Niemand begrijpt de cijfers in de zorg

Onduidelijkheid in de zorgsector over de tarieven en de geleverde zorg neemt in hoog tempo toe. Ook onder professionals.

Het begint te knetteren in de polder van de zorg. De spanning tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen loopt zichtbaar op. Zeven jaar na de herziening van het stelsel – afschaffing ziekenfonds, introductie verplichte basispolis – lijkt dat te gaan gebeuren wat vanaf het begin beoogd was.

Zorgverzekeraars zijn in 2006 door de politiek aangewezen als de regisseurs van vraag en aanbod en als de frontsoldaten van patiënten om lage prijzen, kwaliteit en doelmatigheid af te dwingen bij artsen, apotheken, ziekenhuizen en andere zorginstellingen. De prijzen daalden de laatste jaren inderdaad, maar vraag en aanbod namen zo toe dat de kosten voor de gemeenschap alsnog groeiden.

Verzekeraars dwongen met harde hand lagere prijzen bij apotheken af. Maar bij ziekenhuizen kochten zij te lief in, bang als zij waren de keuzevrijheid van hun verzekerden te beknotten. Dat is nu aan het veranderen. Doordat minister Schippers (Zorg, VVD) begin vorig jaar het stelsel zo aanpaste dat kostenoverschrijdingen op nationaal niveau een risico voor de verzekeraars zijn geworden in plaats van voor de gemeenschap, is de stemming aan de onderhandelingstafel omgeslagen.

Achmea, met merken als Zilveren Kruis en FBTO de grootste zorgverzekeraar van Nederland, klaagde deze week in deze krant over financiële chaos bij de ziekenhuizen. Over meer dan de helft van de vorig jaar geleverde zorg moeten ziekenhuizen nog een factuur sturen. Hoe kan de verzekeraar nu afspraken maken over in te kopen hoeveelheden tegen vooraf afgesproken prijzen als hij het overzicht van de uitgaven over vorig jaar mist?

De ziekenhuizen verweten de verzekeraars van Achmea dat zij dondersgoed wisten dat de „techniek van het declareren uiterst ingewikkeld” is, evenals het maken van prijsafspraken.

Bekende materie voor toezichthouders. Accountants kondigden al aan een voorbehoud te gaan maken bij de jaarrekeningen van ziekenhuizen over 2012 omdat de omzetverantwoording te veel vragen oproept. En de Nederlandse Zorgautoriteit, de marktmeester van de zorg, waarschuwt dat er meldingen blijven binnenkomen dat ziekenhuizen te hoge rekeningen versturen naar zorgverzekeraars en dat verzekeraars dat onvoldoende controleren. De toezichthouder maakte bekend te „blijven werken aan vereenvoudiging van de regelgeving”.

Dat is exact waar een onafhankelijke onderzoekscommissie naar mogelijk misbruik van zorggelden deze week op stuitte (zie inzet). Een trio van drie specialisten dook in de bijkans surrealistische wereld van vaste tarieven, vrij onderhandelbare prijzen en de manier waarop medische verrichtingen worden geadministreerd. De onderzoekers keken of ziekenhuizen en verzekeraars bewust te beperkte afspraken maakten over de ‘productie’. Omdat te veel verleende zorg tijdelijk uit een collectief fonds wordt betaald, zouden partijen er baat bij kunnen hebben.

Van misbruik is geen sprake, jubelde een persbericht van Zorgverzekeraars Nederland. Maar waar was dat op gebaseerd? De onderzoekers constateren dat de regelgeving zo onduidelijk is, dat er „niet snel sprake kan zijn” van misbruik. Bovendien kan een conclusie hierover pas in 2014 worden gemaakt, omdat dan pas duidelijk is of het vertoonde gedrag afwijkend was, louter om te profiteren van een tijdelijke financiële regeling. En diverse verzekeraars en ziekenhuizen repareren nu contracten voor ontoelaatbare afspraken.

Het doet allemaal verdraaid veel denken aan de stelling van Hugo Keuzenkamp, lid van de raad van bestuur van het Westfriesgasthuis in Hoorn en hoogleraar economie: de manier waarop Nederland zijn zorg organiseert, is te ingewikkeld geworden. Niet één ziekenhuisdirecteur snapt zijn eigen resultatenrekening. Deze complexiteit maakt de kosten volgens hem onbeheersbaar.