'Juist het gezag Haren was abnormaal bezig'

Niet de feestgangers die op 21 september het Groningse villadorp Haren overspoelden, gedroegen zich abnormaal, maar de gezagsdragers. Jongeren deden wat je van ze mag verwachten, maar de overheid speelde daar niet goed op in.

Dat zegt de Tilburgse hoogleraar maatschappelijke bestuurskunde Gabriël van den Brink, een van de opstellers van het vrijdag gepresenteerde onderzoek naar de rellen in Haren. „Het waren jongeren die een feestje wilden”, zegt hij „Ja, ze zijn ondeugend. Ja, ze zijn ladderzat. Maar zij zitten er speels in. En de overheid had ze die speelruimte moeten bieden maar pakte het feest aan alsof het een ramp was.”

Haren is, zeggen Van den Brink en de andere leden van de onderzoekscommissie, door het oog van de naald gekropen. De hoogleraar: „Het is een wonder dat er geen doden zijn gevallen. Dat is te danken aan de politie. De burgemeester gaf toestemming om traangas te gebruiken maar de politiecommandant was zo wijs dat niet te doen terwijl zijn collega’s onder vuur lagen.”

De ochtend na de rellen benadrukten burgemeester Rob Bats, de Groningse korpschef Oscar Dros en de plaatsvervangend hoofdofficier van justitie Hessel Schuth nog dat ze geen inschattingsfouten hadden gemaakt. Maar na de vernietigende conclusies van de commissie-Cohen kwamen ze daar vrijdag op terug en boden ze hun excuses aan.

Oscar Dros, nu politiechef van Noord-Nederland en burgemeester Rob Bats van Haren erkenden dat ze van begin af geen greep hadden gehad op het feest. Niet nadat het was aangekondigd op Facebook, niet op de dag zelf. Er was geen plan van aanpak, heldere scenario’s ontbraken, draaiboeken waren niet uitgewerkt, en toen de sfeer op straat omsloeg, werd te laat overgeschakeld op het worstcasescenario.

De politiechef en de burgemeester zien in de conclusies geen aanleiding om op te stappen. Dros wordt daarin gesteund door de Ondernemingsraad omdat er inmiddels verbeteringen bij de politie zijn doorgevoerd. Dinsdag vergadert de gemeenteraad met Bats over het rapport.

Interview Van den Brink: pagina 11

Gewoon paniek: Opinie, pagina 4-5