Op het vmbo zitten ook veel lieve kinderen

Vooral hoger opgeleide blanke ouders zien hun kinderen met lede ogen naar een vmbo gaan. Het slechte imago van het vmbo is niet terecht, vinden velen. „Meer dan 95 procent van de vmbo-scholen functioneert uitstekend.”

Leerlingen van de Utrechtse vmbo-school Vader Rijn College zijn bezig met een praktijkles koekjesbakken. Foto Bart Muhl

Stel je voor dat haar dochter straks toch nog naar het vmbo moet. Ze moet er niet aan denken. Het vmbo zit vol ongemotiveerde kinderen uit een lagere sociale klasse, volgens haar. Domme kinderen. Ja, het klinkt hard, zegt ze. „Maar het vmbo is een smeltkroes van iedereen die niet kan leren.”

Aan het woord is een 41-jarige moeder uit Oegstgeest. De zelfstandig ondernemer wil anoniem blijven. Ze wil niet dat haar dochter weet hoe ze over het vmbo denkt. „Als ze er toch straks heen moet, dan wil ik niet dat ze denkt dat ze mij teleurstelt.” Haar dochter is 12 en heeft net de score van de Cito-toets binnen. Het advies: vmbo-t/havo. „Ik hoop zo dat ze havo kan gaan doen. Dat staat ook veel beter op je cv.”

Alle basisschoolleerlingen die een maand geleden de Cito-toets maakten, hebben deze week de uitslag binnengekregen. Dat was ook voor hun ouders spannend. Vooral voor hoger opgeleide blanke ouders. Want die zien hun kind het liefst naar het gymnasium gaan. Of vwo. En als het dan echt niet anders kan, dan maar naar de havo. Maar het vmbo? Dat is echt zeer onwenselijk.

Het vmbo kampt al jaren met een imagoprobleem. Het staat op de laagste trede van de onderwijsladder. En negatieve berichten in de media spelen eveneens een rol. Neem wat het Parool vorige maand meldde: leerlingen van het Amsterdamse Huygens College zouden zo veel overlast veroorzaken dat deze vmbo-school nu een eigen politieagent heeft. Maar ook de populatie van vmbo’s maakt ouders soms bezorgd; allochtone kinderen, kinderen uit lagere sociale klassen, met taal- en leerachterstanden. En soms ook met gedragsproblemen.

Voor hoger opgeleide ouders is het verlies van status als hun kind naar het vmbo moet. „Je zegt liever dat je kind op het gymnasium zit”, zegt een moeder van 44 uit Den Haag, zelf gymnasiast. Ze heeft drie tienerdochters van wie één een vmbo-t-opleiding doet.

Het vmbo is opgebouwd uit vier niveaus, ook wel leerwegen genoemd. Het hoogste niveau is vmbo-t, de theoretische leerweg – de vroegere mavo. Daarna volgen de gemengde leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg en de basisberoepsgerichte leerweg. Een aantal vmbo’s heeft alle leerwegen in één gebouw heeft. Maar het hoogste niveau, vmbo-t, wordt ook door scholengemeenschappen aangeboden. Tot opluchting van veel ouders: het is een route om aan de grote vmbo’s te ontsnappen. De moeder uit Den Haag: „Daar zit het laagste van het laagste. Allochtonen slaan elkaar in de pauze de hersens in.”

Hoe ze bij dit beeld komt? Een vriendin van haar gaf les op een zwarte vmbo. Die vertelde dat leerlingen reageren vanuit een oergevoel. „Ze gaan niet in discussie maar meppen er meteen op los. Straks slaan ze mijn kind ook.”

Maar dat is niet de enige angst die ouders hebben; ze zijn ook bang dat hun kind op het vmbo afzakt. Niet alleen op schoolniveau maar ook sociaal en cultureel. Om dat tegen te gaan, hield een alleenstaande moeder (53) uit Wormerveer haar vmbo-dochter bij de les: ze bezochten musea, theaters, lazen boeken, keken naar intellectuele documentaires. „Om haar weg te houden bij dat andere milieu, en haar inhoud mee te geven.” Want het was verschrikkelijk op het vmbo, zegt ze. Het milieu omschrijft ze als een Coolcat-milieu, „Je weet wel; van die winkel met van die goedkope ordinaire kleren. De kinderen spraken plat, dealden drugs, hadden een opvoeding van nul. En de politie moest vaak komen.”

