Nederlandse waterbouw poldert in de hele wereld

Het steeds grilliger wordende klimaat zorgt wereldwijd voor problemen. Overstromingen, stormen, een hogere zeespiegel. Veel landen kijken naar Nederland: time to bring in the Dutch.

Nieuwe waterkering bij New Orleans, aangelegd na de overstromingen in 2005 door orkaan Katrina. Ingenieursbureau Arcadis ontwierp een ‘Deltaplan’ voor het gebied. Foto AP

Hoang Trung Hai is vice-premier van Vietnam, een steeds minder arm maar kwetsbaar land achter dijken. Daar wordt het steeds voller en daar wordt het meeste geld verdiend. In dat opzicht lijkt Vietnam op Nederland.

En net als Nederland maakt het zich zorgen over de gevolgen van een grilliger klimaat: stormen en stortregens, zoetwatertekort en een hogere zeespiegel. Daar is alle reden toe. De Mekong-delta, de dichtbevolkte rijstschuur, en Ho Chi Minh-stad, voorheen Saigon en de economische motor, lopen zelfs bij geringe zeespiegelstijging gevaar.

Geen wonder dat vice-premier Hai, die de cruciale waterportefeuille heeft, belang stelt in het vernuft waarmee Nederlanders droge voeten houden. Eind vorig jaar was hij in Nederland. Om te praten over stadsontwikkeling en marineschepen. Maar bovenal over waterbouw, waarover beide regeringen eerder een ‘strategisch partnerschap’ sloten.

Hans Brinkers leeft. Nederlandse ‘deltatechnologie’ is gewild. Juist omdat Nederland de risico’s van wind en water kent én omarmt. „De orkaan Katrina liet ons in 2005 zien dat the perfect storm elk moment kan toeslaan”, zei minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) woensdag bij de VN-waterconferentie in New York. „We kunnen trots zijn dat we een van de veiligste delta’s ter wereld hebben, maar we kunnen niet op onze lauweren rusten.”

Schultz was daar samen met kroonprins Willem-Alexander, op zijn laatste missie als ‘prins water’, die in de hele wereld deuren heeft helpen openen. Daarom had ze ook een reeks ingenieursbedrijven in haar kielzog die na Katrina in New Orleans aan de slag konden. Ze hopen nu op orders in de nasleep van superstorm Sandy, die vorig najaar in New York huishield. Een eerste stap is er. Schultz en de Amerikaanse minister voor Stedelijke Ontwikkeling, Shaun Donovan, die eerder in Nederland op werkbezoek was, tekenden een akkoord over rampenpreventie. Arcadis deed in 2009 al eens een voorzet voor een stormvloedkering bij New York. Wie weet zijn zulke ideeën nu levensvatbaar.

Van de zeven miljard euro die Nederlandse waterbouwers jaarlijks omzetten, komen er vijf uit het buitenland. Vier miljard daarvan is de baggermarkt. Nederlandse ingenieurs- en adviesbureaus staan voor 1 miljard per jaar. Zij werken nu bijvoorbeeld aan een ‘Deltaplan voor de Mekong’ en een ‘strategie’ voor Ho Chi Minh-stad, die veiligheid en ontwikkeling moeten combineren. Adviezen zijn het begin; ze hopen op meer en lucratievere orders. Van havenbouw tot waterzuivering.

Geen wonder dus ook dat Nederland uitpakte voor vicepremier Hai. Per helikopter kreeg hij een rondvlucht over de tweede Maasvlakte. Over de afgesloten Zeeuwse zeegaten en de kleppen en stuwen van de Oosterschelde (1986) en de Nieuwe Waterweg (1997). En – na een tankstop in Lelystad, op de voormalige zeebodem – over de blikkerende IJssel, de Waal en de Rijn, rivieren die sinds een paar jaar niet langer worden ingesnoerd door dijken, maar de ruimte krijgen met nieuwe uiterwaarden en overlopen om bijna-rampen als die van 1995 te voorkomen.

Want zestig jaar na de Watersnoodramp en twintig jaar na de voltooiing van het laatste grote project, zijn de Deltawerken nog steeds hét visitekaartje van de waterbouw.

Maar Hai’s rondvlucht toont ook dat deltatechnologie meer is gaan betekenen dan het ijzer en beton van het oorspronkelijke Deltaplan na 1953. In het achterland is het laatste decennium stilletjes een ‘tweede Deltaplan’ ontstaan. Daarin gaat het niet alleen om blokkeren maar ook om mee buigen met water via ‘spitsstroken’ en ‘hoogwatergeulen’. Aan dat ‘zachtere’ Deltaplan zou Vietnam wel eens het meeste kunnen hebben.

