Oom agent surft volautomatisch met u mee

Hoe surveilleert de politie op internet? Bestaat er al een politiezoekmachine, een digitale recherche? En wie let daar dan op? Corien Prins, hoogleraar recht en technologie in Tilburg, stelde deze vraag vorige week in het Nederlands Juristenblad. Gisteren kwam het rapport over de Facebookrellen in Haren uit. Het openbaar bestuur was niet alleen onvoorbereid op internetdynamiek, maar leek zelfs hulpeloos. Prins veronderstelt dat de komende weken dus wel gepleit zal worden voor scherper toezicht op internet.

Want zo werkt dat in de mediacratie. Een misstand zorgt voor publieke ophef. Daarna komen de pleidooien voor de ‘harde aanpak’, waarop de politiek extra bevoegdheden vraagt en die meestal ook krijgt.

Maar de overheid is met politietoezicht op internet al vrij ver, het Harendebacle ten spijt. Er bestaat een landelijk Internet Recherche Netwerk (IRN), dat 4.500 ambtenaren vanaf 700 werkplekken in heel Nederland in staat stelt om anoniem, met afgeschermd IP-adres, op internet te speuren. De politie surveilleert ook in burger, nietwaar. Maar rondom IRN is een heel arsenaal aan internetzoektechnieken in ontwikkeling die ik niet kende. Die richten zich allemaal op de grote hoeveelheden gegevens die burgers op internet per ongeluk achterlaten of met hun volle verstand vrijgeven. Meestal zonder zich rekenschap te geven van observerende digitale rechercheurs.

Corien Prins schreef over het ‘vernetwerken’ van de overheid eerder een WRR-studie onder de titel iOverheid. Daarin wordt al beschreven hoe rechercheurs anoniem ‘meesurfen’ met de burger, sociale mediasites ‘oogsten’ op interessante profielen en netwerken, en die combineren. Techno-speuren heeft politiek de wind mee. Voor het grote goed van veiligheid wordt nieuwe, hippe technologie graag ingezet. Deze week stond in de krant dat er regelmatig drones (onbemande robotvliegtuigen) hoog boven Nederland met camera’s observeren. Openbaar Ministerie en politie laten soms dagen achter elkaar steden en dorpen bekijken. Hoog en dus stil: heimelijk, stelselmatig en langdurig. Wat wordt daar gezien, bewaard, opgeslagen en wie mag er dan bij? Dit is een cliché, maar nieuwe techniek is gevoelig voor ‘spill over’ en ‘function creep’. Het zijn vaak oplossingen op zoek naar een probleem. Burgemeester Jorritsma verklaarde de militaire drones boven Almere bijvoorbeeld uit de behoefte om de ‘heterdaadkracht’ van de politie te vergroten. Prachtige term, die meteen duidelijk maakt wat de WRR bedoelt als het veiligheid een ‘stuwend beginsel’ noemt in het overheidshandelen. ‘Heterdaadkracht’ – daar kan niemand tegen zijn.

Juridisch is er inmiddels een discussie op gang wanneer politiesurveillance op internet onder de beperkingen van stelselmatige observatie moet vallen. De experts verschillen nog van mening over de vraag of een site waarvoor een registratieplicht geldt juridisch even openbaar is als sites waar dat niet voor geldt. En of je dus als burger bedacht moet zijn op gebruik door de politie van informatie die je op een besloten forum zet.

De wetgever dacht bij internetsurveillance nog aan de rechercheur die met Google aan het doe-het-zelven is. Wettelijk mag hij op internet net zo rondkijken als in een woonwijk of in een telefoonboek. Maar technisch zijn we dat stadium dus al lang voorbij. Op het Internet Recherche Netwerk ontwikkelen zich allerlei nieuwe programma’s, waarmee teksten, foto’s, netwerken en gedragspatronen automatisch worden geanalyseerd. Dat gebeurt onder de projectnaam iColumbo, vernoemd naar de slimme Amerikaanse tv-detective uit de vorige eeuw, die altijd nog één extra vraagje wilde stellen („Just one more thing”).

Op internet neemt iColumbo het zoeken van de eenzame rechercheur over. Die geeft zoektermen op, waarna automatische ‘webcrawlers, scrapers en webstreams’ aan de slag gaan. Websites worden afgetast met een ‘virtuele muis’ die alle menu’s en hyperlinks aanklikt. Internetuitingen gaan door de ‘automatische sentimentanalyse’. Online vond ik daarvan een vroeg voorbeeld: een onderzoek naar dreigtweets, met ‘dreigingsfilters’ en ‘dreigingssorteerders’.

Het resultaat is een intelligent web observation framework . In de projectbeschrijving van iColumbo staat dat internetrechercheren anders niet meer te doen is. Wat nodig is, zijn „intelligente, met het internet mee groeiende en zichzelf constant ontwikkelende, intelligente monitor- en observatietoepassingen”. Er wordt ook gepuzzeld op toegang voor de politie met intelligente zoekmachines tot de miljoenen beelden die op internet staan.

De kernvraag voor de burger is natuurlijk wanneer zijn privacy hier in het geding komt. Het is voor een rechercheur mogelijk om met een paar muisklikken en zoektermen via IRN een complete, gesorteerde en gewogen uitdraai van een individu op het scherm te krijgen: al diens relaties, zijn hele netwerk, zijn surfgedrag, al zijn bekende foto’s, zijn reisgedrag. Dat zoiets in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek kan, onder toezicht van de rechter-commissaris, dat begrijpt iedereen.

Maar zomaar, van een willekeurige burger? En er is nu maar weinig dat de gewone internetsurveillant daarvan kan afhouden.

De auteur is juridisch redacteur en schrijft hier over de rechtsstaat. Twitter: @folkertjensma