Column

Alexander Visotski

Alexander Visotski, onthoud die naam. Hij is elf jaar. Als volgende week die veelbesproken landelijke lijst met gemiddelde Cito-scores van basisscholen openbaar wordt, dan staat zijn school bovenaan, dat kan nauwelijks anders. Gemiddelde score: 550, de hoogst haalbare. Het aantal afgelegde eindtoetsen: één, die van Alexander.

De school heet de Interschool en is gevestigd op het terrein van het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Alexander, geboren in Nederland, woonde zijn hele leven in asielzoekerscentra en vreemdelingengevangenissen. Twaalf jaar geleden kwam zijn vader vanuit Rusland naar Nederland met zijn vrouw. Zes kinderen kregen ze hier – ja. Alexander is de oudste.

Tweeëntwintig keer zijn ze verhuisd. Dit is zijn achtste school. Vorig jaar zat hij in groep 6, dit jaar galoppeerde hij in één keer door naar groep 8. In zijn Citotoets had hij maar acht fouten, tien minder dan voor de topscore mag.

Gisteren haalde ik hem met zijn vader op. We reden naar hotel Boschhuis. De vraag wat hij wilde drinken overweldigde Alexander enigszins, het kiezen van een taartje ook. Een kind dat verlegen wordt van zijn eigen handen. De serveerster herkende hem opgetogen uit het Dagblad van het Noorden.

Aan zijn gelaatskleur zag je dat hij niet graag buiten komt. „Ik moet hem naar buiten slépen”, zei zijn vader. De meeste kinderen in dit asielzoekerscentrum zijn nieuwkomers, ze spreken nauwelijks Nederlands en vertrekken meestal binnen drie maanden. Alexander is een kind zonder vrienden. De enige leerling van groep 8 ook. „Maar ik heb een parkietje, Sonita”, zei hij – hierbij brak zijn eerste lach door. Hij leert zichzelf Engels, Duits en Frans met tv-kijken. Hij leest encyclopedieën en drijft zijn vader graag tot wanhoop met quizvragen.

Pas vier jaar oud werd Alexander Visotski al voor de tweede keer opgesloten in een vreemdelingengevangenis. Die keer zonder zijn vader, die moest naar de Rotterdamse detentieboot, maar dat was hun niet verteld. Alexander Visotski huilde zo lang dat zijn wanhopige moeder een verhaaltje verzon. Alexander: „Er waren tijgers en olifanten uit de dierentuin ontsnapt. Álle mensen in Nederland zaten daarom even achter tralies. Voor hun veiligheid. Dat was normaal.”

Alexander is daarvan zo geschrokken, dat hij een jaar lang niet heeft gepraat. Hij zei het schouderophalend, maar zijn handen fladderden.

„Dat jaar zat hij liefst onder tafel, als een nieuwsgierig katje”, zei zijn vader zacht. „Maar zand erover.” Niet boos worden. Ter Apel is mooi, de school is uitmuntend en het kinderpardon biedt weer hoop.

De serveerster kwam Alexander Visotski, het knappe asielkind, nog plechtig een pot met snoep onder zijn neus houden. Overdreven, maar ik begreep het wel. Niet om die hoge Citoscore. Wel om wat die zichtbaar maakte. Het was schaamte.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.