„‘Bootjessteden’ als Ho Chi Minh-stad met paalwoningen en drijvende markten waren ingesteld op overstromingen. Nu er steeds meer moderne hoogbouw en industrie komen, willen ze niet elk jaar meer onderlopen”, zegt Bas Jonkman, hoogleraar Integrale Waterbouw aan de TU Delft. „Maar alle waterbouw is maatwerk. Je moet zoeken naar een mix van harde en zachte waterkeringen, en een mix van voorkomen en de gevolgen achteraf beperken.”

Maatwerk en het verzoenen van belangen zijn de sleutel bij het beheersbaar maken van waterrisico’s. Daarop is het nieuwe Deltaprogramma gebaseerd dat onder leiding van Deltacommissaris Wim Kuijken de kabinetsbeslissingen voorbereidt om Nederland de komende eeuw tegen water te beveiligen.

Het was ook de kern van Schultz’ boodschap in New York. „We hebben geleerd dat je waterplannen moet integreren met andere prioriteiten, zoals economische ontwikkeling, milieu en ruimtelijke ordening”, zei ze. „Veiligheid begint zelfs met ruimtelijke ordening. Alleen zo kun je verschillende waterfuncties in één gebied combineren, zoals zoetwaterbeheer, irrigatie, veiligheid en stadsontwikkeling.” In één woord (maar in twee betekenissen): de polder.

Juist dat trekt aandacht. Veel landen worstelen met de vraag hoe je alle belanghebbenden kunt laten samenwerken om een duurzame oplossing te vinden. Vietnam kijkt óók naar Nederland omdat de verkokerde aanpak van de voormalige communistische broeders niet werkt. En de Amerikaanse minister Donovan is er zo van gecharmeerd, dat hij Schultz’ topambtenaar Henk Ovink deze week als adviseur in dienst heeft genomen. „Het vermogen om keuzes te maken en ernaar te handelen is politiek ingewikkelder dan dijken bestellen”, schreef The New York Times onlangs. „Dat zou wel eens de belangrijkste les kunnen zijn die Nederland nu heeft te bieden.”

Time to bring in the Dutch!”, schreven Amerikaanse kranten na Katrina. Maar ‘the Dutch’ waren er al. Arcadis en Haskoning konden hun opdrachten verwerven via hun Amerikaanse dochters of partners. Hetzelfde geldt voor een bedrijf als Fugro, specialist in geotechnisch onderzoek voor de oliewinning, dat na een reeks overnames al een grote Amerikaanse ‘voetafdruk’ had. Het in 1962 als Ingenieursbureau voor Funderingstechniek en Grondmechanica opgerichte Fugro is nu een beursgenoteerde multinational. En een van de bedrijven die door de Deltawerken hun vleugels konden uitslaan.

Maar andere, zoals baggeraars Boskalis en Van Oord, voelen zich gekortwiekt. Want weliswaar is 40 procent van de vrij toegankelijke waterbouwmarkt in de wereld in Nederlandse handen; die valt in het niet bij de 100 miljard van die niet vrij toegankelijke markt. Japan, China en de Verenigde Staten schermen hun baggersector af. „De VS, kampioen van de vrije markt, is de grootste stoorfactor”, zegt Sybe Schaap, VVD-senator en voorzitter van Netherlands Water Partnership (NWP), de koepel van de watersector.

Zelfs in de vrije markt vissen Nederlandse experts nogal eens achter het net. Ze mochten adviseren in Thailand en Indonesië, maar de grote orders voor baggeren en bedijking gingen naar Korea en China. De Nederlandse watersector heeft een uitstekende reputatie maar bestaat uit veel kleinere bedrijven en ‘niche-spelers’, waarschuwde het NWP in 2011. „Kritische massa realiseren blijft daarom een uitdaging.”

Wat Bas Jonkman, de Delftse hoogleraar, verleidt tot de vraag wat ‘we’ nu echt uitvoeren: waterbouwen of waterpraten? „Ik vind dat de balans naar het laatste doorslaat”, zegt hij.

In landen als Mozambique, Bangladesh, Egypte en Vietnam, waarmee Nederland vooral een ontwikkelingsrelatie heeft, is waterbouw een nuttige ingang. En een bruggenhoofd voor als het economisch beter gaat. Het hoeft ook niet bij waterbouw te blijven. „Neem Egypte”, zegt Sybe Schaap. „Je begint met dijkbouw en irrigatie en dat kan als vanzelf leiden tot zaken voor de Nederlandse land- en tuinbouw.”

Maar het bruggenhoofd is fragiel. Veel advieswerk wordt met subsidiegeld betaald. Als dat wordt teruggedraaid, loopt de smeerolie uit de economische diplomatie. Duitsland en Frankrijk, die ook banden met Vietnam hebben, zijn niet zo dom, klaagde oud-minister Veerman, die Vietnam adviseert, al. Het is moeilijk een alternatief te zien. „Een Nederlandse ingenieur kost 1.000 euro per dag, een Vietnamees verdient gemiddeld net 1.000 euro per jaar”, zegt hoogleraar Jonkman. „Gaan ze onze expertise dan kopen?”