Autonome geesten bij een aparte club

Na de 1-0 overwinning op FC Twente heeft alleen Vitesse nog aansluiting bij de topdrie. „We blijven hongerig zolang we niets te eten krijgen.”

Wat is er nodig voor de top? De informele leider van Vitesse, Theo Janssen, weet er wel wat van. Hij was een pijler onder de succesjaren van FC Twente en pikte vorig jaar tijdens zijn seizoen bij Ajax zijn tweede landstitel in drie jaar mee. „Als ik hier ook kampioen word, dan berg ik echt mijn schoenen op”, zei hij gisteren met een grijns na de zwaarbevochten uitoverwinning van Vitesse op zijn oude club FC Twente (1-0).

Over de titel wil hij het nog steeds niet hebben. „Dat heeft niets met durven te maken. In deze competitie heeft het gewoon geen enkele zin om voorspellingen te doen.”

Met zijn gebruikelijke quasinonchalance zei Janssen dat hij wedstrijden van de concurrentie niet bekijkt. „Boeit me niet zo, ik ben elke dag al met voetbal bezig.” Als altijd wars van voetbalconventies.

Wie hem met dat eigenaardige loopje over het veld ziet bewegen, kan zich moeilijk voorstellen dat hier – in termen van eindklassering – de meest succesvolle eredivisiespeler van de afgelopen vijf jaar rondloopt. Met nog acht wedstrijden te spelen doet zijn jeugdliefde Vitesse nog altijd mee om de titel.

Een mooi gegeven, maar Vitesse is er nog lang niet, vindt doelman Piet Velthuizen. In de eerste seizoenshelft werd de Arnhemse club al eens tot titelkandidaat verheven, maar die euforie werd het elftal van trainer Fred Rutten in de eerste weken van 2013 bijna fataal. „We beseften niet dat de echte prijzen pas aan het eind verdeeld worden”, zei de keeper van Vitesse gisteravond. „Nu is het besef er dat we acht finales moeten winnen. We zijn hongerig, en dat blijven we zolang we niets te eten krijgen.”

Met ‘te eten krijgen’ bedoelt hij niet de vierde plaats die Vitesse nu stevig in handen heeft. Die geeft recht op de Europa League, maar bij de Arnhemse club met zijn steenrijke Georgische eigenaar deed iedereen na de overwinning op directe concurrent FC Twente zijn stinkende best om de schijn van zelfgenoegzaamheid tegen te gaan.

Zoals trainer Rutten gisteravond na de persconferentie, toen hem gevraagd werd of er nu een klein flesje open kan. „Nee, dat mag niet van meneer Jordania.”

Vitesse wil meer, en vooral eigenaar Merab Jordania wil meer. Dat Vitesse als laatste club van buiten de traditionele topdrie nog aansluiting heeft bij koploper Ajax, PSV en Feyenoord is knap. Maar in die constatering schuilt volgens trainer Rutten een groot gevaar. „Er zweven mensen om de club heen die na een overwinning zeggen: kijk eens waar we nu staan, prachtig wat we hebben.” Hij deed zijn beste imitatie van volwassenen die blij zijn als kinderen met snoep. „Dat is Kindergarten. Daar moet Vitesse vanaf.”

Wie hij precies bedoelde, bleef onduidelijk. Rutten: „In ieder geval niemand in de kleedkamer. Ik heb het over mensen rond de club, die moeten beseffen dat het aan de top anders werkt. Als je bij een topclub een wedstrijd wint, dan gaat het van hup, deur dicht, op naar de volgende tegenstander.” Bij de top past dus kennelijk geen vreugde over een voorsprong van zes punten op nummer vijf FC Utrecht in de strijd om de vierde plaats. Toch een soort doelstelling voor Vitesse? Rutten: „Winnen bij ADO Den Haag volgende week is onze doelstelling.”

Vitesse, leek Rutten te willen zeggen, legt zichzelf misschien wel te weinig druk op. De ironie is dat hij als trainer van PSV drie jaar op rij meegemaakt heeft wat te hoge druk met een team kan doen. De club uit Eindhoven kocht zodanig in dat alleen Champions League-deelname de uitgaven kon dekken. Het team bezweek steeds en trainer Rutten werd afgelopen seizoen ontslagen. Daarom ook was hij zo boos toen de beloofde versterkingen bij Vitesse in januari dit jaar niet kwamen. Hij vond dat de clubleiding „supporters voor de gek houdt” door over een kampioenschap te spreken en vervolgens op de transfermarkt niets voor elkaar te krijgen.

Rutten streeft nu naar de mentaliteit van een topclub. Niet altijd leuk, wel noodzakelijk. „Ik ben hier weleens de boeman, die de dingen wat hard stelt. Ik wil namelijk waken voor gemakzucht binnen het hele gebeuren. Maar dat proces zal bij Vitesse nog jaren duren, zoals dat bij FC Twente ook jaren heeft geduurd.”

Als trainer van Twente stond hij aan de basis van de voorbije succesjaren van de Enschedese club. Aan de grimmigheid in Twente na de recente wanprestaties proeft hij nu de status van een topclub. „Je moet die zuurheid hebben als het minder gaat.”

Dat mist Rutten nog in Arnhem. Maar nogmaals: „Niet in de kleedkamer.” Want daar zitten karakters. Topscorer Wilfried Bony bijvoorbeeld, die gisteren niet veel meer deed dan het beslissende doelpunt maken. Hij beleefde niet zijn gewenste transfer, maar schikt zich en werkt stug door aan zijn doelpuntentotaal – nu 24. En Janssen, die zich in de tweede helft zelfs verdienstelijk maakte als centrale verdediger. „In dit soort wedstrijden staat hij op”, zei Velthuizen.

Maar dat kon hij net zo goed over heel Vitesse zeggen. Van de onderlinge duels in de huidige topzes werden er zeven gewonnen en twee gelijkgespeeld. Nu treft Vitesse alleen nog Feyenoord. Maar juist de duels tegen laaggeklasseerde tegenstanders baren Janssen zorgen. Dat waren tot nu vaak wedstrijden waarin hij op de automatische piloot speelde. Was hij maar altijd zo, mijmerde Rutten toen Janssen tegen Ajax in januari de ommekeer inleidde. Tegen oude clubs komt het beste in hem naar boven.

Gisteren was Janssen niet beslissend, wel bepalend. Sturend in hand en gebaar. Zijn gezag is evident. „Als wij kampioen worden hebben de andere clubs gefaald”, zei Janssen. Hij lijkt in Rutten zijn gelijke te hebben gevonden in ongeveinsde nuchterheid. Twee autonome geesten, één missie.

Kan Vitesse kampioen worden? Op het moment dat je daarover gaat nadenken, gaat het mis, zei Rutten. „Maar ik zie op dit moment geen team dat acht wedstrijden achter elkaar wint.”