Toch is dit niet het juiste beeld van alle vmbo-scholen in Nederland, zeggen verschillende experts in het voortgezet onderwijs. Er zijn een paar scholen die niet goed functioneren. En ja, op het vmbo zitten leerlingen die moeilijker leren en meer zorg nodig hebben. En ja, er wordt wat vaker geknokt. Zeker in de Randstad. Maar dat alle leerlingen crimineel zijn, is echt onzin, zegt Jan van Nierop, voorzitter van Stichting Platforms VMBO. „Er zitten, ook op de laagste niveaus, hele lieve jongens en meisjes. Die, samen met hun ouders, zeer tevreden zijn over het onderwijs.”

Angela Hoeve (45) uit Zunderdorp beaamt dat. Na slechte ervaringen van haar twee oudste kinderen op vmbo-scholen in Amsterdam, ging haar derde kind naar een vmbo in Volendam: „Sommige vmbo-scholen zijn dus wel leuk”, zegt Hoeve. „Gelukkig zijn we daar achter gekomen.”

Met het vmbo-onderwijs in Nederland is niets mis. „Sterker nog”, zegt Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad, „meer dan 95 procent van de vmbo-scholen functioneert uitstekend.” Vmbo’s leveren volgens hem fantastisch werk en zijn bovendien vaak veel innovatiever dan havo’s en vwo’s. „Het onderwijs is er multidisciplinair. Meerdere specialismen worden bij elkaar betrokken. En de scholen combineren praktijk en theorie. Dat werkt voor kinderen op dit niveau heel goed.”

Daarbij biedt het vmbo goede kansen voor de arbeidsmarkt. Er zijn straks veel technische mensen nodig, zegt Van Nierop, van Stichting Platforms VMBO. Hij vertelt dat in 2016 zo’n 130.000 mensen nodig zijn in de techniek: procestechniek, ict en chemie. Maar met je handen werken en een vakmanschap uitoefenen, dat wordt in Nederland niet zo gewaardeerd, weet hij. „Terwijl hier toch echt de toekomst ligt.”

Maar als het onderwijs goed is, de kinderen niet allemaal crimineel zijn en de arbeidskansen groot zijn, waar komt het slechte imago dan vandaan? Van alle kanten is er een enorme druk om te presteren, zegt Sjoerd Slagter van de VO-raad. Hij noemt de doelstelling van de overheid dat 50 procent van de beroepsbevolking hoger opgeleid moet zijn. Maar ook vanuit ouders is er druk. „Die zijn zelf vaak hoogopgeleid en kunnen het moeilijk accepteren dat hun kind naar het vmbo moet.” Ouders moeten daarmee ophouden, vindt hij. „En kijken wat bij hun kind past.”

Twee jaar geleden deden bekende Nederlanders als Jack Spijkerman en Sylvia Witteman een soortgelijke oproep. Zij ondertekenden een brief van Corine Korrel, van platform VMBO/Onderwijs On Stage. Daarin stond: „Grote mensen, wees eens heel eerlijk. Willen we het beste voor onze kinderen? Of het hoogste onderwijsniveau in ons systeem?”

Korrel riep op om de vooroordelen over het vmbo nu eens achter ons te laten. Want „de meeste vmbo’s zijn bemenst met bevlogen docenten en kinderen die zin hebben in de toekomst en in het vak dat ze voor ogen hebben”. En als straks niemand meer naar het vmbo wil, vroeg ze, wie zal dan de wasmachine repareren?

Kleine gezinnen spelen ook een grote rol in de prestatiemaatschappij, zegt Kees Jansen adviseur van de Besturenraad, de koepelorganisatie voor christelijke onderwijsinstellingen. Er zijn niet zoveel kinderen in het gezin, dus de weinige kinderen die er wel zijn, moeten alle idealen van hun ouders verwezenlijken en het maken. Ouders hebben een enorme controledrang en daar lijden de kinderen onder. Hij vergelijkt het met een plantje dat telkens uit de grond wordt getrokken om te kijken of de wortels wel goed groeien. „Laat dat plantje met rust”, zegt hij. „Laat een kind een kind zijn. En laat het op zijn eigen tempo zich ontwikkelen.”

Door de vmbo-angst van ouders is de categorale mavo met een opmars bezig. Dit zijn vaak kleine, witte scholen. Bovendien is de mavo bekend bij ouders, ze kennen het van vroeger, zegt Jansen van de Besturenraad. „En de de belastende titel ‘vmbo’ plakt er niet aan vast.”

Met medewerking van Christiaan Pelgrim