Column

Kom toch niet die grens over, mensen

U dacht dat geld het enige was dat Europa splijt, maar mensen doen dat inmiddels ook. Want het vervelende van die open Europese grenzen is dat mensen erover heen reizen om werk te zoeken. Zonder problemen. Er is niets dat ze tegenhoudt. En ook al wisten de rijkere Europese landen wel dat dat hét idee achter de Europese eenwording was, ze hebben toch best moeite met de praktijk ervan. De Britse regering is inmiddels zo bang voor een nieuwe golf Oost-Europeanen op zoek naar werk dat ze – naar het schijnt – overweegt om in Bulgarije en Roemenië ontmoedigingscampagnes te voeren. Zo van: ‘Weet u wel hoe vreselijk werken in het Verenigd Koninkrijk is? Kom toch vooral niet!’

Maar er is geen houden meer aan. En dat weten de Britten maar al te goed. Want ze zijn nog steeds niet bekomen van de eerste overweldigende golf arbeidsmigranten uit Oost-Europa. Het Verenigd Koninkrijk was een van de weinige Europese landen die in 2004 meteen blijmoedig de grens openstelden. Schatting van het te verwachten aantal Oost-Europeanen was toen: 13.000. Het werden er een half miljoen. Labour heeft er inmiddels zijn excuses voor aangeboden: we hebben het volledig onderschat.

De Britten staan niet alleen. Ook Duitsland, Oostenrijk en Nederland mopperen in Brusselse overleggremia over het enthousiasme waarmee Oost-Europeanen hun boeltje oppakken om werk in hun landen te vinden. Het is crisis, weet je wel. De werkloosheid stijgt, er moet bezuinigd en hervormd worden, cadeautjes afgepakt, en dan zit niemand te wachten op nieuwe migratiestromen.

Dit keer uit Bulgarije en Roemenië, want de werknemers uit die landen hebben per 1 januari 2014 ook recht van vrije grensdoorgang. Aangezien je als Bulgaar een habbekrats verdient vergeleken met hier, weet iedereen wat er gaat gebeuren. En dan hebben we het nog niet gehad over de nieuwe arbeidsmigranten uit Zuid-Europa. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meet het aantal Europese arbeidsmigranten dat zich in Nederland registreert bij gemeente of UWV – volgens iedere deskundige een fractie van het aantal dat hier daadwerkelijk werkt. Snelst groeiende groep: de Grieken. Plus 37 procent, bleek vrijdag. Het mag u niet verbazen, daar is immers geen baan meer te vinden.

Nederland, Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben de Europese Commissie deze week gevraagd te onderzoeken of ze ook terug kunnen, die arbeidsmigranten, bijvoorbeeld omdat ze frauderen met de bijstand. Enne, kunnen we die mensen dan ook een terugkeerverbod opleggen? Ja, die Europese gedachte is springlevend.

Het echte probleem is op dit moment niet dat ‘ze’ in onze uitkeringen komen hangen. Het echte probleem is de druk die de migranten zetten op de verzorgingsstaat. Financieel: een onbekend maar zeker niet onaanzienlijk deel van de arbeidsmigranten werkt via allerlei constructies, waarbij niet alle sociale premies worden afgedragen. En: is het minimumloon nog wel te handhaven als zoveel Oost-Europeanen via allerlei ingenieuze constructies hier voor veel minder werken? Maar ook moreel: hoe kunnen zo veel mensen werkloos zijn terwijl er tegelijkertijd wel 300.000 Oost-Europeanen in Nederland werken?

De lobbyclub van werkgevers en de vakbonden die nu een sociaal akkoord uitdokteren, hebben dus niet alleen met Nederlandse parameters te maken. Sterker nog, ze zouden wel eens bezig kunnen zijn met een achterhoedegevecht. Want als de sociale partners de bescherming van Nederlandse werknemers in stand weten te houden, dan maken ze arbeidsmigranten nóg aantrekkelijker voor werkgevers die geen zin hebben in duur personeel.

Economen hebben een prettig verhaal bij de Grote Arbeiders Trek: de lonen hier zullen dalen, daar zullen ze stijgen, tot we een evenwicht hebben bereikt. Ach, de geruststellende Yin en Yang van de economische wetten. Maar de weg naar dat evenwicht is zo pijnlijk dat de politiek zich in rijk Europa tot het uiterste zal verzetten.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.