Je komt natuurlijk nóóit aan werk zonder goed profiel

LinkedIn kán – mits de presentatie op orde is – een goed medium zijn om werk te vinden. Er is inmiddels een leger aan ‘deskundigen’ die helpen bij het verbeteren van online profielen.

‘Dat LinkedIn, dat was in mijn ogen altijd maar een vriendenclubje. Een soort Facebook. Je voegt wat bekenden toe en dat is het dan. Ik heb begrepen dat de netwerkpotentie van het medium toch wel groot is. Ik wil graag gevonden worden door recruiters, maar hoe zorg ik daarvoor?” Inge Stegeman (44) is programmamanager bij PostNL. Een reorganisatie bij het postbedrijf zorgt ervoor dat ze alvast zoekt naar een nieuwe baan.

Stegeman is een van de acht cursisten die begin deze maand naar het voormalig klooster Duinzigt in Oegstgeest zijn gekomen. Ze volgen er de workshop ‘Profileren met LinkedIn’ door online marketeer Michiel van Gaalen. De een wil beter gevonden worden door werkgevers, terwijl een ander zijn bedrijf beter wil profileren of slechts beter inzicht wil krijgen in de werking van het zakelijk netwerk.

Voor 195 euro leren de deelnemers in een middag wat de mogelijkheden zijn van het medium en hoe ze het netwerk in kunnen zetten voor persoonlijke doeleinden.

Samen met organisatiepsycholoog Mandy Oostlander startte Van Gaalen vorig jaar het traject Baanbegeleiders, waarin deelnemers in stappen leren om zich beter te profileren en verkopen aan potentiële werk- en opdrachtgevers. „Trainingen worden vaak volgestopt met ideeën waar thuis niets meer mee wordt gedaan”, zegt Van Gaalen. „Mensen vinden het lastig hun verhaal te vertalen naar een pakkende tekst op een online profiel.”

Baanbegeleiders is slechts één van de vele initiatieven die zijn ontstaan als gevolg van de groei van LinkedIn in Nederland. Tik op Google de termen ‘workshop’ en ‘LinkedIn’ in en je verdwaalt in een moeras aan cursussen. Onder het mom ‘een goed profiel levert werk op’, willen zij helpen om meer uit het sociale netwerk te halen.

De titel LinkedIn-trainer is niet beschermd. In principe kan iedereen met kennis van het medium een dergelijke workshop geven. Er is geen brancheorganisatie die certificaten of kwaliteitskenmerken uitgeeft, laat staan dat er enig cijfermatig overzicht is in de markt van ‘deskundigen’.

Volgens loopbaancoach Menno Hutten Mansfeld is het lastig om onderscheid te maken tussen de verschillende cursussen. „Er is een hele wereld aan coaches. Velen kennen het product sociaal netwerk wel, maar daarmee is de inzetbaarheid nog maar beperkt. Eerst moet je de klant een goede zelfanalyse laten doen en dan pas kun je zaken etaleren. Die stap wordt niet door elke trainer gezet.” Hij kan zich voorstellen dat particulieren en bedrijven het overzicht op de markt kwijtraken. „Iedereen is zichzelf aan het positioneren, er is een enorme versnippering. Ik betwijfel of een keurmerk echt zou helpen. Zo’n certificaat hoeft niet per se iets te zeggen over iemands kwaliteiten.”

Grofweg zijn er twee beroepssectoren die zich hebben toegelegd op het geven van LinkedIn-trainingen. Er zijn loopbaancoaches die hun cliënten willen leren hoe ze zich online kunnen presenteren. En er zijn zogenoemde sociale media-experts – eveneens geen beschermde titel – die cursussen geven over LinkedIn.

Volgens Aaltje Vincent, schrijver van het boek Solliciteren via LinkedIn en zelf sociale mediatrainer, richten cursusgevers zich op drie groepen belangstellenden. „Dat zijn mensen die op zoek zijn naar een nieuwe baan, voornamelijk 45-plussers en studenten.” De andere groepen belangstellenden zijn zzp’ers en bedrijven. Vincent: „Zzp’ers zoeken klussen, geen loopbaanbegeleiding. Bij bedrijven ligt de focus weer anders. Daar staat niet het zoeken van werk centraal, maar de manier waarop de organisatie en haar medewerkers zich profileren op internet.”

Vincent is naar eigen zeggen „voor maanden” volgeboekt voor trainingen. De vraag is waar de belangstelling vandaan komt. Vincent: „Het economisch tij zit mee. Werkzoekenden horen van het UWV dat ze iets met het medium moeten doen. Bovendien zijn mensen zich bewust van hun kwetsbaarheid op de arbeidsmarkt. Ze kijken alvast verder, ook wanneer ze nog een vaste baan hebben.”

