Column

Zwendel

Consumenten in de VS hebben de brouwer van Budweiser-bier voor de rechter gesleept: in veel blikjes, zeggen ze, zit minder alcohol dan erop staat. Dat lijkt – sorry – klein bier, verbetenheid van mensen die niets beters te doen hebben. Maar ik moest denken aan de bekentenis eind vorig jaar van DE-topman Michiel Herkemij, waarin hij toegaf dat er jarenlang met opzet minder koffie in de Senseo-koffiepads was gedaan. Senseo wordt gemaakt voor mensen zonder smaak, die koffie verhoudt zich tot espresso als Mark Rutte tot staatsman, Jan Smit tot zingen en Paolo Coelho tot filosofie – dus niemand die het doorhad. De tijdelijke vervanger van Herkemij (die na amper een jaar vertrok, met ruim vijf miljoen) stelde vorige week min of meer dat Senseo nog steeds niet te zuipen is. Maar vooral maakte hij zich druk over de 5 tot 10 procent kopers van de nieuwe Sarista-bonenmachine die de bijbehorende „bonenfunnels” kraken. Die vullen ze dan met hun eigen bonen in plaats van die van Douwe Egberts.

Koekje van eigen deeg, zeg ik. Interim-topman Jan Bennink ziet dat anders: „We gaan die mogelijkheid afsluiten.”

Het tekent de houding van een bedrijf als DE tegenover zijn klanten. Jarenlang wordt de consument uit louter winstbejag kwalitatief tekortgedaan – maar o wee als diezelfde consument ook maar eenhonderdste procent van die winst dreigt af te snoepen. De klant wordt eerst gemanipuleerd en dan gewantrouwd. Het zal nog een tijdje niet goed gaan met DE Master Blenders.

Jarenlang dachten we dat alle kwalen van de samenleving op de politiek terug te voeren waren. Terwijl het opgehitste volk tierde over Haagse zakkenvullers, werd het ongemerkt uitgekleed door de hoeders van de nieuwe economische orde – commerciële omroepen met sponsors, belspelletjes en opzichtige sluikreclames, banken met hun rommelproducten, en de populaire sport, die eerst werd aangetast door een allesoverheersende commercie en vervolgens – logisch gevolg – door corruptie. Terwijl iedereen zich het hoofd brak over het democratisch tekort, werd de burger/consument moeiteloos tot een object van eindeloze commerciële manipulatie gemaakt. Onder luid applaus, winst was het nieuwe geloof. En nu: paardenvlees in de lasagne, doping in Boogerd, grootschalige omkoping in het betaald voetbal, grootscheepse fraude bij SNS Reaal, het wilde gegok bij de woningcorporaties. Hier werd in korte tijd meer maatschappelijk vertrouwen uitgehold dan waartoe de Haagse bestuurders ooit in staat waren geweest. En ironie: juist wanneer de politieke klasse het ongeremde marktdenken omhelsde, werd ze door massa’s burgers toegejuicht.

Paardenvlees en doping, gooi ik alles op één hoop? Ik denk het niet. Wat zich aftekent is een mentaliteit van geïnstitutionaliseerde zwendel. Oplichters zijn van alle tijden, georganiseerde criminaliteit eveneens, maar je zult lang moeten zoeken naar zwendel die gedragen wordt door een geloof, de morele overtuiging dat die zwendel in dienst staat van een goede zaak, een hoger doel. In dat licht was de bekentenis van Herkemij over de Senseo-pads van betekenis – hier werd voorzichtig afstand genomen van een verrotte mentaliteit, waarbij de klant het middel was en de aandeelhouder het doel.

Die mentaliteit wordt nog altijd voorgesteld als een natuurkracht. Piet Moerland, bestuursvoorzitter van de Rabo-bank, vorige week in NRC Weekend: „Als je principieel dingen afwees, prees je jezelf uit de markt. Dat leek me niet verstandig. Achteraf werden we meegesleept. Achteraf gezien waren we onderdeel van een systeem dat op hol is geslagen.”

Het klassieke excuus, dat nu overal klinkt: ik was maar een klein radertje in het systeem, je moest wel, niemand wilde luisteren, anders waren we kopje onder gegaan. En, die mantra klinkt ook bij Piet Moerland, achteraf is het makkelijk praten.

Maar toen de directrice van een vastgoedtak van SNS, Hetty van de Laar, afgelopen zomer nog malversaties bij die bank op het spoor kwam, werd ze eerst doodgezwegen. Daarna werd haar zwijggeld aangeboden.

Het is waar dat de mentaliteit die nu overal ontmaskerd wordt zich voordeed als een cultuur waaraan vrijwel niemand zich kon onttrekken – maar niet omdat men niet durfde, maar omdat men niet wilde. Je werd niet gedwongen, je wilde erbij horen. Niets zo fijn als een gedeeld geloof. Het afscheid is verdomd lastig, omdat het geloof nog altijd een beetje in je zit. Achteraf is het helemaal niet makkelijk praten, zoals Moerland beweert – het blijkt juist verdomde moeilijk. Al die halfhartige schuldbekentenissen en dat luchthartig schouderophalen. Het echte praten moet nog beginnen.