Spanjaarden demonstreren tegen gigantische werkloosheid

Demonstranten in Madrid. Tienduizenden mensen gingen vandaag de straat op. Foto AP / Andres Kudacki

Tienduizenden demonstranten zijn vandaag in tientallen Spaanse steden de straat opgegaan uit protest tegen de gigantische werkloosheid in het land. De Spaanse economie bevindt zich in zijn tweede recessie in drie jaar tijd en de regering in Madrid is volgens de betogers niet in staat de problemen op te lossen.

Zo’n honderdvijftig organisaties, waaronder tal van vakverenigingen, trommelden in meer dan zestig steden hun gevolg op om hun ontevredenheid te tonen. Volgens de politie namen in Barcelona twintigduizend mensen deel aan een demonstratie. In Madrid was ook een grote massa op been, maar om hoeveel mensen het ging, konden de autoriteiten volgens persbureau AP niet zeggen. Veel demonstranten droegen protestborden bij zich met leuzen tegen premier Mariano Rajoy en diens Volkspartij (PP).

26 procent werkloos, maar Spanje langzaam aantrekkelijker voor buitenlandse bedrijven

Het werkloosheidscijfer ligt momenteel op 26 procent, terwijl de werkloosheid onder jongeren nog vele malen hoger is. Van iedere twee jongeren heeft er een geen werk. De sombere vooruitzichten hebben veel afgestudeerden en hoger opgeleiden doen besluiten hun fortuin in het buitenland te zoeken. De problemen blijven enorm, met de wankele banken, ingestorte huizenmarkt, hoge werkloosheid (ruim 26 procent), kredietschaarste en vele particuliere schulden.

Toch is er niet alleen maar slecht nieuws, schreef onze correspondent Merijn de Waal onlangs.

De automobielsector lijdt sterk onder de crisis en krimpt vooral in Europa fors in. Maar tegen deze trend in wisten Spaanse autofabrieken juist nieuwe opdrachten binnen te slepen. Renault bijvoorbeeld schrapt in Frankrijk de komende drie jaar 7.500 banen, terwijl er in zijn fabrieken in Valladolid en Sevilla 1.300 bijkomen. Ook Nissan, Iveco en Audi willen uitbreiden in Spanje.

Het toont hoe Spanje zich langzaam aantrekkelijker weet te maken voor buitenlandse bedrijven. Het uitbreken van de eurocrisis, begin 2010, legde bloot dat het land zijn concurrentiekracht moest verbeteren. Spanje importeerde sinds de eeuwwisseling elk jaar meer dan het exporteerde. Mede hierdoor – en door het opblazen van een enorme vastgoedzeepbel – bouwde het een hoge buitenlandse schuldenlast op.

Om deze draaglijk te houden en af te bouwen, moet de economie weer gaan groeien. Voor de invoering van de euro kon Spanje de peseta devalueren, maar nu moet het door een pijnlijk proces van zogenoemde interne devaluatie. Lonen en salarissen moeten omlaag. Alleen zo kan het land zich, samen met structurele hervormingen, weer interessant maken voor investeerders.

Ook woede over corruptieschandalen

Het strenge bezuinigingsbeleid van de regering werkt echter averechts, zei Candido Mendez van de Algemene Arbeidersvereniging vandaag. Volgens hem komen veel Spanjaarden door de bezuinigingen in de armoede terecht en lijdt ook de democratie onder het starre beleid.

Daarnaast uitten de betogers hun woede over de corruptieschandalen rond de Volkspartij en het koningshuis. Voormalig penningmeester van de PP Luis Barcenas is verwikkeld in een corruptieproces en wordt ervan beschuldigd dat hij een schaduwboekhouding heeft bijgehouden, terwijl partijgenoten jarenlang onderhandse betalingen in ontvangst zouden hebben genomen. De schoonzoon van koning Juan Carlos, Iñaki Urdangarin, wordt ondertussen in verband gebracht met het aannemen van steekpenningen. Hij zou op onwettige wijze miljoenen euro’s hebben ontvangen.