Middeleeuws preparaat

Het rechteroor is opgegeten door muizen, de onderkant van de torso is afgezaagd en alles ruikt hardnekkig naar houtskool. Het is de oudste bewaard gebleven menselijke anatomische ontleding – gedaan ergens tussen 1200 en 1280, vermoedelijk in Italië of Spanje. In het maartnummer van Archives of Medical Science wordt de opmerkelijke buste beschreven door een team onder leiding van de actieve patholoog Philippe Charlier (Hôpital Poincaré, Parijs). Een paar weken geleden was Charlier nog in het nieuws met zijn analyse van het hart van de middeleeuwse koning Richard Leeuwenhart (†1199). Eerder onderzocht hij onder meer de relieken van Jeanne d’Arc (die bleken Oud-Egyptisch) en het hoofd van de in 1610 vermoorde Franse koning Hendrik IV (dat bleek wel het juiste hoofd). Het middeleeuwse preparaat dook op in 2003 toen een Franse kunsthandelaar het verkocht aan een Canadese verzamelaar, die na een tijdje toestemming gaf voor onderzoek. C14-datering wees uit dat het veel ouder was dan gedacht.Opvallend is de rode vulling die kort na de dood van de persoon in kwestie in de aderen moet zijn gespoten. De substantie bestaat uit gips, kwiksulfaat (cinnaber) en ‘Kasselse aarde’ (een soort bruinkool). Uit CT-scans blijkt dat het in alle aderen is gespoten – waarschijnlijk het oudst bekende gebruik van een injectiespuit, een instrument dat alleen bekend was uit teksten uit de vijftiende eeuw. Misschien had de door het cinnaber rode vulling een educatief doel. Maar dit kwiksulfaat had ook grote symbolische waarde als symbool van leven, bloed en de ziel. Het was ook vast onderdeel van recepten voor ‘Levenselixers’.Sectie en anatomische analyse was in opkomst in de dertiende eeuw. Paus Innocentius III (ca. 1200) beval al sectie aan als een sterfgeval verdacht werd gevonden. En vooral rond 1300 verschenen veel anatomische boeken. In 1308 werd bij sectie van de franciscaanse abdis Chiara van Montefalco zelfs een crucifix in haar hart gevonden. Hendrik Spiering