolkingsaantal van 790.000? Hebben de inwoners van Woensdrecht (21.000) het met hun gemeente beroerder getroffen dan die van fusiegemeente Westland (102.000)?

Het zijn vragen die relevant zijn nu het kabinet zich zo duidelijk heeft uitgesproken voor een nieuwe fusiegolf tussen gemeenten. In deze kabinetsperiode moet het aantal gemeenten, nu 408, met 75 worden teruggebracht om daarna, in 2025, op 100 à 150 uit te komen.

Uit een enquête van deze krant bleek afgelopen zaterdag dat 84 procent van de burgemeesters zich tegen dit plan van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) keert. In het bijzonder tegen het uitgangspunt dat 100.000 inwoners de ondergrens moet zijn voor de nieuw te vormen gemeenten.

Al is die grens niet absoluut, zoals de minister vorige maand in een brief aan de Tweede Kamer nog eens aangaf. Daarin spreekt hij van „maatwerk op basis van bevolkingsdichtheid of de geografische context”.

Zonder deze restrictie zou er in Zeeland, Flevoland, Drenthe en Groningen nog maar plaats zijn voor drie tot vijf gemeenten.

Toch blijft de vraag waarop de ondergrens van 100.000 is gebaseerd. Het belangrijkste argument voor de schaalvergroting is decentralisatie. In 2014 en 2015 hevelt het Rijk zorgtaken en de aanpak van de werkloosheid over naar de gemeenten. Taken die ze nu voor een deel al uitvoeren, dikwijls binnen een samenwerkingsverband.

Het kan voor de burger voordelen hebben als hij straks voor zijn hulpvragen bij één loket terecht kan. Het gaat hier om taken waarbij de overheid in hoge mate als dienstverlener voor haar burgers optreedt, en hoe dichter bij diens huis, hoe beter dat is.

De minister meent dat gemeentelijke organisaties alleen tot adequate uitvoering in staat zullen zijn als ze worden opgeschaald naar het niveau dat hem voor ogen staat. Opdat het gemeentebestuur er ook de politieke verantwoordelijkheid voor kan nemen.

Maar is dat zo? Gemeenten kunnen ook via samenwerking resultaat bereiken. Plasterk zal met sterkere argumenten moeten komen, wil hij gemeenten ervan overtuigen dat ze moeten fuseren.

Het risico dat hij loopt is dat van een conflict dat vanuit de bestuurlijke loopgraven wordt uitgevochten. Met gemeenten die hun bevolking tegen zijn plan mobiliseren. Daarmee is de uitvoering van zorg- en andere taken vast niet gebaat.