Dat LinkedIn de afgelopen jaren een forse groei doormaakt, blijkt wel uit de cijfers die er over het gebruik beschikbaar zijn. Bij aanvang van de economische crisis in 2008 waren er 540.000 Nederlandse gebruikers. In vijf jaar tijd is dat aantal verzesvoudigd tot ruim drie miljoen profielen op dit moment.

Bas Westland, recruiter bij E-People en trainer bij 2Rise, zet het netwerk zowel in om mensen te scannen als om werkzoekenden de andere kant te laten zien: hoe worden zij gevonden door recruiters? „Je bent erg afhankelijk van de informatie die mensen achterlaten op LinkedIn. Stel: ik heb een opdracht en zoek een kandidaat in mijn tweede lijn [een contact van een van je eigen contacten, red]. Ik heb dan connecties die mij kunnen introduceren bij die persoon en die mij tevens iets over dat contact kunnen vertellen.”

Wie de verhalen aanhoort, zou denken dat de potentie van het medium oneindig is. Meld je aan op LinkedIn en de baan volgt vanzelf. Toch moet het belang ervan niet overschat worden, zegt loopbaancoach Frederike Dekkers van coachingsbureau Morgenster. „Het is een middel, maar niet meer dan dat. Voor communicatieadviseurs kan het werken, anderen hebben meer baat bij face-to-face-contact. Een basisschool zal bijvoorbeeld geen personeel zoeken via het zakelijke medium.”

Dekkers raadt LinkedIn wel aan bij haar cliënten, als een digitaal visitekaartje. „De vraag is of ze een cursus nodig hebben om uit te vinden wat de basisfuncties zijn van LinkedIn. Veel nuttige tips zijn bijvoorbeeld ook gewoon op internet te vinden.”

Dat er geprofiteerd wordt van de groeiende boom rondom het netwerk, blijkt wel uit de nichemarkt die is ontstaan rondom het netwerk. Rotterdammer Jos Kottman is zich gaan toeleggen op het maken van professionele profielfoto’s. „Bekenden vroegen of ik een goed plaatje van hen wilde maken voor op het internet. Dat ging rondzingen en inmiddels heb ik meer dan duizend mensen voor de camera gehad.”

Wie een professionele foto wil laten maken, betaalt bij Kottman 75 euro voor de opbouw van de studio en vervolgens nog 90 euro voor twee foto’s. Dat klinkt redelijk fors, maar bedrijven hebben het er volgens hem graag voor over. „Er zijn nog te veel werknemers die een afbeelding van hun trouwdag als profielfoto hebben staan. Of met twee kwijlende honden. Dat plaatje vertelt iets over jou, over datgene wat je wilt uitstralen. Vandaar dat organisaties er zo veel belang aan hechten.”

Het is niet alleen een kwestie van het hebben van een goede foto, stelt Aaltje Vincent. „Ook slim taalgebruik speelt een belangrijke rol. Laat zien dat je de beste bent en onderscheid jezelf. Vul bijvoorbeeld een goede headline in waarmee je bovenaan de zoekresultaten verschijnt.” Marketeer Van Gaalen: „Vaak zijn mensen te summier in het beschrijven van wat ze willen met hun profiel. Eerst heeft iemand lesgegeven, en nu wil diegene advocaat worden. Wees duidelijk.”

De laatste tip die de marketeer zijn cursisten ter afsluiting van de workshop meegeeft, is dat ze niet moeten schromen hun netwerk uit te breiden. „Heb je zakelijk contact gehad, voeg deze persoon dan toe aan je netwerk. Maar vergeet niet de etiquette van LinkedIn: wees selectief. Je kunt niet zomaar iedereen toevoegen met wie je eens een praatje hebt gemaakt.”

Aan het eind van de cursusmiddag hebben de deelnemers geleerd wat groepen zijn op het netwerk, hoe ze personen en vacatures kunnen vinden en hoe ze zelf gevonden worden. De vraag is of ze dat niet zelf hadden kunnen uitvinden? „Ja, dat klopt. Maar het is fijn als iemand richting geeft aan de route die je moet volgen”, zegt Inge Stegeman. „Ik hoop dat de tips mij helpen bij het vinden van een nieuwe baan.”

Dat was ook het idee van Oscar Timmerman toen hij vorig jaar de cursus volgde. Hij werkt nu nog als manager inkoop bij een GGZ-instelling, maar is na elf jaar toe aan „iets nieuws”.

Concrete resultaten heeft de deelname aan de cursus echter nog niet opgeleverd. „Ik breid vooral mijn netwerk uit om straks mijn carrièrekansen te vergroten. Het belangrijkste wat ik leerde is dat je niet moet schromen om mensen toe te voegen. Met alleen bekenden en vrienden blijft het een leuk medium zonder verdere netwerkpotentie. Het kan een nuttig middel zijn, maar wel één van de middelen.”