Pokeren op een kort baantje

De Nederlandse shorttrackers hopen op de WK in Debrecen aansluiting te krijgen bij de wereldtop. Elk van de drie rijders stippelt zijn eigen tactiek uit.

Freek van der Wart ging er vroeger voor naar het ijsstadion. „Buitenaards” waren ze, de Koreaanse shorttrackers. Klein, sterk, watervlug, onnavolgbaar. Kampioen voordat het toernooi begonnen was. Maar een klein jaar voor de Olympische Spelen van Sotsji testen de Europees kampioen en zijn kompanen, Sjinkie Knegt en Niels Kerstholt, het Aziatische bolwerk steeds vaker op haarscheurtjes en andere onvolkomenheden. „We schrikken niet meer van een Koreaanse naam”, zegt hij aan de vooravond van de WK in Debrecen.

Het toernooi aan de Hongaarse oostgrens geeft dit weekeinde een indicatie van de nieuwe verhoudingen in de sport die jarenlang werd beheerst door de Koreanen. De Canadezen, de Amerikanen en de Chinezen gelden als de voornaamste uitdagers, samen met de Nederlandse ploeg, die zes jaar geleden aan een lange inhaalmanoeuvre begon. „Nu zien wij de Koreanen gewoon als jongens die heel hard trainen, net als wij”, zegt Van der Wart.

Bij de laatste elf WK’s veroverden de Koreaanse mannen liefst tien wereldtitels. Die dominantie bepaalde zelfs lange tijd hun racestrategie, zegt Kerstholt. „Die was heel simpel: ze zaten de hele rit achterin te chillen en vlogen de laatste rondjes om iedereen heen.”

Uren kunnen ze praten over de tactieken waarmee ze hun tegenstanders gaan verslaan. Hoe ze de wereldkampioen van 2011, Noh Jin-kyu, het beste aanpakken, de man die het liefst tien rondjes voor het eind op kop komt, en steeds een beetje meer versnelt. Of vijfvoudig wereldkampioen Ahn Hyun-soo, die tegenwoordig onder de naam Victor An – en geblondeerd – voor Rusland uitkomt. Hij komt het liefst een meter voor de finish pas op kop.

Kat en muis tussen vijf wurmende schaatsers op een baantje van 111 meter – het is vaak pure blufpoker, zegt bondscoach Jeroen Otter. Maar iedereen probeert te profiteren van zijn sterkste kanten. Bij de behendige Knegt is dat schaatsen achter de koppositie, midden in ‘het pak’. Plekje voor plekje opschuiven naarmate de finish dichterbij komt. Knegt: „In mijn ideale race probeer ik op plekje drie te rijden, met nog drie of vier rondes te gaan. Dan een goeie actie maken, het liefst twee man tegelijk pakken, binnendoor. En dan volle bak tot het einde.”

Van der Wart reed zijn droomrace in januari in Malmö, waar hij verrassend Europees kampioen werd. „Twee man proberen elkaar af te troeven om plek één, en ik rijd er zes ronden lang heel ontspannen achteraan. Dan ga ik aan, de eerste voorbij, binnendoor, de tweede voorbij en ik kom op kop als de bel voor de laatste ronde gaat.” Zijn specialiteit: een extra versnelling die hij vlak voor de voorlaatste bocht inzet.

Maar die tactiek vereist geduld en stalen zenuwen, zegt Otter. „Voor Freek is het makkelijk wachten, dankzij die versnelling. Die heeft bijna niemand. Maar hij heeft daar ook de energie voor omdát hij zo lang wacht. Dat is het spel: hoe lang durf je te wachten? Want je kunt ook te laat aangaan.”

Kerstholt heeft dat geduld niet. Rijdt liever voorin, vertrouwend op zijn fysieke kracht. Bovendien zit hij daar voor het gedrang en eventuele valpartijen. „Ik zou meer geduld moeten hebben, meer achterin moeten zitten, om energie te sparen. Maar dat risico wil ik niet altijd nemen. Mijn valkuil is dat ik te lang voorop rijd, doodga en voorbijgereden word. Bij Sjinkie en Freek is het andersom: zij blijven soms te lang achterin hangen. Dan heb je nog wel energie over, maar kom je er niet meer langs.”

Voor elke race bespreekt Otter kort een tactiek met zijn rijders. Al te veel stelt dat niet voor. „Een race verloopt misschien eens in de twintig keer zoals je had verwacht. Dus je moet wel heel flexibel zijn. Dan helpt het als je ervaring hebt: die rijders herkennen sneller een veranderde situatie.”

Maar tactisch inzicht is ook talent, zegt Otter. „Sjinkie heeft dat lepe. Als er iets onverwachts gebeurt, ziet hij meteen een nieuwe uitdaging. Hij heeft geen bagage van een negatieve actie, dat is goud waard. Hij leeft volledig in het moment. Gaat altijd op zoek naar een gaatje waar hij zich doorheen kan wurmen.” Knegt ziet dat ook als zijn voornaamste kracht. „Een echte tactiek heb ik nooit van tevoren. Je weet nooit wat er gebeurt. Ik rijd op intuïtie.”

Shorttrack als pokerspel – maar opvallend genoeg spelen de rijders geen mentale spelletjes met elkaar. Knegt: „Zulk gedrag, jezelf groter maken bij de start, zie je nooit. Iedereen is lekker zichzelf, we vechten het op het ijs wel uit.” Van der Wart: „Het maakt meer indruk als jij zes rondjes van 8,7 seconden rijdt.”

Succes dwingt tot een aanpassing van de strategie, merken de Nederlanders. Waar zij tot voor kort anoniem hun eigen plan konden trekken, wordt er nu steeds meer rekening met hen gehouden. Zeker door Europese tegenstanders, zegt Knegt. „Die zien een oranje pak en gaan er meteen achter zitten. Of ze dwingen je op kop te rijden. Dan moet je weer een andere tactiek bedenken.”