Advies Deetman: Katholieke Kerk moet mishandeling van vrouwen erkennen

DEN HAAG - Het rapport van de commissie Deetman over het vervolgonderzoek naar seksueel misbruik van en geweld tegen minderjarige vrouwen in de Rooms-Katholieke Kerk wordt uitgedeeld aan journalisten. ANP REMKO DE WAAL Het vervolgonderzoek naar seksueel misbruik van en geweld tegen minderjarige vrouwen in de Rooms-Katholieke Kerk. Foto ANP / Remko de Waal

De Rooms-Katholieke Kerk moet vrouwen die als kind vaak ernstig mishandeld zijn in katholieke tehuizen, erkennen en smartegeld betalen. Dat adviseert Wim Deetman in een vandaag gepubliceerd vervolgonderzoek rond het misbruikschandaal in de Kerk.

In de bestaande klachtenprocedure krijgen alleen slachtoffers van seksueel misbruik erkenning en compensatie. Deetman stelt voor vrouwelijke geweldsslachtoffers te helpen via een speciale bemiddeling door mediators. Over mannelijke geweldsslachtoffers zegt hij niets.

Vervolgonderzoek commissie-Deetman

Het vervolgonderzoek bouwt voort op het onderzoek van de commissie-Deetman, naar seksueel misbruik van jongens en meisjes in de katholieke kerk. Daaruit bleek dat “enkele tienduizenden” kinderen, vooral jongens, sinds 1945 slachtoffer waren. Voor hen kwam er een klachten- en compensatieregeling. Op verzoek van de Tweede Kamer keek Deetman daarna nog specifiek naar het seksueel misbruik van meisjes en jonge vrouwen, en naar schrijnende gevallen van geweld.

Volgens Deetman gaat het bij meisjes en jonge vrouwen om “enkele uitzonderlijke gevallen” van seksueel misbruik, niet om structurele misstanden. Daarentegen sluit hij niet uit dat “fysiek en psychisch geweld tegenover bekeerlingen en pupillen” vaker en breder voorkwam.

Het vaak ernstige seksueel misbruik van minderjarige vrouwen door kerkdienaren kwam vaker thuis en in de parochie voor. Seksueel misbruik van jongens gebeurde vooral in internaten.

Fysiek en psychisch geweld tegen meisjes was er juist in instellingen, zoals kindertehuizen en ziekenhuizen, geleid door vrouwelijke religieuzen. De meeste meldingen dateren uit de jaren vijftig en zestig.

Geen aanwijzingen voor geweld uit archiefonderzoek

Archiefonderzoek bij zustercongregaties, bood volgens Deetman geen aanwijzingen van geweld. Uit de archieven rijst wel het beeld op van een omgang van zusters met meisjes, en van zusters onderling, “in een kille en koele omgeving”.

Dit beeld sluit aan op andere onderzoeken die wijzen op een “klimaat van formalisme en liefdeloosheid, van emotionele kilte en hardheid, van repressie en vernedering.” Voor zijn vervolgonderzoek putte Deetman uit gegevens van zijn eerste onderzoek. Daarnaast ontving hij 181 nieuwe meldingen van kindermisbruik, al dan niet in combinatie met geweld. Drie verjaarde gevallen zijn voorgelegd aan het Openbaar Ministerie wegens de ernst van de gemelde mishandeling.

Advies voor mediation-traject voor geweldsslachtoffers

Deetman adviseert de Kerk een apart mediation-traject voor geweldsslachtoffers, onder toezicht van de voorzitter van de huidige klachtencommissie. Deze aanpak moet het mogelijk maken om ook deze slachtoffers officieel te erkennen en genoegdoening te bieden. De hoogte van de financiële compensatie moet volgens Deetman afgestemd zijn op het gemiddelde van de compensatiebedragen die uitgekeerd worden voor seksueel misbruik.